Een gewoon gezin van hardwerkende mensen in Grobbendonk, de nonnenschool in het volgende dorp, dat was mijn leven tot ik achttien werd. Het schoolsysteem vond ik de hel : een bel om te blijven staan, een volgende bel om te zwijgen. En al die volwassenen die daaraan meededen. Mijn leven lang al heb ik last met gezag en macht. Gezag moet je verdienen. Het waren lastige jaren voor mij, ik had veel strafstudie. Altijd met de hakken over de sloot in de Latijnse. Het interesseerde me gewoon niet. De PMS-tests waren vernietigend. Hogeschool korte type zou ik misschien halen, als ik eindelijk eens mijn best ging doen. Een baan die ze wel zagen zitten voor mij was onderofficier in het Belgische leger. Toen wist ik dat ze van mij niets begrepen hadden na zes jaar op die school. Tot mijn geluk stimuleerden mijn ouders en mijn broer Jan, die twee jaar ouder is, mij om zo hoog mogelijk te mikken."
...