Het geeft een raar gevoel, je mp3-speler niet meer in te kunnen pluggen zonder aan die arme Joe Van Holsbeeck te moeten denken. Zo raakt een alledaags gebruiksvoorwerp bevlekt met bloed, besmet door lage menselijke driften. Volgende keer kan het een blik cola zijn, of een doos wierookstokjes. Je verstand staat erbij stil. De moordenaar, zoals hij daar loopt op floerse beelden met zijn schamele buit : het heeft iets onwaarschijnlijk triest.
...

Het geeft een raar gevoel, je mp3-speler niet meer in te kunnen pluggen zonder aan die arme Joe Van Holsbeeck te moeten denken. Zo raakt een alledaags gebruiksvoorwerp bevlekt met bloed, besmet door lage menselijke driften. Volgende keer kan het een blik cola zijn, of een doos wierookstokjes. Je verstand staat erbij stil. De moordenaar, zoals hij daar loopt op floerse beelden met zijn schamele buit : het heeft iets onwaarschijnlijk triest. Leuk blijft het anders wel, het gras maaien met in je oren de akkoorden van Highway to Hell. Wat zou de playlist geweest zijn die op Joe's spelertje stond ? Ik heb het me afgevraagd, de laatste weken. Zo goed heb ik de zaak niet gevolgd dat ik het zou weten mocht een krant ermee uitgepakt hebben. Vast een hoop spul dat ik niet ken, stond er op die speler. Het oerwoud aan groepen en bandjes waarnaar een zeventienjarige luistert, is voor de meeste dertigplussers even ondoorgrondelijk als de dubbele helix van ons DNA. Talrijke keren bekijk ik het filmpje op internet opnieuw. De twee jongens, zoals ze binnenkomen in het Centraal Station. Zoals ze naar een slachtoffer speuren, schijnbaar nonchalant. Zoals ze over het voetpad wegrennen, later. Op het filmpje zijn loszittende stoeptegels te zien en de kap aan de mantel van een toevallige passante, vanbinnen fluogroen. Wat mij nog het meest treft, zijn vreemd genoeg de reuzenletters op die blauwe jas : NIKE. Ooit godin der overwinning, dochter van Pallas en Styx, trouwe gezellin van Zeus. Dikwijls voorgesteld als op vleugels de Olympus afdalend, met palmtak en lauwerkrans. Nu verworden tot een kaal symbool van status, in een wereld waarin je niet meetelt zonder gadgets en merken. Zonder mp3. Dagelijks wordt het ons ingehamerd, op elke straathoek en in elke huiskamer. Ergens is deze doodslag daar een extreme consequentie van. "Jij komt daar soms ook he, in dat station ?" wil mijn grootmoeder weten. "Da's nu toch al een héle tijd geleden", lieg ik. Amper 24 uur eerder bevond ik mij op enkele passen van de plaats van de daad die het land heeft geschokt. Ik zeg haar dat niet. Ik weet hoe ongerust dat haar kan maken. De kijkbuis vervormt haar zicht op de grote boze buitenwereld, waarin voortdurend zware verkeersongevallen gebeuren. Ziet ze die, dan kijkt ze of mijn nummerplaat er niet bij is, met angst in het hart. Ze heeft mij dat al vaak gezegd. Het vervult mij met warmte en ergernis tegelijk. Ik ben een grote jongen nu. Met mij moet je niet inzitten. Grote jongens sterven niet. Toch niet in het prentenboek dat naast mij ligt terwijl ik dit schrijf. Mijn leuk wereldje, heet het, en het is van Richard Scarry. Toen ik het opmerkte, in de slordige boedel van een zesjarige, werd mijn aandacht er naartoe gezogen. Een duizelingwekkend gevoel van herkenning, verwant aan de fameuze déjà vu, overvalt me als ik het doorblader. De boomstammen die naar Tom Zaagtands houtzagerij drijven, waar ze met rare haken aan land worden getrokken... De tractors die een boze snuit trekken als het varken en de bever botsen... De boswachter die vanuit een helikopter zaden strooit. Hoewel ik er dertig jaar niet meer aan gedacht heb, staan de tekeningen in mijn geheugen gebrand. De titel van het boekje klinkt inmiddels wel een beetje sarcastisch, net zoals de tekst waarmee het boekje begint : " Wij wonen allemaal in 'Druktestad' en werken doen wij allemaal. Wij werken hard, want voor ons gezin hebben we voedsel nodig. En mooie kleren en een huis om in te wonen. " O mooie, aquarellen stad waarin alle dieren welgemutst zijn en van goede wil. Dat, en nog veel meer, heb ik geloofd, voor ik hoorde van pooiers en moord, bedrog en verkrachting, afpersing, oplichterij, brandstichting, aanranding, opzettelijke verminking, napalmbommen en weet-ik-veel-wat-nog. In Mijn leuk wereldje speelt ook een zware jongen mee : de gorilla Bennie. Hij heeft net een paar bananen uit de groentewinkel gestolen, maar wordt natuurlijk al snel geklist en naar de gevangenis ge- bracht. " Daar zal hij moeten blijven," klinkt het hoopvol, " tot hij geleerd heeft dat het verkeerd is om van anderen te stelen. " Tegenstrijdige gedachten. Wereld-beelden die botsen. Mijn leuk wereldje. Ik weet niet wat ik ermee moet. reacties : jp.mulders@skynet.bejean-paul mulders