Een vriend van mij is een ongecomplexeerde fashionista. Hij draagt bolhoeden en strikjes, geeft fortuinen uit aan handtassen en accessoires. Toen ik hem leerde kennen, een jaar of vijf geleden, droeg hij vooral Dior Homme. Later bekeerde hij zich tot Balenciaga. Sinds vorige winter is hij geobsedeerd door de mannencollecties van Lanvin, Frankrijks oudste couturehuis.

De Nederlandse ontwerper Lucas Ossendrijver (36) was jarenlang assistent van Hedi Slimane bij Dior Homme. Bij Lanvin werkt hij nauw samen met Alber Elbaz, sinds 2001 artistiek directeur van Lanvin en ontwerper van de damescollecties. Lanvin leek tot voor kort niet bijzonder geïnteresseerd in bijdetijdse mannenmode, al had het merk in zijn historisch vlaggenschip van de rue du Faubourg Saint-Honoré in Parijs wel een gerespecteerde afdeling maatwerk.

De lijn van Ossendrijver past perfect in de traditie van het huis, maar is tegelijk onmiskenbaar van nu. Hij noemt zijn kleren fragiel. Ze hebben een ziel. Ze zijn daarnaast ook onmiskenbaar Frans, al functioneren ze net zo goed in Hongkong of Moskou.

Lucas Ossendrijver : "Mijn vader was aannemer. Ik was van jongs af aan geïnteresseerd in architectuur, techniek, en dat is nog altijd zo. Toen ik naar de Academie in Arnhem ging, wist ik niet zeker of ik mode zou kiezen of architectuur. Het is uiteindelijk mode geworden. Nochtans was ik nooit bijzonder gefascineerd door kleren. Mode was niet waar ik vandaan kwam. Ik was niet het soort jongen dat kleren maakte voor zijn zus. Het was meer een idee dat er iets bestond wat ver weg was. Een intuïtie."

U zat in dezelfde klas als Viktor & Rolf.

Lucas Ossendrijver : Het was een goede tijd. Heel energiek. We waren niet bang om tot het uiterste te gaan. Dat was wat mij betreft kenmerkend voor die periode. Ik vraag me af of er intussen veel veranderd is. Misschien is de opleiding in Arnhem minder op het buitenland gericht. Ik krijg in elk geval nooit aanvragen van Nederlandse stagiairs.

Hoe bent u in Parijs terechtgekomen ?

Na de Academie heb ik een tijdje freelance gewerkt en ook zelf enkele kleine collecties gemaakt (Ossendrijver heeft in 1995 in Parijs gedefileerd met het collectief Le cri néerlandais, samen met onder anderen Viktor & Rolf, JB). In Nederland had je destijds een systeem waardoor je vrij gemakkelijk beurzen kon krijgen van de overheid. Op die manier kon ik mijn ding doen, ik hoefde niet constant achter geld aan te rennen. Zo kon ik naar Parijs komen. Ik heb eerst zes maanden bij Plein Sud gewerkt. Niet echt wat ik wilde doen, maar die baan heeft me wel de mogelijkheid gegeven om hier te blijven. Daarna werkte ik drie jaar voor Kenzo. Ik was er assistent van Roy Krejberg, op dat moment artistiek directeur van de mannencollecties. Voor mij was het de eerste keer dat ik in een professionele omgeving terechtkwam. Ik leerde er het industriële proces kennen, werd overal bij betrokken. Ik heb ook nog gewerkt voor Kostas Murkudis, een klein bedrijf. Ik vond het prettig omdat ik er creatiever kon zijn dan bij Kenzo, waar de commerciële belangen groter zijn en je dus in een strakker kader moet werken. Bij Kostas deden we gewoon waar we zin in hadden.

In 2001 begon ik bij Dior, wat ook weer een andere wereld was. Het was mijn eerste ervaring in het luxesegment. Ik bleef er 3,5 jaar. Ik was verantwoordelijk voor de klassieke lijn. Die bestond al, maar ze moest langzaam opgaan in de nieuwe lijn van Hedi. Bij Dior heb ik geleerd tot het uiterste te gaan, veeleisend te zijn en to the point. Lanvin zit in hetzelfde segment als Dior, maar het is meer als een familiebedrijf, klein en toegankelijk. Er bestaat geen protocol, en dat is iets wat met mijn eigen persoonlijkheid overeenkomt. Misschien heeft het te maken met het feit dat ik Nederlander ben. Dior is enorm gestructureerd. Als ik Hedi wou zien, moest ik drie weken van tevoren een afspraak maken via zijn secretariaat. Hier is dat niet zo. Iedereen is bereikbaar.

Waarom bent u naar Lanvin gegaan ?

Ik hoorde dat ze iemand zochten en heb Alber simpelweg een brief geschreven. Ik kreeg meteen antwoord. Ik werd uitgenodigd voor een gesprek met Alber en mevrouw Wang, de eigenares. Er was meteen een goed gevoel tussen ons. Enkele maanden later ben ik begonnen. Ik had eigenlijk geen idee van wat Lanvin, als mannenmerk, precies voorstelde. Ik was nooit in de winkel geweest. Mijn enige referentiepunt was dat ik wist dat Lanvin sur mesure deed, maatwerk. Heel klassiek. Ik zat niet met een verleden waar ik iets mee moest doen, dat gaf me een enorm gevoel van vrijheid. Het was alsof ik een wit blad kreeg dat ik zelf mocht vullen. Dat is een luxe die je in de mode niet vaak tegenkomt. Ik voelde me daarnaast ook aangetrokken door wat Alber deed met de vrouwencollectie. Ik heb enorm veel bewondering voor hem.

Wat betekent Lanvin nu voor u ?

Het is mijn thuis. Ik voel me precies op mijn plaats, bevoorrecht dat ik de kans heb gekregen iets nieuws op te zetten. De werksfeer is prettig. Ik ben blij met de dialoog die ik heb met Alber. We zien elkaar aan het begin van een seizoen en dan praten we over de richting die we willen nemen, waar we zin in hebben. Daarna laat hij ons met rust. We ontwikkelen de collectie, en dan doen we samen de fitting. Ook de styling voor de shows doen we samen. De sfeer is open en vrij. Mijn team is klein, maar we werken nauw samen. We werken met vijf mensen aan drie lijnen : Lanvin Paris, de klassieke lijn ; Le 15 Faubourg, het luxesegment van de klassieke lijn ; en Lanvin, de nieuwe lijn.

Zijn er overeenkomsten tussen uw collecties en het werk van Alber Elbaz ?

Het is niet dezelfde taal. Je kunt niet onmiddellijk elementen van de vrouwencollectie vertalen naar de mannencollectie. Maar het is dezelfde wereld, dezelfde ziel. Je probeert met dezelfde intentie kleren te maken. Wat mij interesseert zijn kleren die niet te perfect zijn, die er niet uitzien alsof ze recht uit de fabriek komen. Daarom wassen we ze vaak voor. Dan verdwijnt die nieuwigheid een beetje. Krijgen ze meer leven, meer ziel.

We maken kleren die draagbaar zijn en tegelijk ook klassiek, maar dan wel met een draai aan. Dat hebben we gemeenschappelijk met de damescollectie. Ook belangrijk is dat een kledingstuk er moet uitzien alsof het moeiteloos en natuurlijk ontstaan is. Zelf wil ik niet het idee hebben dat iets wat ik aanheb erg herkenbaar is. Ik hou niet van labels, of van kleren die na een seizoen al gedateerd zijn. Ik vind het belangrijk dat je kleren verschillende seizoenen kunt dragen. Dat je je eigen garderobe samenstelt, dat je kunt mixen, dat is ook specifiek aan Lanvin. We doen nooit total looks, we gebruiken altijd verschillende stoffen, verschillende kleuren. Bij ons zal je zelden een zwart pak aantreffen. We verkopen de jasjes en de broeken los. Ik zie in de winkel soms klanten die al jaren een garderobe komen kopen. Soms probeert zo'n man van 65 dan een paar schoenen uit de nieuwe lijn, of een cardigan. Dat vind ik een mooi compliment. Lanvin is niet aan een type of een leeftijd gebonden. We hebben oversized jasjes, maar ook jasjes die heel scherp gesneden zijn, als miniatuurcolberts. Dat is het hele idee : kleren brengen die op zich kunnen staan.

Hoe verklaart u het succes van Lanvin ?

Het is een kwestie van timing, we kwamen op het juiste moment met iets nieuws. Deze zomer heeft de verkoop onverwacht een enorme sprong genomen. We hadden niet verwacht dat het zo snel zou gaan. De nieuwe lijn was aanvankelijk meer een experiment. Een soort capsule, die naast de klassieke lijn bestond. We verkopen nu erg goed in Italië en de Verenigde Staten. De Italiaanse klanten zijn normaal gesproken de moeilijkste. Ze zijn zeer modebewust, ik denk dat ze zich aangesproken voelen omdat we iets nieuws proberen. Voor de Amerikaanse klanten is draagbaarheid belangrijk. Eigenlijk bestond ons soort product nog niet. Er zijn natuurlijk meer luxemerken, maar onze wereld is toch anders. Ik denk dat de zachtheid en het comfort van de kleren veel mannen aanspreekt.

U hebt eigenlijk veel gemeen met Thom Browne, die net als u de klassieke garderobe herinterpreteert ?

Thom Browne is veel extremer. Zijn kleding is ook luxueus maar heeft voor mij iets heel hards. Ik denk dat mannen over het algemeen op zoek zijn naar luxe en in die zin zijn we vergelijkbaar.

Wat betekent luxe voor u ?

De beste, meest vernieuwende materialen. Geen restricties. De beste technieken. Handwerk. Niet op de prijs hoeven te letten. Tot het uiterste gaan.

Hoe Nederlands is uw werk ?

Mijn manier van werken is Nederlands. Mijn werk is pragmatisch, het heeft iets sobers. Nederlanders zijn niet erg bezig met decoratie, ze zijn meer geïnteresseerd in constructie, in vormverhoudingen. Toen ik hier pas woonde, vond ik Parijs ondoordringbaar. Maar na een jaar of drie, vier, begon ik me langzamerhand thuis te voelen, en ondertussen voel ik mij meer Parijzenaar dan Nederlander.

Waar gaat het volgens u naartoe met de mannenmode ?

Ik denk dat individualiteit almaar belangrijker wordt. Persoonlijkheid. Ik hoop dat het in de toekomst niet meer zo om merken gaat, dat creativiteit en vernieuwing belangrijker worden en dat de mannenmode minder een marketingverhaal wordt. Ik hoop ook dat er wat meer jonge ontwerpers een kans krijgen. Nu gebeurt dat zelden, zeker in de mannenmode. Ik heb het gevoel dat er tien jaar geleden meer kon. Tegenwoordig is het voor een jonge ontwerper bijna onmogelijk om een eigen merk te beginnen. Dat heeft onder meer te maken met de macht van de grote bedrijven.

Denkt u zelf soms nog aan een eigen merk ?

Nou, ik voel me eigenlijk heel erg prettig binnen een bestaande structuur, waar je 's avonds gewoon naar huis kan gaan, en waar je niet verantwoordelijk bent voor alles wat er gebeurt. Verder vind ik het ook prettig om voor een bedrijf te werken met een zekere traditie, en dat je op die traditie kunt inspelen. Wat Lanvin betreft : dit is een heel spannend moment. We zijn de klassieke lijn aan het hervormen, de winkel gaat veranderen. Er moet nog zoveel gebeuren. Voor mij is dit eigenlijk nog maar het begin.

De heren- en damescollecties van Lanvin worden verkocht bij Louis, Lombardenstraat 2, 2000 Antwerpen. 03 232 98 72. De damescollectie van Lanvin vindt u ook bij Louise 54, Louizalaan 54, 1050 Brussel. 02 511 62 43.

Door Jesse Brouns