Het gebeurde bij Macy's in New York. Ze lagen daar zo glad en wellustig te lonken, met hun zwarte huid en glimmende achterkanten. Ze zagen er onweerstaanbaar uit. Ik heb me de versie van 80 gig aangeschaft. De Classic natuurlijk. Iets hoeft maar Classic te heten of ik koop het, met mijn hang naar degelijkheid en vaste waarden - die ik misschien wel in voorwerpen zoek omdat ze wat ontbreken in mijn leven.
...

Het gebeurde bij Macy's in New York. Ze lagen daar zo glad en wellustig te lonken, met hun zwarte huid en glimmende achterkanten. Ze zagen er onweerstaanbaar uit. Ik heb me de versie van 80 gig aangeschaft. De Classic natuurlijk. Iets hoeft maar Classic te heten of ik koop het, met mijn hang naar degelijkheid en vaste waarden - die ik misschien wel in voorwerpen zoek omdat ze wat ontbreken in mijn leven. Denk nu niet dat ik denk dat ik hip ben. In 2008 een iPod kopen is zoiets als bij je vrienden uitpakken met het nieuws dat de mens voet op de maan heeft gezet. Het ding bestaat al sinds 2001. Wie er zich zoals ik nu pas een aanschaft, doet dat met beschaamde kaken, als iemand die zich rijkelijk laat heeft bekeerd tot het ene en waarachtige geloof. Dat was trouwens wat ik al die tijd tegen de iPod had : de gebruikers ervan leken lid van een bizarre sekte, met die witte oortjes en het wellustige geschuifel van hun duim over dat bedieningswieltje. Zelfs het woord iPod stond mij niet aan. Het heeft iets lomps en dommigs, als een klomp klei die uit je mond valt. Het deed mij aan bloempotten denken, aan Harry Potter en aan zo doof als een pot - wat je naar het schijnt kan worden, als je niet uitkijkt met dat ding. Ik had tegen de iPod nog fundamentelere bezwaren. Ik vond hem een oorzaak, zoniet dan toch een symptoom, van de oprukkende individualisering en aliënatie in de westerse samenleving. Grote woorden, ik weet het. Maar wat moet je anders als je mensen op de trein ziet zitten, elk met zo'n oortje in hun oren en een glazige blik in hun ogen ? Soms lijkt het verdacht veel op massahypnose. Invasion of the Body Snatchers. En niemand die eraan denkt nog te praten. We sluiten ons af als een weckpot. Wee de arme reiziger die die oortjes niet ziet en het woord tot zo iemand richt om een inlichting te vragen, laat staan een gesprek aan te knopen. Op zulke momenten wou ik dat de wereld minder elektronisch was. Dat we niet zo in 'Mijn favorieten' opgesloten zaten. Maar 249 dollar, aan de huidige wisselkoers nog amper 170 euro : dat was toch een buitenkans ? Ze glommen zo lief, meneer, en diep in mij heb ook ik iets van een ekster. Thuis begon ik meteen al mijn cd's te importeren. Drie dagen lang heb ik als een bezetene schijfjes verwisseld. 350 cd's ofte 3937 nummers ofte 11,2 dagen muziek, dat is voorlopig de buit. Het resultaat is fantastisch. Ik kan nu urenlang naar geshuffeld lekkers luisteren, zonder ooit nog een nieuwe cd te moeten inschuiven. Ik verken de verste uithoekjes van mijn platenkast en luister met de fascinatie van mijn dochtertje, dat voor het eerst in haar leven het getinkel van ijsblokjes hoort. Ik heb het genot teruggevonden om een nummer door het huis te laten knallen en kippenvel te voelen van die ene, onvergelijkbare soort. Van de rauwe Janis Joplin tot het subtiele Amor Aeternus van Nicholas Lens : mijn apparaat verslindt ze gulzig. Ik zet er ook gedichten van Lucebert op, en het luisterboek Alice in Wonderland. Mijn iPod heeft het gebruiksgemak van een koekenpan. Eindelijk nog eens iets waarvan ik het succes begrijp, in tegenstelling tot bijvoorbeeld McDonald's, Wie wordt de Man van Phaedra? en de ochtendfiles naar Brussel. Mijn ingebakken schrik voor tijdverlies en technisch gesukkel blijkt onterecht. Tot ik een kameraad tegenkom die al langer een iPod heeft. Hij besnuffelt de mijne, aandachtig voor wat die allemaal alweer méér kan dan de zijne. "Je hebt de nummers toch wel geïmporteerd aan 192 kbps he ?" vraagt hij langs zijn neus weg. "Nee, aan 128 kbps", geef ik toe, met de zuinigheid van de man die barre tijden voelt komen. "Naast 128 kbps stond sowieso al hoge kwaliteit." Mijn kameraad kijkt alsof hij aan lumbago lijdt. Hij zuigt lucht naar binnen tussen zijn betweterige tanden. Dan haalt hij de schouders op. "Afin, je moet het natuurlijk zelf weten. Maar aan 128 kbps klinken de liedjes dof. Zeker als je ernaar luistert met oortjes." Die oortjes. Ik wist wel dat ze mij nog een peer zouden stoven. Herbeginnen en nog eens 350 keer naar de laptop lopen om er een andere schijf in te pleuren, op zoek naar kippenvel van hogere kwaliteit... Hoelang zal het duren voor de perfectionist in mij de gemakzuchtige zover krijgt ? Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders