Een jongetje dat altijd met zijn neus in de boeken zat, dat was ik. Ik had veel fantasie, en schreef al jong, toen al was ik een verteller. Mijn vader was leraar, mijn moeder huismoeder. Er waren in mijn jeugd twee momenten die mij heel onzeker gemaakt hebben. Toen ik zes was, verhuisden mijn ouders van Kortrijk naar Kuurne, een heel gesloten gemeente. Midden het jaar moest ik van school veranderen. Toen ik met de besten van de klas mocht voorlezen bij de Eerste Communie, kwam een ouder reclameren omdat ik niet 'van Kuurne' was. Het nieuwe slimme jongetje was niet geliefd, ik ben me daar een buitenstaander blijven voelen. Als jongen had ik ook heel veel acne. Er zijn maar weinig dingen die je nog onzekerder maken."
...