Ik heb waarschijnlijk te veel Amerikaanse films genre Dave, Wag the Dog en Primary Colors gezien, want een politiek woordvoerster stel ik me nog altijd voor als een kordate dame van middelbare leeftijd in een power suit en met een bril aan een koordje. Kordaat is ze ongetwijfeld, Mieke Candaele, maar op haar vijfendertigste is de blonde ex-journaliste van TV Brussel nog lang niet aan een koordjesbril toe. Mij lijkt woordvoerder van de premier zijn zoiets als koorddansen zonder net: je balanceert voortdurend tussen de belangen van de regering en die van de pers, en die twee liggen niet noodzakelijk in elkaars verlengde. Maar Mieke Candaele voelt zich in de eerste plaats een bevoorrechte getuige van een uniek politiek experiment.
...

Ik heb waarschijnlijk te veel Amerikaanse films genre Dave, Wag the Dog en Primary Colors gezien, want een politiek woordvoerster stel ik me nog altijd voor als een kordate dame van middelbare leeftijd in een power suit en met een bril aan een koordje. Kordaat is ze ongetwijfeld, Mieke Candaele, maar op haar vijfendertigste is de blonde ex-journaliste van TV Brussel nog lang niet aan een koordjesbril toe. Mij lijkt woordvoerder van de premier zijn zoiets als koorddansen zonder net: je balanceert voortdurend tussen de belangen van de regering en die van de pers, en die twee liggen niet noodzakelijk in elkaars verlengde. Maar Mieke Candaele voelt zich in de eerste plaats een bevoorrechte getuige van een uniek politiek experiment. Hoe wordt iemand woordvoerder van de eerste minister?Mieke Candaele: Eind juli werd ik benaderd door Guy Vanhengel, zelf jarenlang woordvoerder van Verhofstadt, onder andere toen die minister van Begroting en vice-premier was. Mijn eerste vraag was natuurlijk waarom hij die job zelf niet wilde. "Als ik woordvoerder van de premier word, laat mijn vrouw mij niet meer binnen", antwoordde hij halflachend. Maar nee, Guy Vanhengel heeft er bewust voor gekozen om zijn carrière als VLD-parlementslid in Brussel uit te bouwen. Natuurlijk gaat er van alles door je heen als je zo'n job aangeboden krijgt. Enerzijds is het an offer you can't refuse, maar aan de andere kant was ik mij er zeer van bewust dat ik het als neofiet in de Wetstraat niet gemakkelijk zou hebben. De Wetstraatkliek, de politici en de journalisten onderling, dat is een gesloten wereldje, heel ons kent ons. En wie is in 's hemelsnaam Mieke Candaele? Door mijn werk voor TV Brussel kende ik wel een aantal journalisten, maar de Wetstraat kende ik absoluut niet. Verhofstadt trouwens ook niet. Voor TV Brussel had ik hem wel een paar keer geïnterviewd, maar ik weet niet eens of hij zich dat nog herinnerde. Ik kom ook niet uit de partij, ik had geen enkele band met de VLD, ik heb trouwens nog altijd geen lidkaart. Nee, volgens mij opteerden ze voor een journaliste. Aan de ene kant was het dus een heel aantrekkelijk aanbod, anderzijds had ik iets van: God nee, daar durf ik niet aan te beginnen. Wat de doorslag gaf, was het gesprek met Verhofstadt. Het was heel kort, ik heb nog nooit zo rap een job gehad. Maar het klikte: je voelt aan of dat gaat of niet, en voor de rest is het een kwestie van vertrouwen dat moet groeien. Aanvankelijk was dat niet zo evident. Ik besefte goed hoe hij alles nauwgezet volgde. Maar mettertijd, en vooral als je een moeilijke situatie goed hebt opgelost, voel je dat het vertrouwen inderdaad groeit. Steeds meer woordvoerders zijn ex-journalisten. Omdat stropers de beste boswachters worden?Ik herinner mij een artikel in het vakblad De journalist waarin met een kritische ondertoon over dat fenomeen geschreven werd, zo van: ze nemen die mensen in huis om de journalisten met hun eigen wapens te bestrijden. Alsof de pers de vijand is. Nee, ik denk dat de regering in het kader van de nieuwe openheid juist een beter contact met de journalisten wil hebben. En dat men daarom kiest voor mensen die de eisen van het medium kennen. Zelf heb ik ervaring met televisie: als het nodig is kan ik voor de camera een interview geven. Ik weet ook hoe belangrijk een deadline is en hoe gevoelig men is voor beeld in het algemeen. Neem nu het bezoek van de premier aan de luchthaven van Schiphol, in het kader van de lawaaiproblematiek in Zaventem. Als je de pers meeneemt, heeft het geen zin om de journalisten domweg in een zaaltje te verzamelen voor een briefing. Nee, ze moeten hetzelfde zien als de premier. Daarom hebben we tegen de woordvoerders van Schiphol gezegd: toon ons op het terrein een aantal praktische toepassingen van de bestrijding van geluidshinder. Je had het over de nieuwe openheid die de regering nastreeft. Welke gevolgen heeft dat voor jouw job?Ik ben een nieuwkomer in de Wetstraat, ik kan natuurlijk niet met vroeger vergelijken. Maar neem nu de ministerraden: vroeger gebeurden die op Hertoginnedal, nu in Wetstraat 16. Als er een belangrijk punt op de agenda staat, wachten de journalisten daar 's ochtends aan de deur. Ze kunnen de ministers aanspreken bij het binnengaan en ook achteraf. Er is nu ook elke vrijdagnamiddag na de ministerraad een persbriefing waar de premier, al dan niet vergezeld van andere ministers, de beslissingen van de regering toelicht en de journalisten de gelegenheid hebben om vragen te stellen. Niet alleen over de ministerraad, maar over allerlei actuele dossiers. Onlangs bijvoorbeeld was er zeer veel pers, ook buitenlandse, om zich te informeren over de houding van België tegenover Oostenrijk. De journalisten hebben dus echt de kans om het reilen en zeilen binnen de regering op de voet te volgen. Voor de pers is dat natuurlijk positief. Anderzijds maakt dat het voor ons wel moeilijker om al die communicatiekanalen naar buiten te beheersen. Daardoor leeft bij de pers en misschien ook wel bij het publiek nu vaker de indruk: ze zijn het niet eens, ze maken ruzie, de regering is in crisis. Soms staan wij echt te kijken van wat er 's morgens allemaal in de kranten staat. Maar het is een bewuste keuze van Verhofstadt om iedereen zijn mening te laten zeggen. Blijkbaar moet de pers dat nog naar waarde leren schatten. Ik zou het in elk geval jammer vinden dat deze regering zou kiezen voor minder openheid, alleen maar omdat de pers elke discussie aandikt en als een crisis voorstelt. Voel je je nu aanvaard in de gesloten wereld van de Wetstraat?Nu wel, maar de eerste dagen zal ik niet snel vergeten. Ik werd overspoeld met telefoontjes van journalisten. Een ware vuurproef was het, en ja, op dat moment wist ik echt niets. Telkens ik de telefoon opnam, was het met een bang hart, bijna zoals bij een quiz: zal ik het antwoord weten of niet? Intussen heb ik geleerd dat het geen schande is iets niet te weten. Zeker op een kabinet als dit: je hebt geen eigen vakgebied, je wordt ook geconfronteerd met vragen van journalisten die andere ministers aanbelangen. Je moet vooral correct zijn, je afspraken naleven en ervoor zorgen dat je de gevraagde informatie zo snel mogelijk wél geeft. In het begin kende ik ook veel van de journalisten niet. Ik werd geconfronteerd met mensen die al veel langer in het circuit meedraaiden dan ik, die de premier ook al langer kenden en zich daar op lieten voorstaan. Maar ik voel dat ik stilaan aanvaard word. De impact van televisie-interviews is niet gering, heb ik gemerkt: als ik op het scherm verschijn als woordvoerster van de premier, is dat een fysieke bevestiging van mij in mijn functie, en dat heeft een opmerkelijk effect.Krijg je daar een kick van?Niet van met mijn kop op televisie te komen, dat was ik gewend. Voor mij is de kick van deze job dat ik weet dat ik een bevoorrechte toeschouwer ben bij een interessant experiment en dat ik daar stilaan ook meer bij betrokken raak. Niet dat ik een actieve rol speel in het beleid, maar de premier is wel gevoelig voor onze mening over bepaalde zaken. Zeker over de manier waarop dingen naar buiten worden gebracht. Als je voelt dat je daar effectief een rol in speelt en je optreden positief beoordeeld wordt, zowel door de premier als door de journalisten, dan heb je daar ongelooflijk veel voldoening van. In het begin was ik zelf onder de indruk van mijn eigen functie, of beter, van de manier waarop anderen erop reageerden. Met de tijd wordt het natuurlijk een job als een andere. Nee, de échte kick is dat je met je neus op de dingen zit en dat je inzicht krijgt in de manier waarop beslissingen tot stand komen en het land bestuurd wordt.Tegenover die kick staat zware druk. Beantwoordt de realiteit aan je verwachtingen?Men had mij van tevoren gewaarschuwd dat het zwaar zou zijn. Rationeel besefte ik dat dus wel, maar het aan den lijve ondervinden is toch nog iets anders. Niet dat ik dag en nacht aan het werk ben, maar ik ben wel dag en nacht beschikbaar. Bovendien hangt mijn agenda vast aan die van de premier, dat maakt het moeilijk om privé-afspraken te plannen. De job zelf is een permanente evenwichtsoefening: enerzijds is er je loyauteit tegenover de premier en moet je ervoor zorgen dat het beleid van deze regering zo positief mogelijk overgebracht wordt, anderzijds moet je de pers tevreden stellen en die belangen komen niet altijd overeen. Walter Zinzen zei het onlangs nog in een radiointerview: "Het scabreuze van deze job is dat voor journalisten slecht nieuws goed nieuws is." Zo is het dus echt en daaruit volgt ook dat goed nieuws geen nieuws is. Maar wij zijn wel afhankelijk van de pers om het beleid van de regering tot bij de bevolking te brengen, ook als het om goed nieuws gaat, en dat is niet altijd evident. Je hebt geen VLD-partijkaart, maar ik veronderstel dat je toch minstens affiniteit met het gedachtengoed van je opdrachtgever moet hebben.Precies doordat ik voor de premier werk, ligt dat toch anders, denk ik. Ik heb de job in de eerste plaats aanvaard omdat ik geloofde in het paarsgroene project als een geheel. Ik weet niet of ik het ook gedaan zou hebben voor een andere coalitie. De vraag om lid te worden van de partij is op geen enkel moment gesteld. Mijn loyauteit aan de premier staat natuurlijk buiten kijf. Maar zijn rol is in de eerste plaats om de hele regeringsploeg bijeen te houden en die van de woordvoerders dat ze positief naar buiten komt. Bij de woordvoerder van de individuele ministers ligt dat misschien anders, maar als je voor de premier werkt, komt het er niet op aan om hem alleen te laten scoren, maar ook de hele ploeg. Voor andere ministers is het belangrijker om individueel te scoren, op hun specifieke vakterrein, daarom vallen er bij hen voor de journalisten meer primeurs te rapen dan bij de premier.Je kunt nu wel stellen dat je vooral het beleid van de regering promoot, maar Verhofstadt is toch het gezicht van die regering. Wat zijn zijn positieve en negatieve kanten?Elke mens is feilbaar en Verhofstadt is dat ook. En elke mens wil graag gezien worden. Ik denk dat dat bij Dehaene net zo goed het geval was, maar die gaf meer de indruk dat het hem niet kon schelen wat men van hem dacht. Guy Verhofstadt laat gemakkelijker merken dat hij graag gezien wil worden en dat hij graag wil dat het paarsgroene project waarin hij zo gelooft positief geëvalueerd wordt. Hij zal er zich niet snel vanaf maken met "Geen commentaar". De pers is zich bewust van die gevoeligheid en dat maakt Verhofstadt kwetsbaar. Dat de nieuwe openheid een goede zaak is, staat voor mij buiten kijf. En natuurlijk wil de pers primeurs. Maar soms is in de politiek de tijd nog niet rijp om met een beslissing naar buiten te komen. Je kunt het vergelijken met een zwangerschap: een vrouw zegt de eerste maanden ook niet graag dat ze zwanger is, want er kan nog van alles mislopen. De pers speelt nu korter op de bal, omdat de journalisten weten dat Verhofstadt openstaat voor vragen. Misschien hoort het wel tot onze taak om hem een beetje tegen zichzelf in bescherming te nemen. Waarom is er eigenlijk een woordvoerder aanwezig als de premier interviews geeft?Ik denk dat dat nogal gebruikelijk is. In principe zijn wij bij een interview aanwezig als waarnemer, ook al om praktische redenen: om de tijd in het oog te houden en aanvullende informatie aan te reiken. Het is uiteraard niet de bedoeling dat wij actief deelnemen. Goed, er was dat interview in Humo waarin de journalist ook korte interventies van mij had weergegeven. Blijkbaar was dat opmerkelijk, want via via heb ik opgevangen dat sommige journalisten vonden dat ik nogal lef had. Maar de sfeer op het kabinet is nu eenmaal heel open en informeel en dat heeft alles te maken met de figuur van Verhofstadt zelf. Hij is impulsief en neemt geen blad voor de mond. In het begin hebben wij een paar kleine aanvaringen gehad. Echt fijn was dat niet. Je gaat niet voor je plezier met hem in de clinch. Uiteindelijk is hij toch de Premier. Maar hij aanvaardt ook dat je hem van antwoord dient en dat zorgt voor een stimulerende wisselwerking. Voor mij is dat een voorwaarde om deze job te doen. Ik zit er niet bij om in het behang te verdwijnen. Wat is de taakverdeling tussen jou en je collega Alain Gerlache? Is dat puur een taalkwestie?In principe wel, ja. Hij is verantwoordelijk voor de Franstalige pers, ik voor de Nederlandstalige. Maar bon, wij zitten in hetzelfde kantoor, als hij er niet is, neem ik zijn telefoon op en vice versa. En als de premier ergens naartoe gaat, moeten wij daar niet allebei bij zijn. Voor de buitenlandse reizen is er een beurtrol. Wij staan op hetzelfde niveau, maar Alain is tien jaar ouder en heeft veel meer ervaring in de Wetstraat. Het is normaal dat hij de politieke gevoeligheden soms sneller inschat dan ik, vooral in crisismomenten. Maar ik heb dan weer het voordeel dat ik meer voeling heb met de publieke opinie in Vlaanderen. Onze functies zijn dus wel degelijk complementair. Moniek Delvou, jarenlang woordvoerster van Dehaene, zei onlangs in het Radio 1-programma Piazza dat een goed woordvoerder in het hoofd van zijn opdrachtgever moet zitten.Ik kan mij goed voorstellen dat Moniek Delvou zoiets zegt: ze heeft tien jaar of nog langer voor Dehaene gewerkt. Als je heel dat traject samen aflegt, groei je onvermijdelijk naar elkaar toe. Zij kwam ook uit de CVP en heeft dus een andere achtergrond dan ik. Gekend heb ik haar niet, maar ik weet dat zij een stevige reputatie had. De journalisten herinneren zich natuurlijk vooral de Moniek Delvou van op het einde. Maar om een perscommuniqué op te stellen moest ze het soms met vijf woorden van Dehaene doen, dat zal haar job zeker niet gemakkelijker gemaakt hebben. Wat de huidige permier betreft, ik weet natuurlijk wel wat hij belangrijk vindt. Er is nu ook veel meer overleg: Verhofstadt is een toegankelijk man, ik kan hem bij wijze van spreken op elk moment van de dag benaderen als ik met een vraag zit.In hetzelfde radioprogramma vertelde Delvou dat ze er ook voor zorgde dat Dehaene bij televisieoptredens netjes voor de dag kwam.Ik denk dat ik zelf nog te veel schroom heb om opmerkingen over Verhofstadts voorkomen te maken, ik vind het ook meer het terrein van zijn vrouw of zijn secretaresse. Het is niet zo dat wij woordvoerders ons actief bezighouden met de styling van de premier. Op het kabinet wordt weleens voorzichtig gesuggereerd dat hij een nieuw pak of een nieuwe das zou mogen kopen. Na de televisiebeelden van de Top van de Francofonie in Canada kon je hier en daar de kritiek horen dat hij er slungelachtig bijliep. Hij heeft inderdaad niet altijd een goede houding, hij loopt niet mooi recht. Zelf ligt hij er niet wakker van, maar omdat hij zich ervan bewust is dat de manier waarop hij verschijnt belangrijk is voor de beeldvorming, probeert hij er wel rekening mee te houden. Een poosje geleden had hij een nieuwe bril nodig: wel veertig monturen had hij naar het kabinet meegebracht en daar moesten we allemaal onze mening over zeggen. Dat zorgde voor hilariteit, vooral omdat het hem eigenlijk helemaal niet kan schelen hoe hij er bijloopt. Steeds meer woordvoerders zijn vrouwen. Ligt dat aan onze veelgeroemde communicatievaardigheid?Ik denk dat bij de woordvoerders van de federale regering de verhouding haast fiftyfifty is. Ik zou echt niet weten of vrouwen nu zoveel communicatiever zijn dan mannen. Ik denk dat het gewoon samengaat met een evolutie in de politiek. Meer vrouwen nemen actief deel aan het beleid, deze regering heeft nu toch twee vrouwelijke vice-premiers, Onkelinx en Durant. Wat mij eigenlijk nog meer opvalt, is dat er onder de woordvoerders zoveel jonge mensen zijn. Bij de vrouwen zijn er verschillende jonger dan ik, alleen Rosanne Germonprez is ouder. Moet je je als vrouw niet redelijk ingetogen gedragen om ernstig genomen te worden in de politieke wereld, zeker als je er goed uitziet?Als dat al zo is, dan doe ik dat toch niet. Het ligt ook niet in mijn aard. Bij ons op het kabinet ben ik de enige vrouw op Niveau 1, maar ik beschouw dat noch als een voordeel, noch als een handicap. Ik word beoordeeld op mijn werk, niet meer of niet minder. Daarbuiten weet ik liever niet wat er over mij gezegd wordt. Onlangs hoorde ik dat er toch wel wat speculaties waren over de manier waarop ik aan deze job gekomen was. Daar sta ik dan wel van te kijken: als ik een man zou zijn, was dat totaal niet aan de orde geweest.Heb je een soort zwijgplicht over de interne keuken en moet je ook als privé-persoon je woorden wikken en wegen?Dat spreekt vanzelf. Het is natuurlijk opwindend iets te weten dat anderen niet weten en een menselijke reflex dat met iemand te willen delen, maar de premisse is dat je dat niét doet. Je weet waar de gevoeligheden liggen en wat de gevolgen kunnen zijn van loslippigheid. Je kunt best vanuit je ervaring met familie en vrienden over politiek praten, maar dan zonder informatie vrij te geven die binnen het kabinet moet blijven.Als er in Het Laatste Nieuws staat dat je vindt dat Filip Mathilde vasthoudt als een wielrenner zijn fiets, word je dan op de vingers getikt?Nee, gelukkig niet. Onder vrienden heb ik met die opmerking goed gescoord, maar het werd mij wel koud om het hart toen ik het las. Het gesprek met die bewuste journalist was heel vlot en grappig en humor is voor mij een absolute noodzaak in deze job. Maar er is on en off the record, dat is een van de codes van de politieke verslaggeving, en toen ik die uitspraak deed, ging ik er automatisch van uit dat die opmerking als off the record werd beschouwd. Ik was toen nog niet lang in functie, ik had beter moeten inschatten dat die journalist zoiets te mooi vond om het niet te gebruiken. Maar nee, ik ben gelukkig niet op de vingers getikt. De premier stond 's morgens meteen bij mij, zwaaiend met Het Laatste Nieuws, maar hij was vooral kwaad op die journalist. Hij weet ook wel hoe dat gaat tussen woordvoerders en de pers. Maar als die ongeschreven code niet gerespecteerd wordt, dan kun je op de duur niets meer zeggen en daar heeft niemand iets aan. Dat heb ik achteraf ook duidelijk gemaakt aan die journalist en hij besefte ook wel dat hij een grens overschreden had. Vooral met de geschreven pers ligt het soms moeilijk. Televisie en radio zijn afhankelijk van wat er op de klankband staat, maar krantenjournalisten kunnen je woorden op verschillende manieren weergeven en dat gebeurt niet altijd even correct. Tot nu toe zijn het uitzonderingen, maar het is mij al overkomen dat mij woorden in de mond gelegd werden die ik absoluut niet gezegd had. "Jamaar, dat bedoelde je toch", zegt zo'n journalist dan... Op die manier wordt je job onleefbaar. Daarom is het belangrijk dat je een vertrouwensrelatie hebt.Wat als je een beslissing moet meedelen waar je zelf niet achter staat?Gelukkig heeft zich dat nog niet voorgedaan, ik heb nog nooit voor een serieus gewetensprobleem gestaan. Intern is er bij ons altijd ruimte voor discussie; om een beleidskeuze te motiveren tegenover de pers en de publieke opinie is het vooral belangrijk om te begrijpen hoe ze tot stand gekomen is. In de politiek is iets zelden wit of zwart, er zijn veel grijstinten.Guy Verhofstadt deed onlangs een oproep voor meer vrouwen in de politiek. Voel je je zelf niet aangesproken om een mandaat op te nemen?Nee, ik vind het prettiger om waarnemer te zijn, misschien heeft dat iets met mijn journalistieke verleden te maken. Ik wil het politieke bedrijf tot in de finesses doorgronden, het is een absoluut boeiende wereld, maar één die ik bij voorkeur vanop een zekere afstand beschouw. Of dit een job is waarin ik mij persoonlijk kan profileren? Minder dan mijn vorige. Het is in de eerste plaats een uitvoerende taak, voor creativiteit is er niet veel ruimte. Maar ik heb er geen moeite mee om meer achter de schermen te werken. Trouwens, je kunt jezelf als persoon niet helemaal uitschakelen. Als ik informatie krijg van de premier, stel ik de vragen die ik zelf belangrijk vind en waarvan ik vermoed dat ze ook voor de pers interessant zijn. Zo leg je vanzelf accenten. Je bent meer dan een spreekbuis, anders konden ze net zo goed een boodschap op een antwoordapparaat zetten.Linda Asselbergs / Foto Lieve Blancquaert