Spike Lee, de bekendste zwarte regisseur uit Amerika ("Do the Right Thing", "Malcolm X"), is ontegenzeggelijk een begenadigd filmmaker, maar hij is ook een drammerige predikant. Dat laatste mocht andermaal blijken uit de wijze waarop hij tekeerging tegen de nieuwste Quentin Tarantino, "Jackie Brown", omdat daarin overmatig het woord nigger valt (welgeteld 38 keer, wist Spike Lee). Het is zeker niet de eerste keer dat Lee zich opwerpt als woordvoerder van de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap en als enige die mag bepalen wanneer een Hollywoodfilm racistisch is. Wat zijn gezeur daaromtrent zo irritant maakt, is dat zijn eigen films niet altijd vrij te pleiten zijn van antisemitisme of vooringenomenheid jegens blanken. Telkens als ik een interview deed met Lee, had ik het gevoel dat hij me deels verantwoordelijk achtte voor de slavernij.

Die twee facetten van zijn persoonlijkheid - de preekzucht en het rasecht filmtalent - komen weer uitvoerig aan bod in "Get On the Bus", zijn voorlaatste en hier ten lande onuitgebrachte film, die nu in het kader van een retrospectieve eenmalig wordt vertoond in het Filmmuseum van Antwerpen.

"Get On the Bus" toont de busreis van vijftien zwarte Amerikanen van Los Angeles naar Washington, waar ze mee zullen opstappen in de "Million Man March", de grootscheepse solidariteitsactie van Black America, in 1995 georganiseerd door de omstreden dominee Louis Farrakhan.

Het gezelschap is uitermate divers: een halfbloed, een zwarte moslim, een eigenwijze acteur, een uit elkaar gegroeid homopaar, een succesrijke autodealer, een delinquente zoon die met handboeien aan zijn vader geklonken is, een bezadigde opa die er kennelijk voornamelijk bijloopt om aan het eind te mogen doodgaan. De passagiers noemen elkaar brothers, maar vaak hebben ze behalve hun huidskleur niets met elkaar gemeen. Lees busje is een microkosmos van de Afro-Amerikaanse samenleving, een doorsnede - compleet met alle tegenstellingen, conflicten en contradicties - van wat er dezer dagen leeft bij de zwarte mannelijke bevolking.

Demonstratieve discussies worden afgewisseld met rappende muzikale montages in een even snel als goedkoop gemaakte film, die bruist van energie en bezieling. Dit keer scandeert Lee niet in de eerste plaats antiblanke slogans: hij richt zich vooral tot zijn zwarte medemens. En rekent daarbij af met een aantal vooroordelen, maar ook echte kwalen waar de zwarte gemeenschap door getroffen wordt: vrouwenhaat, homofobie, antisemitisme, drugsverslaving, geweld en broedermoord. De productiekosten bedroegen niet meer dan 2,5 miljoen dollar, bij elkaar verzameld door vijftien Afro-Amerikanen die het wél gemaakt hebben in de VS, onder wie acteurs Wesley Snipes en Danny Glover, maar ook O.J.Simpson-advocaat Johnnie Cochran.

"Get On the Bus" van Spike Lee, met Richard Belzer, Ossie Davis, Albert Hall.

Patrick Duynslaegher