De Europese wetgeving speelt niet bepaald in op het fenomeen van de zeer korte auto. In Japan, waar het plaatsgebrek in het verkeer nog nijpender is dan bij ons, ligt dat helemaal anders. Jaren geleden al werd daar een speciale categorie van wagens korter dan 3,30 m en met een motor met een slagvolume van maximum 660 cm3 in het leven geroepen. Kopers van die microcars genieten fiscale en andere voordelen en zijn als bewoners van grootsteden bijvoorbeeld niet verplicht om een garage te bezitten. Het fenomeen kende heel wat succes ; bijn...

De Europese wetgeving speelt niet bepaald in op het fenomeen van de zeer korte auto. In Japan, waar het plaatsgebrek in het verkeer nog nijpender is dan bij ons, ligt dat helemaal anders. Jaren geleden al werd daar een speciale categorie van wagens korter dan 3,30 m en met een motor met een slagvolume van maximum 660 cm3 in het leven geroepen. Kopers van die microcars genieten fiscale en andere voordelen en zijn als bewoners van grootsteden bijvoorbeeld niet verplicht om een garage te bezitten. Het fenomeen kende heel wat succes ; bijna alle constructeurs stapten in de boot en ontwierpen gesofisticeerde microcars, vaak voorzien van een turbo en een opwindende verpakking. Die trend waait nu eindelijk over naar Europa waar Daihatsu en Suzuki met interessante voorstellen aankomen : in Genève stonden de Move van Daihatsu en de Wagon R+ van Suzuki te kijk. De Wagon R+ is eigenlijk al een evolutie van de succesvolle Wagon R, die in 1993 in Japan werd gelanceerd en daar tot wagen van het jaar werd uitgeroepen. Van de pittige kleine werden in 38 maanden liefst 500.000 stuks gesleten, terwijl vorig jaar nog eens 200.000 kopers werden gevonden. Om de wagen aan te passen aan de wereldmarkt werd de R+ ontworpen, die 10 cm breder en 10 cm langer werd dan het oorspronkelijk model en voorzien wordt van een aluminium viercilinder/zestienkleppenmotor van 1000 cm3, die 65 pk levert. De Wagon R+, die 3,41 m lang is en in de hoogte werd uitgebouwd, ziet er wel een stuk kwetsbaarder uit dan de A-klasse van Mercedes, en biedt binnenin ook minder verstelmogelijkheden van de stoelen. Wel kunnen de rugleuningen van voor- en achterstoelen worden neergeklapt zodat twee heuse bedden ontstaan, maar de praktijk heeft ons geleerd dat daar zelden of nooit gebruik van wordt gemaakt. Veel liever hadden we een achterbank gezien die in de lengterichting verplaatsbaar was, zoals dat bij de Renault Twingo het geval is. De kleine Suzuki krijgt standaard wel twee airbags en een snelheidsafhankelijke stuurbekrachtiging mee en kan ook met een viertrapsautomaat worden geleverd. Om in te spelen op de lifestyle van de klant worden ook nog vier varianten gecommercialiseerd : de Sport (met verlaagde ophanging en 14-duims aluminium velgen), de Outdoors (met een transportkoffer op het dak en een ladder achteraan), de Country (met een instrumentenbord in fineerhout) en de Custom met een hertekend koetswerk en bestemd voor de extraverte types. Voor de basisversie moet men op 350.000 tot 400.000 frank rekenen... en nog een paar maanden geduld oefenen. De Daihatsu Move staat veel dichter bij het oorspronkelijke Japanse ontwerp, meet slechts 3,31 m en is slechts 1,40 m breed waardoor hij er vooral smal en breekbaar uitziet eigenlijk het tegengestelde van het A-project dat Mercedes wist uit te werken.