Aanvankelijk had de nu 55-jarige Fransman Michel Aroutcheff een behoorlijk klassieke carrière voor ogen: hij wilde architect worden. Maar al tijdens zijn opleiding bleek hij een stuk handiger dan zijn medestudenten in het maken van maquettes. In die mate zelfs dat zijn stageleider hem de opdracht gaf de maquette voor het Franse paviljoen voor de wereldtentoonstelling van '67 in Montreal uit te werken.
...

Aanvankelijk had de nu 55-jarige Fransman Michel Aroutcheff een behoorlijk klassieke carrière voor ogen: hij wilde architect worden. Maar al tijdens zijn opleiding bleek hij een stuk handiger dan zijn medestudenten in het maken van maquettes. In die mate zelfs dat zijn stageleider hem de opdracht gaf de maquette voor het Franse paviljoen voor de wereldtentoonstelling van '67 in Montreal uit te werken. We ontmoeten de uitgeweken Parijzenaar op het Franse platteland (op pakweg een half uur van Genève), waar hij woont en werkt omgeven door een pastoraal landschap waarin de zuivere lucht voelbaar aanwezig is, en dat alles tegen een achtergrond van de besneeuwde Alpen. "Natuurlijk wilde ik dat paviljoen later ook live zien, en ik had al een toezegging om in Montreal te gaan werken, maar door allerlei politieke spelletjes kreeg een leuk meisje die opdracht." Michel Aroutcheff lacht hardop. Hij ging toch naar Montreal, zij het op eigen kosten, kon er als technisch tekenaar vrijwel meteen voor de burgerluchtvaart aan de slag en bleef er uiteindelijk vijf jaar. Toen hij naar Parijs terugkeerde, bleek hij er ineens maar moeilijk te kunnen aarden. "Ik stikte er, besefte dat er in Canada plaats zat was geweest. Ik wist opeens dat ik behoefte had aan de natuur en vertrok met mijn vrouw naar de Haute Savoie." Daar begon Aroutcheff met het maken van eenvoudig, houten speelgoed. Zijn solide vrachtwagens raakte hij zonder veel moeite kwijt, hij begon weer aan andere modellen en zette een klein atelier op. "Ik hield van het werken met hout en ik hield van de auto's die ikzelf creëerde, gebaseerd op bestaande wagens. Ik maakte ze langer en eleganter, stileerde en decoreerde ze. Het eindresultaat voorzag ik van een laklaag en tegelijkertijd opende ik als het ware de markt voor dat soort objecten. Ik moet toegeven dat mijn werk niet geheel onopgemerkt voorbijging. Korte tijd later ontmoette ik een kerel die een fabriek bezat in de Jura en me voorstelde kleine series te maken. De toekomst lachte me toe en in 5 jaar creëerde ik misschien 25 verschillende modellen." Na vijf jaar wilde de fabrikant wel wat anders en verkocht hij zijn bedrijf. De nieuwe eigenaar weigerde echter de royalty's verder uit te betalen en Aroutcheff viel van de ene dag op de andere zonder werk. "Ik was behoorlijk radeloos, besefte dat al wat ik zou maken snel door anderen gekopieerd kon worden en in ontwikkelingslanden geproduceerd zou worden. Maar tegelijkertijd wilde ik me niet gewonnen geven en spande een proces aan tegen de nieuwe eigenaar, die mijn modellen kopieerde zonder enige vorm van tegensprestatie. Dat juridische gevecht heeft 13 lange jaren geduurd, maar uiteindelijk heb ik het gehaald en ben ik uitbetaald. Vooraleer het zover was, stapte ik echter naar Kuifje en stelde voor driedimensionale modellen van een aantal objecten uit de stripverhalen te maken. Mijn eerste creatie was de raket, later kwamen de onderzeeër, het watervliegtuig, de tank en de Amerikaanse taxi. Met de ruggensteun van Kuifje zat ik goed beschermd tegen eventuele nabootsers. Het enige criterium dat ik mezelf oplegde, was dat het om voertuigen moest gaan. Maar dan wel voertuigen met een ludiek kantje eraan, zodat ik ze op een levendige manier kon voorstellen. In die voertuigen wilde ik mensen plaatsen omdat ze dan een andere dimensie krijgen. En natuurlijk moeten ze kunnen bewegen, ze moeten letterlijk kunnen rijden. Het eerste wat een belangstellende doet, is een auto naar voren en naar achteren rijden. Van vliegtuigen vond ik dan weer dat bijvoorbeeld de propellers moesten kunnen ronddraaien. Ik vond het creëren van dat soort speelgoed geweldig en ik leefde er helemaal van op. Je pouvais vivre en jouant." De fabriek waar Aroutcheffs modellen ontstaan, werkt echt wel op mensenmaat. In één atelier zit een meubelmaker, in een ander atelier worden de vormen gegoten of brengt een vrouw de laatste details aan op het gezicht van Guust Flater. Al geeft de ontwerper ruiterlijk toe dat het hem niet in de eerste plaats om de personages is te doen. "Ik ben niet zo goed in het maken van mensen en dieren, maar ik kan dan weer wel goed overweg met volumes, gebouwen, auto's, doorsnedes van auto's en motoren. De personages maken het geheel een stuk levendiger, maar in essentie gaat het om de wagens van de helden. Daarnaast heb ik een boontje voor bepaalde modellen, zoals de Renault 4CV, la voiture du peuple, de auto waarmee de Fransen na de oorlog tijdens de eerste betaalde vakanties naar het platteland reden om te gaan picknicken. Maar ook het torengebouw uit Largo Winch sprak me wel aan. Omdat het zo streng en zo grijs is, plaatste ik op de hoogste etage een zwembad en een helikopter. Een stukje platteland op 300 meter hoogte. Het is heerlijk werken omdat je verplicht bent allerhande opzoekingen te doen, informatie in te winnen. De maanraket heeft in het stripverhaal bijvoorbeeld hoekige vleugels, maar op het bureau van ingenieur Wolf verschijnt een enkele keer een maquette van een raket met meer afgeronde vleugels. Die maquette staat naast een rinkelende telefoon en leek me veel eleganter. Ik vergeleek de verhoudingen van de telefoon en de raket en werkte mijn eerste prototype uit. Sindsdien zijn er vijf versies van op de markt, van de kleinste, die 11 centimeter hoog is, tot de grootste, die 114 centimeter meet. De raket is niet goedkoop maar daar is een goede reden voor: opdat het hout niet zou barsten moet het verscheidene behandelingen ondergaan, onder meer een jaar lang te drogen worden gelegd. Bovendien is de verkoopprijs dan nog een aantal keer verveelvoudigd voor het ding in de kleinhandel geraakt. Toch blijft het lukken. De eerste exemplaren werden vijftien jaar geleden gemaakt en sindsdien zijn ze een succes gebleven. Van het grootste model verkopen we jaarlijks toch een behoorlijk aantal exemplaren." Vanaf 1995 begon Aroutcheff zijn werkterrein uit te breiden en vond hij inspiratie bij Blake & Mortimer en vooral bij Guust Flater. "Maar het allerbelangrijkste was misschien nog dat ik een erg affectieve band kreeg met vele van mijn klanten. Ondertussen waren er allerhande wonderlijke ontmoetingen. Een paar jaar geleden bood zich een kerel bij me aan die Renaud Moureaux heette, met onder de arm een dossier over Franquins Turbotraction, waarvan ik een model had gemaakt. Dat dossier is als een soort thriller opgevat waarin op zoek wordt gegaan naar het rijdende prototype van de Turbotraction. Het geheel is geïllustreerd met wonderlijk gedetailleerde technische tekeningen, met de getuigenis van een pomphouder die zich herinnert dat er ooit iemand bij hem met de wagen is langs geweest en dat hij het futuristische tuig heeft volgetankt. Ik was danig in de ban van die creatie dat ik besloot ze als een dossier aan de man te brengen, in een beperkte oplage van 500 stuks, waarvan de helft inmiddels de deur uit is. Het was in ieder geval een wonderlijke ervaring te mogen meemaken dat iemand zich in de huidige tijd nog zo kan toeleggen op een wagen die alleen maar op papier heeft bestaan. Dat houdt me jong. Overigens moet je niet denken dat al die tuigen in de stripverhalen louter verzinsels van de geest zijn. In de meeste gevallen staan ze veel dichter bij de realiteit dan men vermoedt. De maanraket is natuurlijk een extrapolatie van een pure V2. Toen ik naar het La Coupole-museum in Noord-Frankrijk ging, waar de pogingen van de Duitsers worden getoond om een ondergrondse raketbasis te bouwen, was ik zwaar onder de indruk van wat de Duitsers op het punt stonden te realiseren. Zelfs de kleine duikbootjes, de sousmarins requins, hebben in een bijna gelijkaardige vorm bestaan en werden ontwikkeld om tijdens de oorlog tussen de mazen van de netten voor de havens te glippen en te spioneren. De Zorglumobile van Franquin, met zijn vier motoren, is geïnspireerd op een tuig dat bij het Amerikaanse leger is uitgeprobeerd. De gele onderzeeër die met water wordt gevuld om aan de druk op grote diepte te kunnen weerstaan is ook al gebaseerd op een echt ontwerp." We lopen naar een braakliggend stuk land dat voor een deel uit de helling is gehakt en waar Aroutcheff zijn ultieme droom wil realiseren: een houten huis met uitkijk op de Mont Blanc. Een paar kilometer verder komt een assemblagehal die ervoor moet zorgen dat de 'fabriek' wat ademruimte krijgt. Zo zal er op verscheidene banden kunnen worden gemonteerd. Al blijft het essentieel om handwerk gaan. "Eén van de uitdagingen is dat je bij het ontwerpen al aan de productie denkt en het aantal handelingen en stappen probeert te beperken, om het geheel betaalbaar te houden." Michel Aroutcheff glundert als we langs de werkbanken lopen waar de benen van Robbedoes hangen te drogen of Guust Flater achter het stuur van een onafgewerkte auto wordt gezet. Zelf denkt hij er niet meer aan geheel eigen creaties te maken, omdat het lanceren ervan een enorme investering vergt. Bovendien houden boetiekhouders niet van risico's en stellen ze zich al lang tevreden met het succes van de voertuigen van de striphelden. In het bestaande geheel is het snel duidelijk dat Aroutcheff een zwak heeft voor de creaties van Franquin en voor vliegboten. "Ik heb vooral een zwak voor Franquin omdat zijn ontwerpen technisch gesproken in staat zijn om te functioneren. Het zijn niet zomaar dromen in het wilde weg, het gaat om gehelen die coherent zijn, ça tient la route. Daar hou ik wel van. Er zit veel denkwerk en opzoekingswerk achter. En de vliegboten staan natuurlijk voor een periode waarin het echte reizen nog aan de orde van de dag was, waarin elke vliegtuigreis het begin was van een avontuur en men nooit helemaal zeker was of men ook ter bestemming zou geraken. La vie, quoi." De volledige collectie van Michel Aroutcheffs voertuigen staat bij La Bande des Six Nez, Waversesteenweg 179, 1050 Brussel. Tel. 02-513 72 58. On line is ze te bekijken op www.aroutcheff.be.Pierre Darge