Catherine Lê Van is kunstenares. Ze schildert gestileerde oosterse figuren, stillevens, planten en boetseert fragiele hoofden in brons. Dat het Oosten haar inspireert, is niet zo verwonderlijk, want haar roots liggen in het voormalige Indochina, het huidige Vietnam, Cambodja en Laos. Haar grootvader Hy Lê Van huwde er met een Française en vestigde zich later in Frankrijk in de streek rond Troyes, waar zowel Catherine als haar toekomstige man Jean-Michel Pieds opgroeiden.
...

Catherine Lê Van is kunstenares. Ze schildert gestileerde oosterse figuren, stillevens, planten en boetseert fragiele hoofden in brons. Dat het Oosten haar inspireert, is niet zo verwonderlijk, want haar roots liggen in het voormalige Indochina, het huidige Vietnam, Cambodja en Laos. Haar grootvader Hy Lê Van huwde er met een Française en vestigde zich later in Frankrijk in de streek rond Troyes, waar zowel Catherine als haar toekomstige man Jean-Michel Pieds opgroeiden. De twee delen een passie voor kunst, vreemde culturen en verre reizen. Tot voor kort verbleven ze jaarlijks lange periodes in Hanoi, waar Jean-Michel zich als tandchirurg in het lokale ziekenhuis inzette voor de behandeling van dorpelingen uit afgelegen gebieden. Hun reizen en hun zucht naar schoonheid weerspiegelen zich in hun interieur, waar ze een passie voor kleuren combineren met aparte objecten. Elke aankoop kan voor hen een aanleiding zijn tot een nieuwe verzameling, en zo hebben ze telkens weer een reden om lokale markten af te schuimen. "Je begrijpt dat wij een groot huis nodig hadden", grapt Jean-Michel. Er staan pretlichtjes in zijn heldere blauwe ogen, die ondanks zijn rijpere leeftijd nog steeds een jongensachtig enthousiasme uitstralen. In 1980, tijdens een kort verblijf op Ile de Ré, kwamen ze dit pand op het spoor, en in een coup de folie besloten ze het te kopen om er zich permanent te vestigen. "In feite waren we op zoek naar een klein vissershuisje als vakantiewoning, maar zijn hiervoor gezwicht. Totaal onvoorzien." Niet alleen de grote ruimtes en de prachtige lichtinval bekoorden hen, maar ook de geschiedenis van de plek. In 1855 werd de woning gebouwd voor de steenrijke Théodore Phelippot, historicus, kunstverzamelaar en lid van de vrijmetselaarsloge. Hij doopte het huis La Tour Malakoff, als ode aan de overwinning van de Franse generaal Mac-Mahon, die onder het bevel van de Franse keizer Napoleon III met de val van fort Malakoff de Krimoorlog had beslecht. Jean-Michel : "De excentrieke eigenaar had ook een enorme fascinatie voor schrijver-zeeman Pierre Loti, en inspireerde zich voor de inrichting op diens stijl : kleurrijke, exotisch ingerichte kamers en barokke grandeur die lonkt naar verre oorden. Naar alle waarschijnlijkheid is Loti hier ook enkele keren op bezoek geweest. Dat en andere facetten van dit huis fascineerden ons."Al was veel van de oorspronkelijke grandeur wel verdwenen. De grote ruimtes in het oude, uitgeleefde gebouw werden verhuurd als vakantieappartementjes. De muren waren grauw en donker, maar de volumes waren min of meer authentiek gebleven. "Het feit dat alles was overschilderd en veel ornamenten waren verdwenen, draaide eigenlijk in ons voordeel uit", aldus Catherine, die net thuiskomt van een yogasessie. "Daardoor konden we met de kleurkeuzes en inrichting onze eigen gang gaan. We waren jong en we wilden een allesbehalve klassiek interieur. Onze reizen naar Noord-Afrika en Azië beïnvloedden ons daarbij onbewust."De fusie van stijlen en van Oost en West wordt het duidelijkst in de grote leefkamer. Het gedurfde turkoois, geïnspireerd op een oude Chinese vaas die op de schouwmantel prijkt, oogt uiterst modern, hoewel Catherine en Jean-Michel de kleur al 25 jaar geleden kozen. Ze vormt de perfecte achtergrond voor de krachtige maar tegelijkertijd poëtische combinatie van oosters antiek met moderne stukken, zoals Bertoia's en andere door Knoll geproduceerde meubels, waarvoor beiden altijd al een voorliefde hebben gehad. Het meeste van wat hier staat, kochten ze lang geleden en hoofdzakelijk tweedehands. Zonder zich te fixeren op voorwerpen omringen ze zich graag met aparte dingen. "Maar ze moeten ons pad kruisen", aldus Jean-Michel. "Er moet een gevoel, een verhaal aan vastzitten, van de vorm, de maker, het land, of van onszelf."Verhalen, thema's : ze komen ook terug in de andere ruimtes, zoals in de romantische logeerkamer met oud speelgoed, de Noors geïnspireerde leeskamer of de Frans-oriëntaalse badkamer. En in haar kunst hanteert Catherine hetzelfde principe : jarenlang werkte ze rond het thema cabanes, dan kwam de periode van de Aziatische invloeden, en op dit ogenblik maakt ze vooral stillevens met planten. In de loop der jaren vulde het grote huis zich stilaan en kreeg alles zijn plaats. "Uit onze vorige woning hebben we niet veel meegenomen. We hadden ook niets, buiten wat grootmoederafdankertjes die we bij een lokale brocanteur hebben achtergelaten", zegt Catherine. "Bijna alles wat hier staat, hebben we stuk voor stuk verzameld. Automatisch worden er dan in een inrichting sterke persoonlijke indrukken verweven." Zo staan de muurhoge wandkasten in het bureau van Jean-Michel volgestouwd met stripboeken en -prullaria, waarbij de Belgen goed zijn vertegenwoordigd. Oude Kuifjes en zeldzame artefacten pronken als trofeeën op de boekenplanken. Daarnaast zijn echter ook Mao, Marx en soortgenoten prominent aanwezig. "Ik was een revolutionair in mijn jonge jaren", lacht Jean-Michel. "Maar we worden uiteindelijk allemaal bourgeois."Voor de opvallende kleur van de werkkamer inspireerde Catherine zich op een oud asbakje met reclame voor de lippenstift Rouge Baiser. "Ik laat me door de meest uiteenlopende zaken leiden. Dat kan een postkaart zijn, een oude foto of een voorwerp. Op een andere dag was ik misschien van een vaas of een bloem vertrokken en dan was het wellicht een andere kleur geworden. We overleggen wel altijd samen en mengen tot we een resultaat bekomen waar we allebei tevreden over zijn. Ook het schilderen doen we zelf. Alles. Van beneden tot boven."Midden in het huis slingert de imposante trap zich als de spiraal van een huisjesslak tot de belvedère op het dak. De mooie tegels van de gang hebben op de verdieping plaats geruimd voor simpele houten vloeren. Ook de deuren en houten lambriseringen zijn er opvallend soberder van stijl. Jean-Michel : "Dat is typisch voor huizen uit die tijd. Beneden was om te pronken en hoe hoger men steeg, hoe simpeler het werd."Aan de achterzijde van het huis, met zicht op de grote tuin, ligt de slaapkamer van het echtpaar. In sterk contrast met de andere kleurrijke ruimtes is alles er wit en zijn er geen ornamenten. Het geeft de ruimte een hoog zengehalte en een sacraal tintje. Enkel een felgeel zeteltje doorbreekt het strakke beeld. In de badkamer loopt de rustige sfeer door, zij het minder sober en met een oriëntaals tint-je. Aan de houten geschilderde wanden hangen twee oude spiegels, een grote en een kleine, en nostalgische parfumflesjes sieren de marmeren wastafel. "Het kleine spiegeltje is van mevrouw en de grote van mijnheer !" verduidelijkt onze gastheer. Als afsluiter heeft hij nog een anekdote in petto "die de Belgen aanbelangt". Op de schouwmantel van de leeskamer prijkt een schilderijtje van een elegante dame in een rode fluwelen sofa. "Het is het portret van Suzanne Phelippot, het nichtje van Théodore. Als jonge vrouw kwam ze regelmatig op vakantie in het grote huis van haar oom, waar societydiners met illustere personen tot de wekelijkse routine behoorden. Ook jullie koning Leopold II was hier enkele malen te gast en ontmoette er Suzanne, met wie er een vriendschappelijke band ontstond. En meer, naar wordt beweerd."Tekst en styling Kat De Baerdemaecker / Foto's Luc Wauman