Voor mij is minimalisme ook een levenshouding," vertelt Anne-Catherine Chevalier enthousiast, "want ik vind het leuk om met minder te leven dan vroeger. Ik heb bijvoorbeeld maar één servies meer. Voor ik in dit huis kwam wonen, verkocht ik alles op een rommelmarkt. Zelfs mijn grote wagen heb ik ingeruild voor een kleinere."

In een vroeger leven leidde ze een druk bestaan: "Ik stond tien jaar in het bedrijfsleven en werkte enkele jaren als headhunter. Ik kwam toen tijd tekort." Nu is alles anders en geniet ze met volle teugen van het leven. De aankoop van deze woning bleek een keerpunt. Door de verbouwing zette ze de stap naar de interieurarchitectuur. "Dat boeide me al langer", bekent ze. "Ook vroeger richtte ik de appartementen in van vrienden. De ontmoeting met de Parijse designgoeroe Andrée Putman veranderde bovendien mijn leven. Toen ik anderhalf jaar geleden deze woning kocht en met de inrichting begon, besefte ik dat dit mijn ware roeping is. Bevriende architecten vonden het tijdverlies om hier weer voor te gaan studeren. Met de verbouwing van mijn eigen huis deed ik extra ervaring op, het was een snelle leerschool. Ik volgde alle werken nauwgezet, van de elektriciteit tot de loodgieterij."

De architectuur van deze woning is geen hoogvlieger maar heeft wel charme. Anne-Catherine Chevalier woont aan de rand van het Zoniënwoud in Watermaal-Bosvoorde, in een woonwijk die net na de Tweede Wereldoorlog werd opgetrokken door een groep vrienden van ongeveer dezelfde leeftijd. Destijds was het een kinderrijke buurt, nu is het er nog altijd groen en rustig. De huizen zijn degelijk maar niet luxueus.

"Ik heb van alles moeten veranderen, zelfs het grondplan", zegt Chevalier. "Blijkbaar vond men de auto erg belangrijk, want de garage kreeg de mooiste ligging: pal op het zuiden. Dat maakte de woonkamer krap en het belemmerde het zicht op de tuin. Dus liet ik die garage afbreken. Het kostte moeite om de gemeente te overtuigen, maar uiteindelijk kregen we de toelating. De woonkamer heeft nu wat van een loft. De ruimte heeft verschillende functies en aparte hoeken: eetkamer, zithoek en bureau. We vonden zelfs plaats voor de vleugel."

De gewonnen woonruimte komt van pas op dit perceel van slechts 300 m² en een bebouwde oppervlakte van geen 200 m². Maar vele rijhuizen zijn amper groter en staan niet vrij.

Chevalier haalde de tuin binnen door woonkamer en keuken te voorzien van vier dubbele glazen deuren en twee grote ramen. Elke deur geeft uit op een klein terras, zodat tuin en interieur met elkaar versmelten. In de zomer speelt het leven zich af op deze terrasjes.

Er is vraag naar ontwerpers die zowel over het grondplan van een gebouw nadenken als over de decoratie. "Ik streef naar een harmonie tussen de boven- en de benedenverdieping en naar een grote mate van uniformiteit van verhoudingen en materialen", zegt Chevalier. Ze koos voor een sobere, moderne vormgeving met een landelijk accent. Dat laatste merk je aan de nieuwe vensters die de rustieke proporties van de woning onderlijnen. Binnen werd veel hout gebruikt en bleven de muren nogal kaal. Chevalier beperkt haar palet. "In huis moet je tot rust kunnen komen. Ik zou het moeilijk hebben met rode of gele wanden. Ik hou van het hele gamma van wittinten."

Ook het meubilair werd tot een minimum herleid. De grote eettafel is een erfenis van Chevaliers grootvader. De keukenmeubels, de bibliotheek en de secretaire heeft ze zelf ontworpen. "In een eerder krappe ruimte moet je woekeren met plaats. Daarom maak ik meubels op maat."

Aan de muren hangt hier en daar een kunstwerk of liet Chevalier een spreuk schilderen. "Bij voorkeur van de interessante Franse filosoof Alain, die leefde in begin van deze eeuw en in zijn Propos rake ideeën neerschreef. Elke dag pende hij twee pagina's bedenkingen over het geluk, en ik vind ze bijzonder aanstekelijk."

Piet Swimberghe / Foto's Jan Verlinde