Een pak slaag krijgen is nooit een plezier. Maar soms maakt dat een mens wel vastberadener. Lloyd Simmonds herinnert zich levendig hoe het halve ijshockeyteam hem aan de schoolpoort opwachtte. "We hadden net een film gezien over het leven van Tsjaikovski", vertelt hij. "En ik had het in mijn hoofd gehaald om te bekennen dat ik van opera hield." Hij was net negen jaar. Al hadden die zwaargewichten waarschijnlijk twee keer nagedacht, als ze toen hadden geweten dat Lloyd jaren later geregeld in het gezelschap zou verkeren van topmodellen als...

Een pak slaag krijgen is nooit een plezier. Maar soms maakt dat een mens wel vastberadener. Lloyd Simmonds herinnert zich levendig hoe het halve ijshockeyteam hem aan de schoolpoort opwachtte. "We hadden net een film gezien over het leven van Tsjaikovski", vertelt hij. "En ik had het in mijn hoofd gehaald om te bekennen dat ik van opera hield." Hij was net negen jaar. Al hadden die zwaargewichten waarschijnlijk twee keer nagedacht, als ze toen hadden geweten dat Lloyd jaren later geregeld in het gezelschap zou verkeren van topmodellen als Lily Donaldson, Constance Jablonski, Ashley Smith en Carmen Cass. Van bij het begin leek het leven van Lloyd Simmonds op een Canadese remake van Billy Elliot. "Ik moest absoluut zien te ontsnappen", zucht hij. Voordat een gemene val hem dwong om zijn dansschoenen aan de wilgen te hangen, droomde de jongen ervan om danser te worden. "Tijdens mijn studie klassieke dans interesseerde ik me al evenzeer voor de kostuums en de make-up", bekent hij. Uit die periode houdt hij een gevoel voor theatraliteit over die hem nu bij YSL goed van pas komt. Helemaal bezeten van kleur is hij. Het geweld van de grote fauvisten met Matisse op kop levert onuitputtelijk inspiratie voor zijn palet. "Kleur mag geen angst aanjagen", stelt hij gerust. "Je moet het bekijken als accessoire : een vleugje in een ooghoek of op de wimpers maakt soms een enorm verschil. Je kunt spelenderwijs je grenzen aftasten. En het geweldige is dat make-up niet voor eeuwig is, in tegenstelling tot een tatoeage." Simmonds zelf is er ook niet vies van : vandaag draagt hij zijn haren ravenzwart, maar die hebben alle kleuren van de regenboog gezien. "Ik was zeventien in volle punkrevolutie", glimlacht hij. "Mode was zo leuk en de modemagazines waren fantastisch in de jaren tachtig. Door de Italiaanse Vogue te lezen, kreeg ik zin om naar Italië te verhuizen. Als je in de mode wilt werken is het in Parijs, New York of Milaan te doen." Hij zette er veertien jaar lang zijn tanden in de Benettoncampagnes van Toscani en rijgde de opdrachten voor modebladen als Vogue, Vogue Uomo en de Italiaanse Glamour aaneen. Na dat Italiaanse hoofdstuk begon hij aan het Franse. "Japan had ik ook geweldig gevonden, maar ik had de tijd niet", zucht hij. In Parijs vulde hij zijn portfolio aan met covers voor Elle, Vogue, Numéro en Citizen K en backstagewerk voor Dior, Armani, Lanvin, Versace, Vuitton en Yamamoto. En op een dag Yves Saint Laurent. "Het huis boogt op een fantastisch patrimonium", besluit Lloyd Simmonds. "Ik heb de letters van een krachtig alfabet in handen waarmee ik kan doen wat ik wil. Die vrijheid, glamour, extravagantie, helemaal Saint Laurent, niet ?" DOOR ISABELLE WILLOT - BEWERKING SOFIE ALBRECHT