Of het verhaal over Jackson Pollock nu klopt of niet, in het atelier van de vermaarde Amerikaanse schilder lag er wel een granitovloer waar hij verzot op was. En er zal ook wel een wetenschappelijke verklaring bestaan voor onze fascinatie voor granito. Misschien zoeken we onbewust een patroon in de duizenden brokjes marmer die de vloer tooien ? Het is een beetje als kijken naar een sterrenhemel. Feit is dat bijna iedereen een granitovloer mooi, of op zijn minst bijzonder vindt. Dat speelt ongetwijfeld mee in de revival van deze oude bouwtechniek, maar granito past ook wonderwel in de moderne architectuur.
...

Of het verhaal over Jackson Pollock nu klopt of niet, in het atelier van de vermaarde Amerikaanse schilder lag er wel een granitovloer waar hij verzot op was. En er zal ook wel een wetenschappelijke verklaring bestaan voor onze fascinatie voor granito. Misschien zoeken we onbewust een patroon in de duizenden brokjes marmer die de vloer tooien ? Het is een beetje als kijken naar een sterrenhemel. Feit is dat bijna iedereen een granitovloer mooi, of op zijn minst bijzonder vindt. Dat speelt ongetwijfeld mee in de revival van deze oude bouwtechniek, maar granito past ook wonderwel in de moderne architectuur. Het Gentse granitoatelier Concreet van het duo Lieven Goetinck en Jeroen D'Hondt werkt voor heel wat hedendaagse bouwmeesters. Het bedrijfje produceert zowel vloeren als waterstenen en keukenbladen. Dat hun producten zo in de smaak vallen, kadert in een recente interieurevolutie. Goed tien jaar geleden braken de betonvloeren door, samen met het succes van de loft. Ook natuursteen werd weer een hype. Nu is marmer, bij voorkeur kleurrijk en geaderd, weer in. Het ligt dus wat voor de hand dat de granitovloeren worden herontdekt. Een tegelvloer kan bij wijze van spreken iedereen leggen, een granitovloer niet. Het procedé is nog erg ambachtelijk en dateert uit lang vervlogen tijden. Eigenlijk kun je zelfs stellen dat de techniek even oud is als de woningbouw zelf. De eerste vloeren waren immers van gestampte leem of kalk. Uit opgravingen weten we dat dit leem of de kalk al heel vroeg werden versierd met schelpen of indrukken. Het gaat bij granito min of meer om hetzelfde principe : er wordt een laag beton bestrooid met brokjes marmer die nadien worden afgeschuurd en gepolijst. Vroeger werden die brokjes soms niet afgeschuurd en gebeurde het polijsten door de slijtage van het gebruik. In de oudheid had je dus naast mozaïekvloeren al granitovloeren. In Italië hield de traditie nooit op te bestaan. Vooral in het noorden en meer bepaald in de Veneto bleven ze populair. Je vindt ze overigens terug in veel Venetiaanse paleizen. "Het succes ervan in Italië, en zeker in Venetië, heeft een welbepaalde reden", weet Lieven Goetinck. "De Italiaanse ondergrond is namelijk onstabiel en onderhevig aan trillingen, Italië is een land van aardbevingen. Die onstabiliteit geldt des te meer voor de lagunestad, alle gebouwen bewegen er constant. Granitovloeren zijn 'soepel', ze barsten voorzichtig. De barsten kunnen ook makkelijk worden hersteld. Dat verklaart ook waarom de techniek in de negentiende en twintigste eeuw zo'n succes had in Amsterdam, eveneens een stad die op palen werd gebouwd en waar de muren constant bewegen." Eind negentiende eeuw veroverde de aloude techniek de wereld vanuit Noordoost-Italië, van waaruit veel ambachtslui zich naar alle windstreken verspreidden. Nogal wat families vestigden zich overigens in ons land en hebben toen heel wat herenhuizen voorzien van granitovloeren. Tot in de jaren 1980 werd granito echter als een 'arm' bouwmateriaal beschouwd. In Frankrijk werd het zelfs le marbre des pauvres genoemd. Met de herwaardering van de industriële architectuur in de jaren tachtig werden eerst de betonvloeren herontdekt ; ze werden erg populair in de hoogdagen van het minimalisme in de jaren negentig. "Nu krijgt granito een tweede leven", zegt Jeroen D'Hondt. "De hedendaagse architectuur is ook wel strak maar wordt door de rijke schakeringen van de vloer verlevendigd." Lieven en Jeroen werken al enkele jaren samen, al komen ze uit een andere wereld : Lieven uit de beeldhouwkunst, Jeroen uit de sociale sector. Via een studentenjob belandden ze in de bouw en leerden er de granitotechniek kennen via een Italiaanse vakman. In hun atelier maken ze ook water- stenen en keukenbladen. Daarvoor timmeren ze eerst een houten bekisting waarin vervolgens het mengel van kalk, beton en brokjes marmer wordt gestort. Na het drogen wordt alles afgeschuurd en gepolijst. Tegenwoordig gebeurt dat met slijpmachines, vroeger met een puimsteen. Het procedé lijkt simpel, maar vergt een secure voorbereiding om onder meer barsten te voorkomen. Volgens hetzelfde principe worden ook de vloeren afgewerkt. Wat er zo boeiend is aan hun vak ? "Het heeft te maken met de magie ervan", zegt Jeroen. "Met wat water, cement, kalk en steentjes maak je eigenlijk natuursteen. Eenmaal gepolijst wordt dat zo mooi als marmer." Deze magie delen ze met alle ambachtslui die met eenvoudige materialen schitterende resultaten boeken. Jeroen en Lieven zweren ook bij de kleinschalige aanpak die veel maatwerk mogelijk maakt. Zo ontwikkelen ze nieuwe producten, zoals de quartzo-vloer, met kwartszand in plaats van marmer, die bijna nog beter past in een hedendaags gebouw. "Het liefst voeren we creatieve opdrachten uit voor veeleisende architecten", zegt Lieven. "Dat is telkens een uitdaging en een garantie dat we nooit aan serieproductie doen." Info : www.concreet-granito.be DOOR PIET SWIMBERGHEHet kleurrijke granito past wonder- wel in de moderne architectuur