Eind negentiende eeuw was Luik een rijke stad met een internationale uitstraling. Terwijl de beau monde zich kwam verkwikken in het nabijgelegen Spa, draaide de Luikse industrie op volle toeren. Denk maar aan de kristalmanufactuur van Val Saint-Lambert die over de hele wereld exporteerde. De stad had ook een bloeiende artistieke scène en trok in 1905 de internationale aandacht met een wereldtentoonstelling.
...

Eind negentiende eeuw was Luik een rijke stad met een internationale uitstraling. Terwijl de beau monde zich kwam verkwikken in het nabijgelegen Spa, draaide de Luikse industrie op volle toeren. Denk maar aan de kristalmanufactuur van Val Saint-Lambert die over de hele wereld exporteerde. De stad had ook een bloeiende artistieke scène en trok in 1905 de internationale aandacht met een wereldtentoonstelling. Dat resulteerde in een vrij grote bouwwoede waarvan je overal sporen ziet. Veel grote gebouwen en woningen stammen uit de periode tussen 1895 en 1914, die samenvalt met de bloei van de art nouveau of zweepslagstijl. Toch had die stijl er lang niet zo'n succes als in Brussel en Antwerpen, waar de moderne vormgeving vlugger ingang vond. Veel Luikenaren verkozen een barok classicisme met veel zuilen en zware lijsten, dat strenger is dan de flamboyante art nouveau. Luik had nochtans een van dé tenoren van de art nouveau in huis, de vormgever Gustave Serrurier-Bovy, die precies anderhalve eeuw geleden geboren werd (1858-1910). Na Victor Horta en Henry Van de Velde is hij onze internationaal bekendste designer uit die tijd. Je mag hem gerust een van de grootvaders van het moderne design noemen. Naar aanleiding van een mooie overzichtstentoonstelling over zijn oeuvre in het Mamac (Musée d'Art Moderne et d'Art Contem-porain) maken we een kleine wandeling door de stad, langs de belangrijkste art-nouveaumonumenten. Ze liggen lang niet allemaal in het centrum, waardoor je de tocht eventueel per fiets kunt maken. Hoe er wel rekening mee dat sommige stadsdelen heuvelachtig zijn. Zoals veel gaststeden kreeg Luik er door de Wereldtentoonstelling van 1905 een hele stadsuitbreiding bij. Het gaat om een ruim gebied tussen de Maas en de internationale spoorlijn die naar het gloednieuwe tgv-station Guillemins loopt. Het imposante station van de Spaanse architect Santiago Calatrava moet de buurt trouwens nieuw leven inblazen. Deze stad is overigens aan een opfrisbeurt toe, want veel prachtige gevels zijn zwart getint door de luchtverontreiniging. Het gebied van de tentoonstelling werd rond en na 1905 volgebouwd. Daar staan nogal wat art-nouveaupanden tussen. Voor die stijl was het hoogtepunt eigenlijk al voorbij, want de belangrijkste gevels werden tien jaar eerder gebouwd in Brussel en Antwerpen. Tussen 1905 en 1910 verloor de stijl ook wat zwier, er kondigde zich een verstrakking aan die rond de Eerste Wereldoorlog zou uitmonden in de art-decostijl. We beginnen onze wandeling in de rue Grandgagnage met de woning van wapenfabrikant Lambert, verrijkt met een sgraffito waarop een koloniaal prijkt die een geweer verpatst aan een Afrikaan, met daarnaast het woord exportation. Nu komt het schokkend over dat een wapenatelier op die manier de aandacht trekt. De sgraffitotechniek was in heel ons land populair. Het is een handige decoratietechniek, goedkoper dan keramiek, en vrij gemakkelijk te restaureren. Daarbij wordt de tekening gegraveerd uit het pleisterwerk dat vervolgens werd beschilderd. Ook de huizen ernaast zijn rijk opgesmukt met beeldhouwwerk en smeedijzer. Woning nummer 16 vertoont een mengelmoes van art-nouveaustijlen, met zwierige Horta-ornamenten en geometrische motieven à la Gustave Serrurier-Bovy. In de directe omgeving bots je in de rue Etienne Soubre op een imposante gevel van architect Victor Rogister, een leerling van bouwmeester Paul Jaspar. De meeste architecten signeerden hun creaties trouwens onder aan de gevelplint. Rogister was een van de toonaangevende ontwerpers in Luik, waar zich een andere art nouveau ontwikkelde dan in Brussel. De Luikse gevels zijn wat ruwer, met plinten van breuksteen en veel lijstwerk van blauwe hardsteen. In de omgeving van de rue Etienne Soubre kun je nog gevels bewonderen in de rue César Franck, de rue Henri Blès en de rue des Augustins. In deze laatste straat staat op nummer 33 een van de mooiste voorbeelden van de stad, opgetrokken door Paul Comblen. Het pand wordt door zijn kleinzoon bewoond. De strakke opbouw en decoratie in zuivere Britse Arts & Craftsstijl verraden invloed van Serrurier-Bovy. In de rue du Jardin Botanique staan er enkele huizen van architect Paul Jaspar die rond 1905 in de arm werd genomen door baron Edouard Louis Empain om net naast Caïro de nieuwe stad Heliopolis te bouwen. Om de hoek van de rue du Jardin Botanique en de boulevard d'Avroy ontdekken we ook de voordeur van een maçonnieke tempel in pure Egyptische stijl. De vrijmetselarij vindt immers zijn historische inspiratie in de Egyptische cultuur en bouwkunst. Net zoals in Brussel waren ook veel Luikse art-nouveau-architecten vrijmetselaar. Daarom duiken er in sommige gevels maçonnieke symbolen op. Voor een duidelijk voorbeeld verwijzen we naar de nabijgelegen rue de Sélys nummer 17. Dit huis, ontworpen door Victor Rogister, wordt door de buurtbewoners La Maison des Francs-Maçons genoemd. Op de rijke voordeur herkennen we twee Isisfiguren. Daarnaast symboliseren een sfinx met een hanenkop de dag en de waakzaamheid, en een sfinx met een uil op het hoofd : de nacht en de wijsheid. In deze buurt raden we ook een ommetje aan langs de rue du Vieux Mayeur en de Avenue Digneffe. Gustave Serrurier-Bovy mag dan wel de belangrijkste Luikse art-nouveauzoon zijn, toch kunnen we er maar één gebouw van zijn hand bewonderen. Om zijn eigen woonhuis uit 1903 te zien, achter het station van Calatrava, in de avenue de Cointe nummer 2, maak je een omweg achter de spoorweg. Het huis staat vlak bij het sterrenobservatorium dat momenteel wordt gerestaureerd. Dat is eveneens het geval met de villa van Serrurier, L'Aube. Van deze Engelse cottage moeten de fraaie wanddecoraties nog worden gereconstrueerd. Deze opknapbeurt is al twaalf jaar bezig, maar lijkt eindelijk in een stroomversnelling, nu de woning als monument werd beschermd. Door de restauratie krijg je van het pand weinig te zien. Maar een wandeling in de buurt loont ook de moeite, want er staan enkele mooie villa's uit de twintigste eeuw. Gezien alle andere art-nouveaumonumenten op de andere oever van de Maas te vinden zijn, kun je hierna best eerst de retrospectieve van Serrurier-Bovy bezoeken in het Mamac in het parc de la Boverie. Tegenover het museum ontdekken we op de quai Mativa nummer 34, de meest maçonnieke gevel van Luik op, met onder meer Isis en Osiris omringd door allerlei geheime tekens. Zelfs op het eiland Outre-Meuse ontdek je enkele merkwaardige gevels. Dit is geen mooie, maar wel levendige wijk die als République Libre d'Outre-Meuse geschiedenis heeft geschreven. De panden staan op en rond de place du Congrès, in de rue Jean d'Outremeuse, rue de l'Enseigne-ment, rue du Parlement en de rue de la Commune. Sommige panden en straten spelen een rol in de romans van Georges Simenon, zoals het art-nouveauhuis van de rue de l'Enseignement nummer 10. Dit is de buurt die commissaris Maigret kent als zijn broekzak. Bij wijze van toemaatje stippen we nog twee andere straten aan met mooie art-nouveaugevels : de rue Léon Mignon en rue Ernest de Bavière. iDoor Piet Swimberghe Foto's Charlie De Keersmaeker