Japan is dé reisbestemming van het moment en sinds kort begrijp ik waarom. Toen mijn vriend en ik vorig jaar besloten te gaan, stippelden we eerst een route uit: van Tokio naar Hakone, via Takayama en Kanazawa naar Kyoto, en terug naar Tokio. We regelden een Japan Rail Pass en stelden een lijstje must sees op: kersenbloesems, tempels, de grote Muji-shop in Tokio. Elke stap maakte ons nieuwsgieriger naar het land, maar de reis die we uiteindelijk maakten overtrof alle verwachtingen.
...

Japan is dé reisbestemming van het moment en sinds kort begrijp ik waarom. Toen mijn vriend en ik vorig jaar besloten te gaan, stippelden we eerst een route uit: van Tokio naar Hakone, via Takayama en Kanazawa naar Kyoto, en terug naar Tokio. We regelden een Japan Rail Pass en stelden een lijstje must sees op: kersenbloesems, tempels, de grote Muji-shop in Tokio. Elke stap maakte ons nieuwsgieriger naar het land, maar de reis die we uiteindelijk maakten overtrof alle verwachtingen. Het regent hevig wanneer de bus van de luchthaven ons dropt in Shibuya, de drukste wijk van Tokio. Lichtjes verdwaasd van de jetlag beginnen we aan onze eerste missie van deze trip : lunch. We willen ramen, Japans bekendste noedelsoep, en in de buurt van het bekende Shibuya-kruispunt, waar bij ieder groen licht meer dan 2500 voetgangers oversteken, lopen we een noedelbar binnen. Meteen worden we terug naar buiten gestuurd. Een vriendelijke ober legt uit dat we onze bestelling moeten plaatsen aan de verkoopautomaat, naast de ingang. Het blijkt in Japan de meest gebruikelijke manier te zijn om ramen te eten. Je stopt geld in de machine en drukt het knopje in van je keuze. Er rolt een ticketje uit het toestel, dat je vervolgens aan de chef bezorgt. Je hoeft niet te wachten op een ober, of de rekening. Het systeem is geniaal, simpel en efficiënt. Ik ben twee uur in Japan en mijn verwachtingen over dit land worden al ingelost. De rest van de dag houden we het niet erg lang uit en nog voor de neonlichten van de stad aangaan liggen we al in bed. Maar na een fantastische slaap, zijn we klaar voor meer. "Konnichiwa", zegt een vriendelijke receptionist als we het hotel verlaten. Hij buigt en lacht, lacht en buigt - een vriendelijk gebaar dat we de eerste dag nog aarzelend, maar de rest van de trip vol overtuiging nadoen, overal waar we komen. Tokio is overweldigend, inspirerend, maar ook veilig en gemakkelijk te ontdekken, zeker met Google Maps op je telefoon. De stad is opgedeeld in 23 wijken en we gebruiken het feilloze metronetwerk (waar iedereen zich beheerst en stil gedraagt, ook tijdens spitsuur) tot aan onze eerste halte : Tsukiji, de grootste vismarkt ter wereld. Meer dan vierhonderd soorten worden hier dagelijks verkocht, van het goedkoopste zeewier tot exclusieve tonijn en kaviaar. Jaarlijkse omzet : ruim vier miljard euro. Veilingmeesters lopen rond met notitieboekjes, verkopers sleuren met haken en weegschalen, en als toerist heb je vooral het gevoel hard in de weg te lopen. Nadien bezoeken we één van Japans vele schrijnen, de Meiji-tempel, opgedragen aan keizer Meiji die in 1867 aantrad en Japan moderniseerde. Hij opende de grenzen van het toen nog geïsoleerde land, moedigde industrialisering aan en had een brede interesse voor kunst en het Westen. De Meiji-schrijn staat in het Yoyogipark en is omgeven door 365 boomsoorten. Mooi aangelegde wandelpaden leiden naar het heiligdom, een reinigingsfontein en ruimtes waar je een wens kunt doen. De vele toeristen, meer dan drie miljoen per jaar, maken van de vereringsplaats een drukke attractie en mijn aandacht dwaalt af naar het verhaal dat onze gids vertelt. "Ieder blaadje op de grond is vandaag van de bomen gevallen", zegt hij. "De kiezelpaden en alle ruimtes in het park worden iedere ochtend spic en span gemaakt door een team van ervaren vegers. Mannen met lange, zelfgemaakte bezems." Dat Japanners netjes zijn, is ook in het straatbeeld te zien. Nergens ligt vuil, maar er staan ook nergens vuilnisbakken - het gevolg van een drastische veiligheidsmaatregel na een dodelijke gasaanslag in de metro van Tokio, in 1995. Het resultaat : iedereen in Japan houdt zijn dagelijkse afval bij in een plastic zak, om thuis weg te gooien. We wandelen door naar de gekkere, ultramodieuze wijken van Tokio : Harajuku, Omotesando en Daikanyama. Ik kijk naar hippe jongens en meisjes met excentrieke outfits en aparte kapsels, drink cappuccino, koop Japanse theekopjes en een stapel boeken en magazines die ik niet kan lezen, maar er prachtig uitzien. 's Avonds proeven we in een klein restaurant de lekkerste vis en soba, boekweitnoedels, met een heerlijke walnotendressing waar we maanden later nog over spreken. Bij het buitengaan word ik aangestaard en aangesproken door een meisje. "Ik ben kapster en zou graag je haar knippen", zegt ze giechelend, in gebrekkig Engels. "Ik doe het gratis. Ik krijg niet vaak de kans om westers haar te knippen." Omdat je in kapsalons altijd iets opsteekt over de lokale cultuur, stem ik toe. We spreken af om elkaar over twee weken terug te zien, op mijn laatste dag in Tokio. De volgende ochtend vertrekken we naar Hakone, een stadje op 800 meter hoogte in de Japanse Alpen. De treinrit erheen is onze eerste ervaring met de fameuze Shinkansen, die een snelheid tot 320 kilometer per uur haalt. Aan boord bevindt zich super efficiënt personeel dat, telkens het een wagon binnenkomt of verlaat, diep buigt. De komende dagen proeven we van wat kleinere Japanse stadjes te bieden hebben. Het contrast met het bruisende Tokio is gigantisch, maar ook boeiend. Hakone staat bekend voor zijn warmwaterbronnen en vijf grote meren die een indrukwekkend uitzicht bieden op de bekende Fuji-berg. Maar dat zal voor een andere keer zijn, want de kabellift naar de hoger gelegen meren is stuk. Dus brengen we de dag door in het openluchtmuseum, met een Picassopaviljoen en sculpturen van Japanse en internationale kunstenaars. De volgende dag sporen we, eerst met een Shinkansen en dan met een iets tragere exprestrein, door naar Takayama in het Hidagebergte, vroeger hét centrum voor ambachtslui. Door haar geïsoleerde ligging bleef het plattelandsgevoel uit het Edo-tijdperk in deze stad bewaard. We wandelen langs eeuwenoude ambachtshuizen, voorbij souvenirshops en schoolmeisjes in uniform, en belanden in een restaurantje waar we onze schoenen moeten uitdoen in ruil voor tempura en een kom dampende soba. De ochtend daarop treinen we door naar Kanazawa, een kunstige kasteelstad met moderne wijken, een museum voor hedendaagse kunst, maar ook plekken die traditioneel Japan laten zien, waaronder het geisha- en samoeraidistrict en de Kenroku-en, een van de drie beroemdste tuinen van het land. Twee jaar geleden opende een rechtstreekse Shinkansenverbinding van Tokio naar Kanazawa, waardoor de stad duidelijk aan het verjongen is. Na een avondwandeling langs de rivier vinden we Huni, het kleine, sfeervolle restaurant van Takuo, een charmante chef, maar ook een getalenteerde beeldhouwer die houten boeddha's maakt voor tempels. Hij serveert verfijnde pasta's, risotto's en Japanse gerechten met een twist. We krijgen een zitje aan de bar naast zijn fornuis, waar we de hele tijd met hem kunnen praten. Het wordt een van de gezelligste en lekkerste avonden van deze reis. Volgende halte : Kyoto, ooit de hoofdstad van Japan, vandaag een levendige studentenstad in een eeuwenoud decor. De zon schijnt en we huren een fiets, het ideale transportmiddel om een glimp op te vangen van de ruim 1600 tempels die Kyoto telt, waaronder, om er één te noemen, de Nanzen-Ji. We fietsen langs de Kamorivier, het oude keizerlijke paleis, richting Filosofenpad, een wandelpad dat in de lente omgeven is door prachtige kersenbloesems. Onderweg zien we overal meisjes in kimono. Eind maart eindigt in Japan het schooljaar en dus vinden in het voorjaar overal afstudeerceremonies plaats, hét moment voor kleurrijke kimono's. In het moderne Kyoto vinden we bruisende winkelstraten, gezellige sushibars en ontmoeten gedreven ondernemers die de stad nieuw leven inblazen. Toch kan hun enthousiasme niet tippen aan het vooruitzicht dat we morgen opnieuw naar Tokio reizen - toch wel de hit van deze trip. Terug aangekomen in onze nieuwe favoriete stad komen we tijd en ogen tekort voor alles wat we in deze laatste dagen nog willen doen : het spectaculaire (en gratis) uitzicht over de stad meepikken vanuit het Metropolitan Government Building, de luxueuze wijk Ginza verkennen, slenteren door het Inokashirapark, oude vrienden bezoeken, verdwalen in de rustige woonstraten die achter elke drukke winkelstraat liggen. Ik zie er kinderen die alleen naar school wandelen en huisjes omheind door planten en bloempotten. In Groot-Tokio wonen veertig miljoen mensen, vaak in zeer kleine flats en huizen, maar altijd vinden Japanners plaats om de natuur te eren en te bewonderen. Op de laatste dag wandel ik naar kapsalon Ruala, op de vierde verdieping van een appartementsgebouw. Daar word ik verwelkomd door mijn kapster en nieuwe vriendin, Ayana. Ik krijg pantoffels en word in een kappersstoel gezet die helemaal openklapt, waardoor ik plots op mijn rug lig. Ik krijg een dekentje over mij heen en een ooglapje voorgebonden, alsof ik in een warm bed lig terwijl iemand mijn haren wast. Dit is hemels. "Ken je Amélie Poulain ?", vraagt Ayana. Het is duidelijk welke snit ze voor mij in gedachten heeft. "Go for it", zeg ik. Na een halfuur knippen begint ze te kirren. "Kawaii, kawaii !" Haar collega's komen kijken. "Kawaii, kawaii !", roept de hele salon nu. Kawaii, het modewoord onder Japanse jongeren, betekent schattig, lief. Voor ik vertrek, neemt Ayana nog enkele foto's, voor op Instagram. Ik lach en buig, buig en lach. Ik wil nog langer blijven - weken, maanden - maar het is tijd om terug naar huis te gaan. Terug in België valt op hoe onbeleefd mensen hier eigenlijk zijn. In het station zie ik een vader op zijn kinderen roepen, aan de kassa van de supermarkt word ik voorbijgestoken, de bus is vuil. Het zijn de mensen die Japan zo uniek maken, besef ik. Nog wekenlang mis ik de vriendelijkheid die op dat gekke eiland in de Grote Oceaan heerst. Japan is een wonder. Ga. Tekst Elke Lahousse & Foto's Lieven Bulckens