Jawel, er zijn nog zekerheden : Giorgio Armani en Karl Lagerfeld zwoegen dapper verder, seizoen na seizoen, jaar in, jaar uit. De eerste in zijn eigen theater in Milaan (over enkele maanden aangevuld met een Museo Armani aan de overkant van de straat), de tweede in het Parijse Grand Palais, dat hij dit seizoen in naam van Chanel liet vertimmeren tot een ouderwetse brasserie, Chez Gabrielle.
...

Jawel, er zijn nog zekerheden : Giorgio Armani en Karl Lagerfeld zwoegen dapper verder, seizoen na seizoen, jaar in, jaar uit. De eerste in zijn eigen theater in Milaan (over enkele maanden aangevuld met een Museo Armani aan de overkant van de straat), de tweede in het Parijse Grand Palais, dat hij dit seizoen in naam van Chanel liet vertimmeren tot een ouderwetse brasserie, Chez Gabrielle. Maar verder staat in de mode zo ongeveer alles op losse schroeven. Hapert de machine ? Ja en nee (het hangt ervan af voor wie). Feit is dat de textielindustrie steeds meer twijfelt aan haar eigen succesrecepten. En er daarom op los experimenteert, soms met de moed der wanhoop. Neem bij wijze van voorbeeld Gucci. De met dalende verkoopcijfers worstelende luxemastodont zette zowel zijn CEO als zijn artistiek directeur aan de deur (Patrizio di Marco en Frida Giannini, ook privé een koppel), en gaf de sleutels van het huis aan Alessandro Michele, eerder verantwoordelijk voor de accessoires bij Gucci en leider van de door Gucci overgenomen porseleinfabrikant Richard Ginori. Zijn in minder dan een week tijd in elkaar gestoken mannencollectie, met zijden blouses en kantwerk, zorgde in januari voor ophef en gegniffel. Meende Gucci dat nu ? Ja, dus. Want Micheles eerste damescollectie volgde precies dezelfde lijn. Gucci staat niet langer voor glamour en sexy, wel voor nostalgische rommelmarktesthetiek. Dat klinkt flauw, maar is het niet noodzakelijk. Michele kiest voor jong en androgyn, en vat zo de tijdgeest (zie ook, onder anderen, J.W. Anderson voor zijn eigen lijn in Londen en Loewe in Parijs, maar bijvoorbeeld ook Hedi Slimane bij Saint Laurent). Of dat het zakencijfer van Gucci opkrikt, valt af te wachten. Tweede voorbeeld van een wild experiment : de op zijn zachtst gezegd bizarre witwasoperatie bij Maison Margiela. John Galliano debuteerde als creatief directeur van het in Parijs gevestigde, van oorsprong Belgische, maar in de feiten Italiaanse label tijdens de mannenweek van Londen, met een couturecollectie voor dames (onder het motto : Ingewikkeld Kan Ook). Galliano's Parijse première, in een steriele witte doos in het Grand Palais, werd op een stevig applaus onthaald, maar was desondanks een trieste bedoening. Het is goed dat Galliano, na zijn ontslag bij Dior, opnieuw een kans krijgt, maar eigenlijk is zijn universum niet meer van deze tijd. Het is bovendien lichtjaren verwijderd van alles waar Martin Margiela vroeger voor stond. Margiela was radicaal, zelfs revolutionair. Terwijl Galliano, hoe briljant ook, toch altijd meer een joker is geweest in dienst van het establishment. Margiela heeft er jaren geleden zelf voor gekozen om zijn bedrijf te verpatsen aan een jeansgigant, zo zij het. En toch : sneu voor de Belgische mode, die nu definitief een van zijn pijlers heeft verloren. En voor Galliano, die beter verdient. Geef de man gewoon zijn eigen label terug. Dan maakte Hermès een betere keuze. Na onder anderen Margiela (daar is ie weer), Jean Paul Gaultier en Christophe Lemaire, gaf dat huis de teugels van zijn damesmode aan Nadège Vanhee-Cybulski, net als Alessandro Michele een ontwerpster uit de coulissen (ze studeerde aan de Academie van Antwerpen, en werkte achtereenvolgens bij Margiela, Céline en The Row). Haar defilé, in de paardenstallen van de Garde Republicaine vlak bij place de la Bastille, was abnormaal normaal, chic en braaf, met misschien net iets te veel verwijzingen naar het verleden van Hermès als zadelmaker. Dat laatste is niet erg : Gaultier en Lemaire deden precies hetzelfde toen ze bij het huis aantraden. Vanhee-Cybulski gaf Hermès precies wat het nodig heeft, een degelijke, stijlvolle, en veeleer discrete garderobe voor welgestelde vrouwen. Niet iedereen smacht naar de rode loper. De opwindendste show van Parijs, of tenminste : de show met de meeste energie, deed iedereen opnieuw naar Margiela verwijzen. Demna Gvasalia en zijn team van Vêtements showden voor de tweede keer, in de ietwat lugubere homoclub Le Dépôt. Gvasalia, die zowel bij Margiela als bij Louis Vuitton belangrijke functies heeft uitgeoefend, wil gewoon goede kleren maken, hij is niet geïnteresseerd in concepten, verknipte brandweertruien, oversized bomberjacks en dito pakken. De show, om halftien 's avonds in een claustrofobische kelder, was intens. Ik moest denken aan een vroege show van Walter Van Beirendonck in een verlaten Antwerps pakhuis, ergens in de late jaren tachtig of de vroege jaren negentig, of aan mijn eerste Margiela show, in een failliete supermarkt, of aan het Parijse debuut van Raf Simons, in 1997. Gvasalia heeft in Antwerpen gestudeerd, en als knipoog stuurde hij een herwerkt T-shirt met opschrift Antwerpen over de catwalk (hij vond het origineel in een souvenirwinkel aan de Grote Markt). Waar de Belgische mode bij Maison Margiela werd begraven, gaf Vêtements de Belgische mode als het ware opnieuw betekenis. De belangrijkste personeelswissels vonden dit seizoen plaats bij Gucci, Hermès en Maison Margiela. Maar er werden nog meer stoelen gewisseld. Peter Copping verkaste van Nina Ricci naar Oscar de la Renta, en van Parijs naar New York. Guillaume Henry ruilde Carven voor Nina Ricci, en Carven zette de voormalige ontwerper van Iceberg aan het werk, Alexis Martial (in tandem met Adrien Caillaudaud). Guy Laroche nam na jaren afscheid van Marcel Marongiu en verwelkomde een jonge Amerikaanse ontwerper, Adam Andrascik. Beide huizen lijken in goede handen. Carven en Guy Laroche, daarentegen, vergezellen merken Mugler, Léonard, Cacharel en Ungaro in een verre uithoek van het modecircus. Ze zijn nog louter schimmen van zichzelf : vertrouwde logo's, dat wel, maar geen ziel. TEKST JESSE BROUNS EN ELLEN DE WOLF & FOTO'S IMAXTREE