Wie Ethiopië zegt, denkt aan honger, oorlog en stervende kinderen. Niet aan toerisme. En toch : sinds kort worden er avontuurlijke trektochten georganiseerd door deze mozaïek van volkeren, woestijnen, moerassen, savannes en natuurparken. Wij ontdekten een fascinerend land met een onschatbare etnische, historische en geografische rijkdom.
...

Wie Ethiopië zegt, denkt aan honger, oorlog en stervende kinderen. Niet aan toerisme. En toch : sinds kort worden er avontuurlijke trektochten georganiseerd door deze mozaïek van volkeren, woestijnen, moerassen, savannes en natuurparken. Wij ontdekten een fascinerend land met een onschatbare etnische, historische en geografische rijkdom.Els Vermeersch / Foto's Gerard Govaerts Tegen de strakblauwe lucht en het spectaculaire landschap van zandige rotsformaties liggen verroeste wrakken van pantservoertuigen langs de wegkant. Ethiopië is een land van contrasten. Dat merk je meteen als je het gebied vanuit Eritrea verkent. Deze noordoostelijke provincie werd in mei 1993 onafhankelijk en scheidt sindsdien Ethiopië van de Rode Zee. De Tigray-kinderen lijken zich weinig bewust van de terreur die de stalen kadavers niet zo lang geleden zaaiden. Met de verbeelding die kinderen uit de derde wereld zo eigen is, hebben ze het oorlogstuig omgetoverd tot speelkasteel, houtstokjes worden autootjes, een paar lege Nivea-blikjes fietswieltjes. Wat verderop drijven een paar jongetjes gekleed in lompen het vee van het dorp naar de velden, een dagelijks karwei waardoor ze de school verzuimen. Een kinderrijk gezin betekent hier meer handen om te helpen : water halen, vee drijven, schapen hoeden, ploegen, zaaien, oogsten. Blanke reizigers zijn nog altijd een unicum : gillend laten de bengels hun grazende koeien en geiten in de steek om ons joelend achterna te rennen. Hun alles overstemmende, soms hysterisch klinkende kreten variëren naargelang van het gebied waardoor je rijdt : het meest verspreide farenji (wit gezicht) achtervolgt je door het hele land, soms verandert het in you, you daar waar men blijk wil geven van zijn kennis van de Engelse taal. In de gebieden waar missionarissen aan het werk waren, klinkt father, father of sister in mijn geval, niettegenstaande mijn niet-klerikaal uiterlijk. We vervolgen onze weg naar Aksum, de hoofdstad van het eeuwenoude gelijknamige koninkrijk en nu nog steeds het historisch centrum van Tigre, waar gigantische megalieten stellae, ruïnes van koninklijke paleizen, en de mythen van de koningin van Sheba en de gestolen Ark des Verbonds ons opwachten. Zittend langs de wegkant wachten oudere mannen met een vliegenmepper en zwaarbeladen vrouwen op een toevallige vrachtwagen of bus. In deze dunbevolkte streek, die door zijn geringe regenval en bergachtige geografie weinig landbouw toelaat, is het openbaar vervoer minimaal. Geduld is hier een vereiste. Steeds weer vragen mensen een lift en lopen ons soms honderden meters achterna in de stofwolk die we als enige aandenken aan de farenji achterlaten. Je probeert het schuldgevoel dat elke kilometer groeit van je af te zetten. Daar rijden wij dan, twee blanken in een ruime, splinternieuw ogende wagen, terwijl de lokale bevolking opeengepakt zit in de laadbak van een pick-up, hotsend en botsend onder het opwaaiende stof van de kurkdroge wegen. Een schitterende Tigray-vrouw staat aan de wegkant, een baby in een lederen, met cowrie-schelpen versierde buidel op haar rug gebonden. Ze laat even het jonge meisje aan haar hand los en wenkt ons met haar kalebas. Het schuldgevoel haalt de overhand : een lift kunnen we haar niet ontzeggen, waar gaat ze trouwens heen ? De vrouw spreekt enkel Amharisch. Uit haar gebarentaal begrijpen we dat ze naar het volgende dorp wil. Een twintigtal minuten later bereiken we een groep hutten, maar het blijkt dat haar bestemming nog verder ligt. Hoe lang zou ze er te voet met de kinderen over lopen ? Na een uur port ze mij aan. Voor het eerst lacht ze haar parelwitte tanden bloot die zo prachtig contrasteren tegen haar donkere huid en het zwart ingevlochten kapsel. Hier moet ze zijn. Als dank voor onze rit zet ze voor een keer haar verlegenheid opzij en stemt erin toe dat we haar schoonheid op foto vastleggen. Ze kijkt nog even over haar schouder terwijl ze langs een zandpad tussen de heuvels verdwijnt. Honderd meter verder knalt onze eerste band aan stukken, er zullen er in het verloop van de reis nog heel wat volgen. Eenmaal op de ?hoofdweg? tekenen zich, tegen de soms rotsachtig kale, dan weer groene bergflanken, de ronde contouren af van Koptische kerkjes. Hun strooien dak wordt bekroond door een kruis en een ring van kleine klokjes. De wind slingert de linten in de heilige olijfbomen rond de kerk heen en weer. Ze herinneren de gelovigen aan een bezoek en een gebed. Een beschrijving van de Ethiopische kerk en het onderscheid met de Orthodoxe of Koptische religie is een uitgebreid verhaal waarover we het hier niet zullen hebben. In de westelijke toegangspoort, qene mahlet, leunt een priester in een witte pij en gele mantel op zijn gebedsstok met T-vormige bekroning. In zijn hand houdt hij de unieke middeleeuws-ogende toegangssleutel tot de kerk. Deze magische sleutel tot het heiligdom kan bijwijlen voor grote frustraties bij de reiziger zorgen : na een hele beklimming tot de Onze-Lieve-Vrouw-van-Zion-kerk in Aksum, gebeurt het dat de priester de enige die een sleutel tot de kerk heeft tijdens de openingsuren van het historisch gebouw gaan wandelen is. Verblijft de priester of monnik in het ziekenhuis, zoals de sleutelbewaarder van het Zege-museum op het Tana-meer, dan is dat een spijtige zaak voor de bezoeker die speciaal per boot naar het eiland reisde. Gelukkig zijn er in Aksum en het zuidelijker gelegen Gonder tientallen historische en religieuze sites. Net als je denkt als enige reiziger in dit monumentenparadijs rond te dwalen, loop je een Leuvense professor en zijn vrouw tegen het lijf. Luc Huyse blijkt in Ethiopië de processen tegen het vroegere Mengisto-regime te volgen. We naderen de hoofdstad Adis Abeba, maar stoppen nog even bij het bedevaartoord Debre Libanos dat gelegen is in een bosrijke vallei waar een sfeer van devotie hangt. Naast het klooster staat een architecturaal monster : een betonnen kerk met een gigantische koepel die de almacht van de bouwer, keizer Haile Selassie, moest illustreren. De koepel lekt als een vergiet, waardoor de kerkbezoekers de dienst buiten het gebouw moeten volgen. Vooral toerisme-pelgrims stromen hier tijdens de bedevaarten of tijdens de weekends naartoe, samen met handelaars en bedriegers die je meteen aanklampen voor een gift of om een souvenir te verkopen. In de verte weerklinkt het geschreeuw van de troepen bavianen die de religieuze sfeer verstoren. Door hun felroodgekleurde achterwerk vallen ze meteen op. Een Ethiopische fabel verklaart dat de baviaan de leeuwin versierde terwijl de leeuw naar een oorlog trok. Toen die evenwel onverwacht terug kwam en het paar aantrof, rende hij brullend achter de baviaan aan die zich slechts uit de voeten kon maken door op zijn achterwerk roetsjend langs de rotsen het ravijn in te vluchten. Nu trekken de dieren, misschien ter bezinning, rond in dit bedevaartoord. Addis Abeba is zoals veel hoofdsteden in ontwikkelingslanden een lawaaierig nest van toeterende auto's, zwarte uitlaatgassen en vieze wegen. Opvallend zijn de vele luxueuze jeeps van hulporganisaties die, aan hun schitterend koetswerk te zien, weinig de hoofdstad verlaten. In de Hilton, het enige hotel van internationale klasse naast het Sheraton in constructie, hopen we even een koele duik te nemen in het zwembad. Helaas is het door hete bronnen gevulde bad zo warm dat het meer het effect van een Turks stoombad geeft. 's Avonds genieten we samen met een expatriate en zijn Ethiopische schoonheid van het eerste ?gastronomisch? diner in weken. Bij Castelli's waan je je even in hartje Rome, maar de alomtegenwoordige gele Lufthansa-logo's verknallen deze illusie. Na dit kort intermezzo van westerse luxe zijn we klaar voor de volksstammen van het zuiden en de prachtige natuur van het Lake District in de Rift Valley. We hebben onze tent opgesteld aan de oevers van het Langano-meer, temidden van vakantiegangers die hier neerstreken als de talrijke watervogels die van de rust en het bilharzia-vrije water komen genieten. De moderne blanke missiezuster die hier haar weekends doorbrengt, draagt nog steeds een lange rok en sandalen, nu wel van het Dr. Martens model, en om haar hals bengelt een houten kruisje. Bij een knetterend kampvuur weerklinken 's avonds Kumbaya my lord-liedjes begeleid door gitaar- en blokfluitmuziek. Ik waan me even terug op Chiro-kamp. Shashemene, waar de grootste Rastafari-commune leeft, ligt slechts een twintigtal kilometer verderop. Ik had me dus eerder aan zwoele reggae-muziek verwacht. Terwijl we zuinig nippen van de bloedrode Chianti Classico die we uit Eritrea meebrachten, verschijnen plots schitterend witte ogen en tanden in de duisternis. De man van de uit klei gebouwde pizza-oven is er, met de nog hete pizza geserveerd op een bedekte schotel. De naam alleen al, Lake district, roept wilde landschappen op van groene heuvels, bonte vogels en daartussen een aaneenrijging van meren. Op een satellietfoto lijken het slechts enkele regenplassen in de Rift Valley, die als een diep litteken het Afrikaanse continent diagonaal openscheurt van de Rode Zee tot Mozambique. Maar volgens Philip Briggs, auteur van de Bradt-reisgids over Ethiopië, is het Nechisar National Park één van de mooiste natuurreservaten van het Afrikaanse continent. Het nog niet toeristische park strekt zich uit over 750 vierkante kilometer grasland, savanne en woud. Moeizaam baant onze Landcruiser zich een weg door het vensterhoge witte gras waaraan Nechisar zijn naam dankt. Slechts een groenig kleurverschil in de grashalmen geeft de strook aan waaronder het pad verborgen ligt. Zo schrijden we vroom voort bovenop Gods Bridge, de richel die de groene kleur van Lake Chamo scheidt van het bruine water van de Lake Abaya. In tegenstelling tot de meeste reservaten in Kenia, waar busjes toeristen elkaar voor de voeten rijden, wens je hier dat je af en toe een ander voertuig zou ontmoeten zodat je weet dat je je nog niet verloren reed. Na twee dagen trekken tussen zebra's, antilopen, bavianen, vogels met elektrische kleuren en krokodillen, blijken we de enige toeristen in het park. Heerlijk... zolang je geen pech hebt. We verlaten de Rift Valley en rijden westwaarts naar de bergachtige streek rond de Omo-rivier. Slechts enkele witte strepen, die in de legende aangeduid staan als pistes, doorkruisen het lichtbruine gebied op onze Michelinkaart. De aangegeven afstanden stroken vaak niet met de werkelijkheid. Het gebied is fascinerend, niet alleen door zijn ongerepte natuur, maar ook door de hoge concentratie van verschillende volkeren. Traaghobbelend vorderen we over de pistes die door de erosie nog slechts een opeenvolging van putten en rotsblokken zijn. De snelheidsmeter schommelt tussen 20 en 30 km per uur. Van het regenseizoen is hier in het zuiden, vlakbij de grens van Kenia en Soedan, momenteel weinig te merken. De elektrische koelbox in de wagen sjirpt als een krekel in de strijd tegen de hitte. Jinka is het minuscule centrale stadje dat aan de rand ligt van het Omo- en Mago National Park. Op zaterdag komen de verschillende stammen uit de Omo-vallei hier de hele dag lang samen om hun goederen te kopen en te verkopen op de stoffige markt. Sommige doen er bijna een dag over, te voet, meestal zonder de uit rubberbanden gesneden sandalen die je in de rest van Ethiopië ziet. In tegenstelling met grotere markten verloopt het ruilproces hier zeer kalm. Ik zoek tevergeefs naar de kleurrijke manden die we in allerlei vormen en maten onderweg zagen. De vrouwen leren al heel jong hoe ze manden vlechten en getuigen van veel creativiteit. Voor de vrouw trouwt, moet ze een heel stel modellen gevlochten hebben. Aan de hand van de perfectie en creativiteit van het vlechtwerk zal haar toekomstige man vaststellen of ze een goede huisvrouw zal zijn. De mooiste exemplaren worden bijgevolg niet verkocht. In zakken en op doeken worden de voedingswaren uitgestald op de stoffige grond. De verscheidenheid aan mensen is groter dan de keuze in groenten en fruit. Ik moet me tevreden stellen met enkele uitjes, wat eieren, enkele passievruchten en een ananas. De schoonheid van de Kara-mannen met hun lange ranke benen en hun lederen minirokjes betovert me. Hun haar is prachtig ingevlochten met de uiteinden als een waaier naar buiten gekruld. Om hun sterke armen dragen ze koperen ringen en hun nek wordt gesierd met kleurrijke parelsnoeren. Je voelt je nietig als ze je trots en bijna arrogant vanuit een ooghoek bekijken. Nee, bekijken is het niet echt, ze lijken niet de minste interesse te hebben in deze blanke vreemdelinge. Onverschillig staan ze daar mooi te zijn, met in de hand hun houten stoeltje dat tevens als neksteun dient bij het slapen, zodat hun prachtige kapsel langer stand houdt. De vorm van de neksteun verklapt of de man nog vrijgezel is of reeds de gewaardeerde status van gehuwde man bereikte. Op een honderd meter van het marktplein, vlak langs het Orbit hotel, ligt een langgerekt stuk weiland. Vanop het terrasje observeren we twee vrachtwagens beladen met mensen, die nu al meer dan een uur heen en weer racen over het veld, en dat terwijl we net tevergeefs bij de tankstations diesel zochten. Mr. Bereket, de ranger van het natuurpark, is net bij ons aangeschoven. Hij ziet onze vragende blikken en verklaart dat er straks een vliegtuig van Ethiopian Airlines landt. De vrachtwagens maken de ?landingsbaan? hard. Bang dat er straks een horde toeristen in safari-kledij landt, gewapend met camera's, proberen we via deze vriendelijke raadsman aan diesel te komen. Uiteindelijk kopen we de zuiverste diesel van de zwarte markt, rechtstreeks overgetapt uit de brandstoftank van een vrachtwagen. Ooit was er een ferrydienst over de Omo-rivier. Enkele weken geleden is het vaartuig op drift geslagen en een paar honderd kilometer stroomafwaarts teruggevonden. Niemand weet wanneer het schip teruggesleept en gerepareerd wordt. De Mursi een etnische groep die in haar eigen ecologisch gebied ten oosten van de Omo-rivier woont zijn hier in Jinka niet te bespeuren. Ze zijn vooral bekend geworden na de prachtige etnografische filmproducties van Granada Television in 1994. Hun decoratieve lichaamsbeschildering en huidinkervingen, de grote oor- en lipschijven geven het beeld van een volk dat ?onaangeraakt is door de beschaving?. Ook wij investeren in een moeilijke tocht door dichte begroeiing, hitte en zwermen steekvliegen om een glimp te kunnen opvangen van deze cultuur. Oog in oog met deze prachtige mensen, word je onmiddellijk aangeklampt om foto's te nemen tegen betaling. Bij de woorden birr, birr, de Ethiopische munt, houdt de conversatie op. Onze illusie dat wij bij de eersten zijn die met deze mensen in contact komen, ligt gauw aan diggelen : kinderen smeken om caramellas waardoor we duidelijk merken dat de Italianen ons voor waren. De automatische geweren op de schouders van de krijgers die de stam beschermen tegen de naburige vijanden, herinneren je eraan waarvoor die birr gebruikt worden. Toch zullen reizigers de Mursi blijven bezoeken omwille van hun indrukwekkende tooi. De lipschijven uit hout of terracotta verschillen in grootte. Wanneer een meisje de huwbare leeftijd bereikt, krijgt zij een inkeping in de onderlip. Eerst steekt men er stokjes in en daarna schijfjes tot men een respectabele opening krijgt. Bij de menopauze of wanneer de vrouw voldoende kinderen kreeg, wordt de schijf verwijderd en blijft alleen een bengelende lipboog over. Ook in de oren brengen de Mursi-mannen en -vrouwen schijven aan. Op het hoofd en in de kleikapsels prijken een paar kleurrijke pluimen. Bij het aanschouwen van die schoonheid word je als bezoeker geconfronteerd met het dilemma van de teloorgang of het behoud van de traditionele tribale wereld in confrontatie met het oprukkende toerisme. Traditionele volksstammen in Zuid-Ethiopië : de Mursi zijn vooral bekend om hun prachtige lichaams- beschilderingen. Vrouwen dragen lipschijven tot ze geen kinderen meer baren. Linksboven : in de schaduw van haar hut bewerkt deze Kara-vrouw een geitenvel.In een onooglijk dorpje, net over de grens met Eritrea, probeer ik Tigray-vrouwen met handgebaren uit te leggen wat ik wil kopen.Tijdens het regenseizoen biedt de Rift Valley een verrassend groen landschap.Langs de wegkant wacht een jonge Tigray-vrouw op een lift. Ze draagt haar baby in een met cowrie-schelpen versierde buidel op de rug.