Zelf hadden de bewoners een gewaardeerde antiekzaak in het Patershol in Gent, dit jaar verhuisden ze die naar de Zavel in Brussel.

Het huis dat ze sinds kort bewonen, heeft een rijk verleden. Er zijn resten teruggevonden van een zeventiende-eeuwse smidse, tussen het groen staat een poppenhuis uit de 19de eeuw en helemaal in de uithoek van de omsloten stadstuin bevindt zich een oud zeepfabriekje van begin 20ste eeuw.

Ondernemende families van allerlei nationaliteiten hebben het huis bewoond. Nu is het pand terug in Vlaamse handen, maar meer dan ooit heerst er een internationale sfeer: Karim en Isabelle brachten er antieke meubelen en kunstschatten uit alle windstreken bijeen.

Egyptische unica staan naast Chinese meubelen en worden gecombineerd met middeleeuwse beelden. Zonder dat daarbij een museumsfeer wordt opgeroepen. "Ik vind dat je zonder probleem elementen uit de Europese cultuur kunt combineren met stukken uit India, China of Zuid-Amerika", zegt Karim. "Zolang je er geen kerkhof van maakt. Het geheel moet leefbaar zijn en gezellig, huiselijk zelfs. Vandaar dat ik een voorstander ben om antiek met moderne kunst te combineren om zo een hedendaags karakter te bewerkstelligen. Daarnaast vind ik het zeer belangrijk om met de diverse elementen te spelen. Je moet ze durven te verplaatsen en er met een zekere nonchalance mee omgaan. Een huis mag niet uit vaste plaatjes bestaan. Wekelijks of maandelijks moeten dingen veranderen, omdat je omgeving organisch met je meegroeit. Een interieur mag geen decor zijn.

Ik kijk alle dagen naar mijn stukken en als ik merk dat ik voor een bepaald voorwerp geen aandacht meer heb, dat het als het ware een deel van het behang gaat uitmaken, dan is het hoog tijd om het werk of het meubel te verplaatsen. Door die interne verhuizing blijf je elke dag ook nieuwe dingen zien."

Karim (34), de zoon van antiquair Stefaan Grusenmeyer, is sinds zijn prille jeugd gefascineerd door oude, historische stukken. Toch ging hij geen kunstgeschiedenis studeren, maar sinologie, wat zijn blik naar het oosten richtte. "Na mijn studie ben ik nog twee jaar in China gaan studeren. Ik ontmoette er de juiste mensen en zag de mogelijkheid om er antiek te kopen. Aanvankelijk gebeurde dat mondjesmaat. Ik moest hier eerst nog mijn burgerdienst doen en pas daarna kon ik samen met mijn vrouw de winkel in Gent openen. De Chinese antiek is nog altijd onze hoofdbezigheid, ik reis jaarlijks zes keer naar China.

Persoonlijk ben ik meer geboeid door beelden en vormen, dan door meubelen. Een mooi beeld kan van eender welke streek afkomstig zijn. In de badkamer heb ik een Romeins venusbeeld staan - een van mijn favorieten - en in de zitkamer een Egyptisch masker. Waarschijnlijk staan die twee volgende maand ergens anders, misschien zelfs niet meer in dit huis, want antiek verkopen is nu eenmaal onze broodwinning. Geregeld moeten we met pijn in het hart afscheid nemen van stukken."

In een zijvleugel van het huis willen Karim en Isabelle tentoonstellingen en happenings organiseren. "Voor het ogenblik staan onze stukken er, omdat we onlangs een opendeurdag hielden, maar het is de bedoeling om er ook andere zaken te doen, zoals bijvoorbeeld de voorstelling van een boek, of een fototentoonstelling. Dit huis is groot genoeg om er manifestaties in te organiseren, en hoewel wij verslaafd zijn aan ons beroep, zijn we nog heel erg geïnteresseerd in andere kunstsectoren. We hebben de ruimten zo ingedeeld dat de zijvleugel bezocht kan worden, zonder door de privé-vertrekken te lopen. We moeten alleen de deur van de leefkeuken afsluiten."

Terwijl Karim over zijn huis en leven vertelt, schenkt Isabelle een oude port in. Op het Aga-fornuis bakt ze Tamil poppadrams en wanneer ze de deur van de oven opent, komt de geur van een Vlaamse ragout ons tegemoet. Of hoe gezellige huiselijkheid hand in hand gaat met genieten van rijke culturen.

Hilde Bouchez / Foto's Koen Van Damme