Begin dit jaar hield koning Albert een vurig pleidooi voor het waken over een beter imago voor ons land. Hopelijk is de inzet van 's lands rockmuzikanten voor dit nobele doel hem niet ontgaan. Aan het reeds indrukwekkende rijtje muzikale ambassadeurs ( dEUS, K's Choice, Zita Swoon, Soulwax, Arid, Dead Man Ray, An Pierlé, Venus, Zap Mama, Hooverphonic, Ozark Henry, Laïs) kunnen we alweer een nieuwe naam toevoegen: Novastar, de dekmantel van Joost Zweegers. Zelfs de grootste criticaster zal zich gewonnen moeten geven bij het beluisteren van Novastars titelloze debuutalbum.

Dit is de plaat waar we op zaten te wachten sinds de split van Crowded House vier jaar geleden. Een popparel met liefdesliedjes waarin onderhuids een onbehagen knaagt. De cd snijdt. Schoonheid die pijn doet. Bovendien, en dat is een zeldzaamheid in deze tijden, staat er geen enkel zwak nummer op. Van de eerste tot de laatste noot word je bij je nekvel gepakt.

Sinds de zege op Rock Rally '96 beitelde Joost Zweegers als een kluizenaar aan deze songs. Een cavalier seul die in de studio slechts producer Wouter Van Belle (ook stilaan een nationale held) en de Amerikaanse mixer John Luongo als klankbord had. Met luitenant Lars Van Bambost (ex-gitarist van Noordkaap) aan zijn zijde, gaat Zweegers nu live de hort op. Novastar openbaart zich aan de wereld. Er breken spannende tijden aan, maar Zweegers, nuchter en enthousiast tegelijk, straalt vertrouwen uit.

Eigenlijk is jouw verhaal te vergelijken met dat van An Pierlé. Jullie maakten beiden furore op de Rock Rally '96, en ondanks de verwachtingen dat dat schepte, hielden jullie de boot eerst wat af.

Joost Zweegers: Ik denk dat op Anneke toch nog iets meer ogen gericht waren. Maar het is inderdaad opmerkelijk dat we uiteindelijk allebei vier jaar later debuteren.

Wat jullie ook gemeen hebben, is dat jullie besloten om alles zoveel mogelijk alleen te doen.

Echt in je eentje doe je het natuurlijk niet. Het gaat om het uitgangspunt: ik doe het op mijn manier. Die aanpak heeft zowel bij haar als bij mij een extra jaar gekost. Er zijn nog wel meer links met An. We zitten ook bij dezelfde platenfirma. Ik heb veel respect voor haar. Ik heb van dichtbij haar werkproces gevolgd.

Wist je na je overwinning op Rock Rally meteen wat je volgende stap was?

Nee, al beweerde ik van wel. Ik wist vooral wat ik niet wilde. Ik wilde in geen geval een goedkope deal met een platenfirma die me al lang volgde en pas nu, omdat ik Rock Rally gewonnen had, toehapte. Plots was ik gegeerd, terwijl ik drie maanden voordien nog werd afgewezen. Ik moet bekennen dat ik nu anders redeneer. Ik begrijp waarom die interesse er pas na Rock Rally kwam. Je kan het niemand kwalijk nemen dat het spel zo in elkaar steekt. Ik heb hoe dan ook veel te danken aan Rock Rally. Het was een start. Een duwtje in de rug. Goed voor het zelfvertrouwen. Een bevestiging.

Wat was je voorgeschiedenis?

Twaalf werken en dertien ongelukken. Van het ene groepje in het andere rollend. In elke groep was ik de meest fanatieke. Zotte Joost. Ik vond altijd wel mensen die op mijn kar wilden meerijden, maar er uiteindelijk afvielen omdat het niet meer vlotte. Vaak democratische keuzes gemaakt, waardoor het nooit echt wilde lukken. Ik heb lang gedacht dat ik iemand anders nodig had. Op een foute manier. Ik was opgegroeid in Neerpelt. Ik was enkel in liedjes maken geïnteresseerd en kon nog net door mijn middelbare studies sukkelen. Het geijkte verhaal. Omdat je niet kan overleven als muzikant en je naïef bent, zoek je een job. Pizzabakker, koerier, schroefjesdraaier in een fabriek. De deelname aan Rock Rally was een cruciaal moment. Toen besloot ik: nu probeer ik het eens alleen. Mijn liedjes en mijn stem centraal. Toen ik won, was het wel duidelijk. Zonder arrogantie wist ik dat dit de te volgen weg was. Geen compromissen meer sluiten die ten koste gaan van de gevoelswaarde van mijn muziek. Als je samen speelt, krijg je invloed van buitenaf, waardoor de essentie verloren kan gaan. Het is moeilijk om dat zelf in te zien.

Je hebt het geld van Rock Rally geïnvesteerd in je studio Vitanova in Antwerpen.

Niet helemaal. Typisch Joost: ik heb een deel van het geld geleend aan een goeie vriend en nooit meer teruggezien.

Maar het andere deel stak je in die studio, die je ook zelf verbouwde. Dat nam meer tijd in beslag dan je verwacht had.

Ja. Door het fanatisme. Het dromen stopt nooit. Het begon met de aankoop van een oude vishandel. Eerst denk je aan een repetitielokaal. Dan komt het idee van een studio. Dat escaleert, en voor je het weet, ben je een jaar verder. Wordt die studio uiteindelijk zo mooi dat iedereen er wil komen opnemen en je geen tijd hebt om aan je eigen nummers te werken, wat initieel nochtans de bedoeling was. Het ironische is dat ik er geen zak aan verdien. De huurprijs is laag en je moet blijven investeren.

Toen ik anderhalf jaar geleden een bezoekje bracht aan de studio, deed je nog geheimzinnig over de opnames van je eigen liedjes. Je vertelde dat Stijn Meuris er heel benieuwd naar was, maar dat je toch niks wilde laten horen.

De mensen met wie ik samenwerk, waren de enigen die de songs kenden. Zolang een nummer niet af is, en dat is het eigenlijk nooit, voel ik niet de behoefte om het te laten horen. Nu de debuut-cd er ligt, moét ik zeggen dat de songs af zijn. Al goed dat er een deadline is. Stijn is overigens de enige die ik al tien jaar demootjes doorspeel. Nee, ik kwam niet makkelijk met die nummers naar buiten. Ik denk dat je zoiets sneller doet wanneer je in een grote stad woont. In Antwerpen bijvoorbeeld zijn de mensen daar blijkbaar opener en losser in. In Neerpelt zat ik bij manier van spreken in een boomhut op de hei. Wie moest ik er daar mee lastigvallen?

Is het niet omdat je zo lang aan je songs sleutelt dat je blijft twijfelen?

Ik blijf inderdaad altijd twijfelen. Sommige nummers komen snel. In vijf minuten staan ze er. Au fond verander je zo'n song niet meer, maar toch kan ik niet stoppen met schaven. Neem nu Wrong. Dat nummer kwam spontaan, maar heeft nog lang op de plank gelegen. Omdat ik het een heel tof liedje vond, kreeg het vele versies. Maar naast zo'n song die zichzelf vormt, heb je ook aparte stukjes die je tot een nummer last. Dat is een nog langer proces. Omdat je nog moet smeden, zijn de vraagtekens groter. Ik heb veel moeite om iets definitief af te maken.

Kwam eindelijk het moment dat je dacht de plaat te hebben voltooid, wijst de Amerikaanse remixer John Luoungo erop dat het nog beter kan. Had je dan toch een buitenstaander nodig om dat te beseffen?

Wouter Van Belle, de producer, heeft ook een grote rol gespeeld in het ordenen van de chaos in mijn hoofd. Alleen vond ik dat we op het einde van de rit allebei de visie verloren waren. Toen is John in het verhaal gekomen. Hij heeft gewoon met een klaar hoofd de essentie er weer uitgevist. Het grootste probleem was dat er te veel arrangementen op de plaat stonden. Als mixer maakte hij de perfecte keuzes en smeedde hij de cd tot één geheel.

Was je het spoor bijster omdat je je te veel liet leiden door de tijdgeest? Er heerst tegenwoordig namelijk een tendens om songs vol te stoppen en rare wendingen te geven. Het mag vooral niet te normaal klinken.

Mijn plaat klinkt redelijk normaal. Ik maak klassieke popsongs. Ik had kunnen zeggen: ik neem een akoestische gitaar, een bas en een drum en gooi alles in twee weken op plaat. Maar dan had het naar mijn smaak te veel een retro-indruk gemaakt. Ik vind: je leeft in 2000. Daar moet je niet in overdrijven, maar ik wou toch vermijden de zoveelste Jeff Buckley te worden. Ik wou ook geen rockmuziek maken. Het moest Joost-muziek zijn. Daar ben ik in geslaagd. Het leuke is dat een breed scala aan mensen deze plaat kan appreciëren. Die diversiteit vind ik tegenwoordig weinig terug. Hét knelpunt van de hedendaagse muziek, naast die volstopperij waarover je het had, is de eenheidsworst.

De referentiepunten van je plaat dateren uit de jaren tachtig: The Police, Prefab Sprout, The Waterboys, Crowded House...

Dat klopt. De drums zitten zeker in de richting van The Police. Maar Oasis en Radiohead zouden evengoed referentiepunten kunnen zijn. Alleen gaan groepen als The Waterboys en U2 bij mij langer mee. Zij hebben ook een belangrijker invloed gehad op mijn ontwikkeling. Wouter Van Belle is ook in de jaren tachtig muzikaal opgegroeid. Al bij al vind ik de associatie niet eens erg.

Moest je, om live te gaan met een echte groep, de nummers nog een keer heruitvinden?

Heruitvinden is niet het woord. Maar ik wilde bijvoorbeeld geen keyboards op het podium. Op plaat is dat productioneel mooi, maar live wilde ik het puurder. Bijgevolg moest ik heel wat arrangementen vervangen die de nummers ondersteunden. Lars Van Bambost vangt op gitaar veel van die partijen op. Daar is hij een kei in. Dat creëert een nieuwe sound. Een nieuwe vibe. Daardoor voél je de songs plots anders.

Sta je er bij stil wat de toekomst gaat brengen? Met Lars heb je er een songschrijver bij.

De chemie tussen twee songschrijvers kan je niet voorspellen. Ik geloof niet in het uitstippelen van de toekomst. Hoewel ik tot nog toe een eenzaat ben geweest als songschrijver, sta ik voor alles open. Ik zie het best zitten om een andere manier van werken uit te proberen, in plaats van 's nachts als singer-songwriter iets voor mezelf te schrijven, me met de groep twee weken ergens opsluiten en van een groove vertrekken. Zelf weer bas spelen, want dan voel ik me meteen een andere muzikant. Zo wil ik iets fris ontdekken. Het solosysteem ken ik nu.

Ik vond het gek om te lezen dat je Wrong heb gepend nadat je op de radio "Een Heel Klein Beetje Oorlog" van Noordkaap had gehoord.

Dat moet je niet verkeerd interpreteren. Soms geeft iets dat ik van de radio oppik mij energie. Geeft het mij de goesting om in mijn stulp muziek te gaan maken. Bij Little Arythmetics van dEUS had ik dat ook. Het is dus niet zo dat ik me door die nummers an sich laat inspireren. Dat Lars aan de grondslag van Een Heel Klein Beetje Oorlog lag, is natuurlijk wel grappig. Het toeval wil ook dat Van Belle dat heeft geproduceerd.

Dat Lars nu bij je speelt, is dus ook logisch?

Vlaanderen is zo klein. Het is puur toeval dat hij ook in Noordkaap heeft gezeten. Lars belde mij zelf op: "Ik stop met Noordkaap en wil eigenlijk alleen nog bij jou komen spelen."

Je zingt vaak hoog, iets wat nu in de mode is.

Maar ik vind niet dat je mijn zangstijl met die van iemand anders kan vergelijken. Ik zing gewoon de ziel uit mijn lijf en dat gaat van laag naar hoog en van hoog naar laag. Maar nooit schrijf ik melodieën óp mijn stem. Ik wil dat niet opportunistisch uitbuiten om de mensen een kick te bezorgen. Ik heb thuis best nog songs liggen zonder hoge uithalen. Het is trouwens iets van alle tijden. Je doelt uiteraard op de Jeff Buckley-generatie. Ieder zijn ding, maar ik heb daar niet veel mee te maken. Trouwens, je hebt ook mensen die absoluut niet kunnen zingen en toch scoren. Raak je iemand of niet, dat is de kwestie.

Zou het kunnen dat zangers zich nu kwetsbaarder durven op te stellen? Ze laten hun vrouwelijke kant zien en stappen af van dat macho rockgedoe.

Daar geloof ik niet in. Kijk naar Arid. Die Jasper zingt geweldig, maar intussen rockt zijn groep vrolijk verder.

Maar het is niet macho.

Heeft dat niet meer met imago te maken? Luc De Vos beweert dat de rock op sterven na dood is. Dance overheerst. Toch denk ik dat er altijd ruimte zal blijven voor gevoelsmuziek. Mensen kunnen niet alleen van house en techno leven.

Ik vind dat je rare liefdesliedjes schrijft. Ze gaan over een bijna ziekelijk verlangen.

Dat is zo. Het beeld van het zieke mannetje op de zolder. Het is een vicieuze cirkel: je komt een meisje tegen, maar omdat de muziek je zo opslorpt, engageer je je tegenover haar niet genoeg, mislukt de relatie en schrijf je het verdriet weer van je af. Ik maak geen zoete liedjes, maar het gaat altijd wel over de liefde.

Je hebt nooit de drang gevoeld om iets anders te vertellen?

Toch wel, maar dat werkte niet. Ik zeg het: deze songs komen uit mijn ziel. Ook al komen ze soms heel poppy over. Het wordt nooit pure Nick Drake. Het moet niet allemaal zeemzoet en zielig zijn. Ik heb nummers die tot op het bot gaan, maar ook vlotte liedjes. Als ik tijdens het schrijven door de combinatie van melancholie, melodie en stem iets voel in mijn buik, dan weet ik: het zit goed. Door die kriebels kom ik vanzelf op dat gegeven van de liefde uit. Misschien vinden sommigen dat beperkend. Als het ooit verandert, zal het automatisch moeten gebeuren. Kijk, ik ben geen rocker. Ik kan niet rocken.

Lars is nochtans een rockgitarist.

In mijn groep niet. Daarom stelde hij ook voor om met mij samen te werken. Hij wou iets anders. Ik wou dat hij zichzelf opnieuw uitvond. Anders leek het voor mij niet interessant. Lars kan met enorm veel klasse, schwung en finesse spelen.

Waarom worstelen muzikanten zo met de liefde? Zijn ze zulke dikke egoïsten?

Ik kan enkel voor mezelf spreken, want ik ken niet zoveel muzikanten. Ik bedoel, wie van hen laat in zijn hart kijken? Trouwens, velen maken net muziek om wijven te kunnen neuken. Bij mij heeft die worsteling niet enkel met het muzikant-zijn te maken. Ik ben altijd zo geweest. Een loner. Op mezelf. Heel gevoelig voor melancholie en voor sferen. Gelukkig heb ik niet meer zo'n hang naar het verleden. Ik heb lang een nostalgische periode gehad. Ik fantaseerde over hoe het vroeger was. In je hoofd blijft iets natuurlijk anders hangen dan het daadwerkelijk was. Ik heb ook een Beatles-freakfase doorgemaakt. Ik kickte op de jaren zestig. Complete bullshit. In het prullen thuis uitte zich dat in het opentrekken van galm en strijkers. Door aan deze plaat te werken, ben ik daar uitgegroeid. Ik heb nu een goeie relatie. Misschien dat ik daarom wel veranderd ben. Eindelijk heb ik het gevoel dat er iets lukt in mijn leven. Alles valt samen: die plaat is tot een goed einde gekomen en ik ben nu al een jaar samen met een meisje. Ik word ook wat ouder.

Word je niet bang omdat alles nu goed loopt? Bang om alles weer te verliezen?

Ja. Het gevoel dat het té goed gaat. Het overkomt me ook echt allemaal. Ik ben iemand die veel relativeert. Hoe meer je dat doet, hoe beter het loopt, zo lijkt het wel. Heel raar. Ik had de hoop al lang opgegeven. Die plaat is er nu en de rest is bijzaak. Er wacht mij nu een heel circus, en ik zal niet beweren dat ik dat niet gewild heb. Daar heb ik lang van gedroomd. Maar toen ik aan de cd bezig was, deemsterde dat verlangen weg en maakte het plaats voor iets anders. Dat is niet meer hét streven. Ik laat het me nu overvallen. Die houding bevalt me wel. Al mag de druk en de armtrekkerij best wat afnemen.

De platenfirma heeft grootse plannen en zou graag zien dat je over de grens aantikt.

Pas op, dat wil ik ook. Ik wil graag gaan toeren. Uiteraard wil ik succes. Maar ik snak er niet meer zo ziekelijk naar als vroeger. Krijg ik geen succes, zal ik er ook niet van wakker liggen. Als het lukt, geef ik het volle pond. Dat heb ik altijd al gedaan. Alleen is het nu rustiger in mijn hoofd. Vroeger leek alles nog zo onbereikbaar. Ik greep naar mijn dromen, maar kon er net niet bij. Op het moment dat je denkt: laat maar, ik maak gewoon muziek en trek me van niets nog wat aan, dan gaat het je plots voor de wind.

Hoe oud ben je nu?

28.

Is dat een mooie leeftijd om te debuteren?

Zeker. Je moét al een paar keer op je bek gegaan zijn. Daardoor kan ik alles nu, met de heisa die er is, goed sturen. Vijf jaar geleden zou ik niet zo goed hebben kunnen relativeren. Toen wist ik ook nog niet zo precies wie ik ben en wat mijn verhaal is. Nu heb ik het gevoel dat ik niets te verliezen heb. Ik ben gewoon mezelf. Daardoor hoef ik geen schrik te hebben. Ja, ik wil aandacht. Maar die komt of die komt niet. Dat ligt niet in mijn handen. Dat is voor mij een belangrijk besef. Ik wil niks forceren, maar ik ben klaar voor het buitenland.

"Novastar" is uit bij Warner. Concerten: op 23/3 in 't Stuc in Leuven, op 24/3 in Le Salon in Silly, op 7/4 in de Nijdrop in Opwijk, op 15/4 in de Cactus Club in Brugge en op 22/4 in Viva Velinx in Tongeren.

Peter Van Dyck / Foto Guy Kokken