Een raadsel. "Welk koppel past het best bij elkaar: een ziende man met een blinde vrouw, of andersom?"
...

Een raadsel. "Welk koppel past het best bij elkaar: een ziende man met een blinde vrouw, of andersom?"Meir Shalev stelt de vraag in zijn roman. Hij antwoordt resoluut: "Een blinde man en een ziende vrouw, natuurlijk. Blindheid is een typisch mannelijk kenmerk." Een andere stelling in zijn boek: "Zelfmoord is de natuurlijke dood voor een man." Shalev: "Ik denk niet dat dat zo is. Maar iedereen denkt wel eens aan het plegen van zelfmoord. Ik denk er toch veel aan. Het is een daad die je in alle vrijheid stelt. Het is natuurlijk ook een zelfzuchtige daad. Er is alleen leven geven en leven nemen." Een man in de greep van vrouwen. Mensen die leven met een noodlot dat als een zwaard van Damocles boven hun hoofd hangt. Mensen die vastgeklonken zijn aan het toeval. Daar gaat het nieuwste boek van de Israëlische Meir Shalev over. Shalev noemt het een emotionele oefening. Het is opnieuw een schitterend boek van deze vijftigjarige meesterverteller. Een roman over de kleine mens, gevangen en geborgen in zijn familiebestaan. Het boek werd opgebouwd als een paternoster, voor iedere kraal een verhaal, een weetje, een roddel, op het ritme van een oud gebed. R efael Maier is 52. Hij is de oudste nog levende man van zijn familie. De andere mannen kwamen om door noodlottig toeval of zelfmoord. Zijn vader stierf in zijn slaap, verpletterd onder de rupsband van een tank die in het donker achteruitreed. Soms stelt hij zich zijn eigen dood voor, het is een dood die loert, "een treuzelende belager". Refael groeide op tussen alleenstaande vrouwen, tussen weduwen: zijn leesgrage moeder, zijn gierige grootmoeder, een "rode" en een "zwarte" tante. Met z'n allen vormen zij "De Grote Vrouw", een boezem die de jongen verstikt. Dan is er nog een zus en een ex-vrouw. Vrouwvolk genoeg om een man te doen nadenken over zichzelf. Shalev: "Ik geloof niet in pure vriendschap tussen man en vrouw. Er moet iets zijn als passie. Het moet niet noodzakelijk geconsumeerd worden, maar er moet altijd een zekere spanning zijn. Noem het nieuwsgierigheid." Maier groeide op in Jeruzalem, in de buurt van een blindeninstituut. Zoals Shalev: "Ik was altijd gefascineerd door de blinde kinderen van het instituut. Wij speelden met hen alsof ze konden zien. Ze hielden ervan. Ze konden heel goed voetballen. Op een dag speelden we met een hoelahoep. Iemand liet die hoog in een boom terechtkomen. We klommen in de takken om hem terug te halen maar kregen hoogtevrees. We vroegen twee blinde kinderen in de boom te kruipen. Zij konden toch niet zien hoe hoog het was. Toen we negen waren, gluurden we door de ramen van de slaapzalen als de blinde meisjes zich uitkleedden. De blinde jongens gingen met ons mee en vroegen: 'Vertel ons wat je ziet.' (Lacht) Zo heb ik de kunst van het vertellen geleerd." Refael Maier kijkt terug op zijn vreemde jeugd tussen blinden en vrouwen, terwijl hij in de Negev-woestijn zijn dagtaak als inspecteur van een waterbedrijf volbrengt. Shalev: "Ik weet niet hoe het is op te groeien als deze man. Maar ik hou van de mythologische aspecten ervan. Zelfs als volwassen man kan Refael zijn banden met de vrouwen niet doorbreken. Hij liep van hen weg, de woestijn in, maar ze komen hem nog steeds bezoeken en hij bezoekt hen." En dan is er Rona, de geliefde van Refael. "Ik hou van haar karakter. Het is niet de vrouw van mijn dromen, maar ik moet toegeven dat ik sommige delen waarin Rona figureert, louter voor mezelf geschreven heb. Als je drie jaar aan een boek werkt, word je op sommige momenten kwaad, je raakt verstrikt in je verhaal, je raakt gefrustreerd. Je moet op een of andere manier jezelf amuseren. Ik hou van haar praktische aanleg, haar cynisme, haar intelligentie. Ik hou ervan als ze bij Maier op bezoek komt en zegt: 'Ik heb niet veel tijd. Ik heb een man, ik heb kinderen en ik heb nog veel te doen.' En wat nog? Ze heeft sproeten op haar borsten, ze ruikt lekker en ze heeft een rode wagen. En ze heeft een saaie man." Denkt na en herhaalt: "Dat zijn de schitterendste vrouwen: zij die een saaie man hebben." Meir Shalev studeerde psychologie. Hij werd een erg populaire televisiester. "Een kinderachtige bezigheid. Het heeft lang geduurd voor ik volwassen werd. Ik dacht de hele tijd: ik ben iets aan het doen dat volstrekt betekenisloos is."Hij begon op zijn vijfendertigste te schrijven. Eerst kinderboeken, waarvan er binnenkort een in het Nederlands vertaald zal worden. Dan essays over de bijbel, verzameld in De bijbel nu, en essays over literatuur en dagelijkse beslommeringen in Vooral over de liefde. Later kwamen zijn grote romans. Russische roman, De kus van Esau en De vier maaltijden. Hij schrijft een wekelijkse column in het dagblad Yediot Ahronot, waarin hij zijn kritiek uit op het beleid van Netanyahu. "In deze barre tijden in Israël moeten mensen van de oppositie opstaan en hun mening verkondigen. Ik ben links, ik wil de vredesprocessen en de gesprekken met de Palestijnen stimuleren. Ik wil een stem laten horen die vindt dat hun rechten moeten erkend worden en zeggen dat zij recht hebben op een eigen staat. Al ons geld, onze tijd, onze energie wordt nu verspild aan de onderdrukking van mensen op de westelijke Jordaanoever. Ieder ander aspect van een normaal maatschappelijk leven zoals opvoeding, wetenschap, cultuur lijdt daaronder. Niet de economie of de veiligheid zijn motivaties voor die onderdrukking van de Palestijnen. Vele mensen beweren dat ginds het land van Abraham ligt, het graf van Jacob. Ik denk niet aan het graf van de vader, ik denk aan het huis voor de zonen. De scheiding tussen politiek en religie is heel belangrijk voor me. Rabin voerde een praktische politiek. Dat was zijn grote kwaliteit. Maar hij werd vermoord om religieuze redenen. Netanyahu wilde eigenlijk geen vrede. Maar omdat de Israëlische regering het akkoord heeft getekend, moest hij met die erfenis verder. Ongeveer dertig jaar geleden was ik een soldaat in het Israëlische leger. Ik had het gevoel dat we vochten voor de goede zaak. We werden toen werkelijk fysiek bedreigd. Ik ben geen pacifist. Ik ben een praktisch man. Ik hou niet van oorlogen, maar ik weet dat je soms geen andere keuze hebt. Ik vocht tijdens de zesdaagse oorlog. Als jonge man hield ik van het soort actie dat we daar hadden. Ik hield van mijn kameraden in het leger. Daarom nemen ze altijd jonge mannen om te gaan vechten, ze denken niet te veel na. Ik heb nooit iemand gedood vanop een afstand van één meter, nooit een mes in iemands lijf gestoken. Maar wel... hoe gaat dat? In een oorlog dood je nu eenmaal mensen. Het zijn herinneringen die ver weg liggen. Ik denk er niet meer aan. Het is niet het belangrijkste wat er in mijn leven gebeurd is. Sommige van mijn oude legerkameraden zitten nog steeds met die oorlogstijd in hun hoofd. Ik niet. Dat ik daarna studeerde, dat ik las, dat ik liefhad, dat ik kinderen kreeg, dat ik boeken schreef, is voor mij veel belangrijker dan dat ik ooit diende in een oorlog. Mensen in Europa verwachten dat ik politieke romans schrijf. Ze denken dat Israël alleen politiek is. Ik schrijf al over politiek in het dagblad. In een roman wil ik van de vrijheid genieten die een romanschrijver heeft. Ik wil over mensen schrijven en hun leven. Ik wil een gewoon verhaal vertellen over een familie en de verhouding tussen mannen en vrouwen. Dat is ook het soort boeken dat ik zelf het liefst lees.Ik hou ervan om over echte basisdingen te schrijven." Een van de mannelijke toeverlaten die Refael heeft, is Avraham, de steenhouwer. "Ik hou van dat soort ambachtslui. Ik vind het spijtig dat ik zelf niet zo'n ambacht heb. Schrijven is iets abstracts. Mijn familie langs moederszijde bestaat uit boeren, veehandelaars. Langs vaderszijde heb je de filosofen. Ik sta daar tussenin. Ik heb niet het gevoel dat ik tot een Hebreeuwse literaire school behoor. Je hebt bij ons natuurlijk schrijvers als Oz, Yehoshua en Grossman. Ik ken sommige schrijvers. Maar ik behoor niet tot 'de groep'. Mijn beste vriend is een instructeur voor mensen die met terreinwagens rijden. Een andere vriend is journalist, nog een andere zanger en de vierde cardioloog. Mijn vier beste vrienden hebben niets te maken met literatuur." De oorspronkelijke titel van het boek luidt Be-veto ba midbar. "Wat In zijn huis in de woestijn betekent. Het is een citaat uit de bijbel. Wanneer Joab, de generaal van koning David, op bevel van Salomo gedood wordt, schrijft de bijbel: 'En zij begroeven hem in zijn huis in de woestijn.' De Hebreeuwse naam voor het boek Numerus in de bijbel luidt ook: In de woestijn. Aanvankelijk wilde ik het boek Hier ben ik noemen. Maar het gaat niet over mij, dus viel die titel weg." Het gaat over Refael Maier, de eerste persoon die ook het hoofdkarakter is. In zijn vorige romans liet Shalev de vertelfiguur steeds verhalen vertellen over anderen. Nu tekent hij die figuur zelf dieper uit. "Ik wilde een introverter boek schrijven. Maar die Refael, ik hou eigenlijk niet zoveel van hem. Hij is te passief." In het boek wordt vaak gesteld dat een opvoeding tussen vrouwen voor een jongen de beste manier is om op te groeien. "Dat is natuurlijk niet zo. Een jongen heeft een vader nodig. Mannen hebben altijd geheimen waar vrouwen geen weet van hebben. Ze houden niet op te spelen met speelgoedjes: met auto's en modellen. Ze hebben daar behoefte aan. Vrouwen stoppen daarmee op hun zestiende. Ze zijn realistischer." Een van Shalevs hobby's is racen met moto's en auto's. De troostfactor van de snelle wagen is hem niet vreemd. "Voor het overige geloof ik niet in het onderscheid tussen mannen en vrouwen." De vrouwen rond Refael vormen de schaduw die hem blijft achtervolgen. "Omdat Refael zo verstikt werd door de vrouwen rondom hem, zo op handen gedragen, is hij uitgegroeid tot een passief wezen. De vrouwen denken dat alle mannen van hun familie door ongelukkig toeval moeten getroffen worden en beschermen Refael. Het ongelukkig toeval is het perspectief waarmee hij zijn leven moet leiden. De overbescherming tegen dat toeval maakt hem een buitenstaander, een eenzame man, iemand die niet durft te handelen. De enige act die hij stelt, is zijn vertrek naar de woestijn, omdat hij nog meer alleen wil zijn. Dat is ook het enige aspect waarvan ik bij deze man hou. Ik hou er ook van me af en toe eens terug te trekken in de woestijn. Ik zou er graag een tijdje gaan wonen."Refael boort putten. In een van zijn vroegere essays beschrijft Shalev de metafoor vanuit een bespreking van werken van Thomas Mann. Het verband tussen het maken van putten en herinneringen ophalen ligt ook hier voor de hand. "Refael boort voortdurend zijn herinneringen aan. Het geheugen en de herinnering zijn de zaken waar we voortdurend mee te maken hebben. Het is het materiaal waarmee we verderleven. En het mooist aan het geheugen is dat het zo onbetrouwbaar is. Het is zeer emotioneel en creatief. Zelfs als je je kinderen iets vertelt over je eigen kindertijd, verberg je zaken, je voegt er dingen aan toe, je maakt het mooier. Zoals het menselijk lichaam het basismateriaal is voor de modeontwerper, de materie voor de fysicus, zo vormen de herinneringen het basismateriaal voor de schrijver. Vertellen is een vorm van herinneringen ophalen. De vertelkunst heb ik thuis geleerd. In mijn familie vertelde iedereen schitterende verhalen. Het is een kunst die aan het uitsterven is. Maar iedereen wil goede verhalen horen. Vertellen heeft iets te maken met liefde, denk ik. Hoe vaak vraagt een vrouw niet aan haar man: 'Vertel eens een mooi verhaal.' Het creëert een intimiteit. Ook kinderen vragen het voortdurend aan hun ouders." Lezen en naar verhalen luisteren is ook in het leven van Refael heel gewoon. Shalev: "Het maakt deel uit van iedere joodse familie, zeker de families van Russische oorsprong. Mijn vader was een dichter. Mijn ouders wisten heel veel over literatuur. Ze bespaarden op alles, behalve op boeken. Wij lazen de bijbel als een verhaal. Het is misschien een van de belangrijkste boeken die ik in mijn jeugd verslonden heb, naast het kinderboek Three man in a boat, een grappig verhaal over drie mannen die op zee reizen met een hond aan boord, en de boeken van Erich Kestner. Ik hou van boeken die emoties overdragen, geen lessen. Wij werden joods opgevoed maar niet religieus. Ik heb een bar mitswa gehad, zoals de andere joodse kinderen. Mijn ouders zegden: 'Als je dat wil, dan zullen we dat met jou vieren.' Mijn vader was antireligieus, hij haatte ze, de religieuze mensen. Ik heb hem ooit gevraagd waarom hij daar zo fanatiek in was. Hij antwoordde me dat zijn zus Rafaella, met wie hij zich heel verbonden had gevoeld, op haar tiende gestorven was en dat hij sindsdien niets meer te maken wilde hebben met God en geloof. Om zijn zus te gedenken, heeft mijn vader prachtige gedichten over haar geschreven. Hij noemde mijn zus naar zijn zus en ik heb op mijn beurt het hoofdpersonage van dit boek naar mijn zus genoemd. Ik ben blij dat ik seculier ben opgevoed. Je groeit met een open, meer sceptische geest op. Als je religieus bent, heb je geen twijfels." Hangt daarom het lot van de dood zo boven het hoofd van de personages van Shalev? "Doodgaan is het enige dat je maar één keer kan. Je kan verschillende keren verliefd worden, je kan verscheidene kinderen krijgen, maar sterven kan je nooit meer overdoen. De dood en het afscheid van de mensen die jou altijd omringd hebben, is een van de diepste ervaringen in je leven. Het verandert je hele bestaan. Mijn moeder stierf veel te jong, ze was 64. Ze had kanker. Mijn vader stierf toen hij 74 was, aan een hartstilstand. Hun dood was zeer traumatiserend voor mij. Toen ik als jonge man vocht in de oorlog, raakte ik zwaar gewond. Ik verloor heel wat bloed. Ik werd op het nippertje gered. Toen de helikopter me kwam ophalen, zweefde ik al in de lucht. Ik stond vlak bij de dood. Het was een heel aangenaam gevoel."Meir Shalev, De grote vrouw, Vassallucci, Amsterdam, 1998. Onlangs verscheen als Rainbow Pocket ook Russische roman.Anna Luyten / Foto's Guy Kokken