Een jas wordt tas. Een mantel wordt kussen. Multi-functioneel, uitgekiend, radicaal. Miyake is de Piet Pienter van de mode, de meester van het vouw- en plooiwerk, een goochelaar, al 25 jaar onbetwistbaar de grote futurist.
...

Een jas wordt tas. Een mantel wordt kussen. Multi-functioneel, uitgekiend, radicaal. Miyake is de Piet Pienter van de mode, de meester van het vouw- en plooiwerk, een goochelaar, al 25 jaar onbetwistbaar de grote futurist.Lene Kemps Hij lijkt op een filmster. Met een grote glimlach van parelwitte tanden en achteruitgekamd gitzwart haar. Het is warm en hij heeft een bakje ijsblokjes voor zich gezet waar hij af en toe zijn handen insteekt. Rond ons in de helderwitte showroom staan rekken vol kleurige kleding. Door het dakraam valt de zon naar binnen en elke tint lijkt feller. Alsof we midden in een serre in een bloementuin zitten. Alsof de kleren als exotische planten aan de rekken groeien en Miyake de tuinier is. Als er iemand bestaat, die kleren kan kweken, dan moet het Miyake zijn. ?Als je met vormgeving bezig bent, ga je inzien dat de natuur het mooiste design is wat er bestaat?, zegt hij. ?Planten, bloemen, wind en water zijn de perfectie zelve.? Het werk van Miyake doorbreekt alle grenzen. Zoals alles wat niet netjes in een hokje past, verenigt het tegenstrijdigheden. Een kledingstuk groeit uit de wil om louter praktische kleding te maken ?Clothes for living? , maar lijkt ver verwijderd van het dagelijkse leven, omdat het zo vormvernieuwend is. Elk stuk is speels en futuristisch, maar gebouwd op traditie. Hij gebruikt ultra-moderne hoogtechnologische stoffen voor kleding die uit een laboratorium of windtunnel lijkt te komen, maar wat bijblijft is de natuurlijke en poëtische dimensie, de sfeer van sereniteit en harmonie. In 1945 is Miyake zeven. Hij woont in Hiroshima. Hij is erg terughoudend over de indruk die de verwoeste stad op hem moet hebben gemaakt. Hij praat evenmin over de pijn die hij thuis moet hebben gezien. Zijn moeder was zwaar verbrand en zou vier jaar na de val van de bom overlijden. ?De kinderen die opgroeiden tijdens de oorlog vormen een opvallende generatie?, schrijft Miyake-biograaf Mark Holborn. ?Het is alsof de ontberingen van die tijd hun creativiteit hebben aangewakkerd. Alsof het leven tussenruïnes hen heeft aangespoord optimistisch te zijn en postieve standpunten in te nemen.? Holborn trekt een parallel tussen het herstel van de natie en het opkomende succes van Miyake. De oorlogsgeneratie is de eerste die uit de Japanse dogma's breekt en reist, die internationaal denken als onderdeel van haar identiteit ziet en economische en creatieve expansie tot haar handelsmerk maakt. Issey studeerde geen mode maar grafiek. ?Mode fascineerde me wel?, zegt hij. ?Als tiener verslond ik modebladen. Maar in die tijd werd je als jongen niet verondersteld het te studeren omdat het zo'n vrouwelijk iets was. Bovendien betekende mode : Parijs. En Parijs stond dan weer voor couture, iets waar ik helemaal niet van houd. Ik wilde al die definties overstijgen, maar wist niet of ik het wel kon.? Niet iemand om een uitdaging uit de weg te gaan, belandt Miyake in 1965 toch in Parijs om er te studeren bij Guy Laroche en Givenchy. ?Die eerste jaren in Parijs waren erg belangrijk?, zegt hij. ?Ze legden de basis voor mijn carrière. Maar de couture-sfeer beklemde me. Ik realiseerde me dat ik niet van begrippen als exclusiviteit en elitarisme hield. Het klopte niet met wat er in '68 in de straten gebeurde. De Franse cultuur was me te zwaar en intellectueel. Om mijn eigen visie te laten ontwikkelen en kracht te geven, moest ik weg.? U bent de eerste Japanner die Parijs heeft veroverd, maar het moest met een omweg langs New York. Issey Miyake : In Parijs wonen veel mensen die me dierbaar zijn, maar ik heb altijd meer van New York gehouden. Eind jaren zestig was New York jong, energiek en dynamisch. Men stond er meer open voor mijn werk dan in Parijs of Tokyo en dat gaf me het zelfvertrouwen om door te gaan. Ik zocht aansluiting met de tijd en wilde een stad die me dat hier-en-nu-gevoel gaf. De hippies in Parijs hebben me emotioneel erg geraakt. Ze veranderden mijn opvatting over functionaliteit. Ik wilde iets soortgelijks als een jeans en T-shirt maken. Maar dat kon in het Parijse milieu niet. Men verwachtte showpieces van me. Ik heb energie nodig. Dat was ook de reden waarom ik in 1970 naar Tokyo terugkeerde en er tenslotte mijn designstudio oprichtte. Ik keerde terug om aan de expo in Osaka mee te werken en vond een land in volle verandering, een land vol energieke mensen op zoek naar vernieuwing. Van bij het begin van uw carrière had u het over design, niet over mode. Design interesseert me meer dan mode. Design betekent vooruitgang, is diepgaand. Mode is louter trend, oppervlakkig, elke zes maanden iets anders. Design bereikt uiteindelijk iedereen. Mode drijft op exclusiviteit. Design heeft een functie, het staat los van het begrip smaak, it's beyond taste omdat het helder en simpel is. Mode schept alleen maar verwarring. Neem nu het vocabularium. Wat ben ik : een kleermaker, ontwerper of createur ? Ik ben een designer. Design klinkt technisch, in die zin dat het functioneel is. Design has a purpose : to be used by people. Neem nu een stoel : het is zo'n eenvoudig voorwerp, en tegelijkertijd zo ingewikkeld ; er zit een heel verhaal achter. Ik heb thuis een verzameling stoelen. Ik verzamel ook swatches. Ik ben een groot bewonderaar van de Walkman, dat is echt een designvoorwerp dat het leven van mensen heeft veranderd. Design is er voor mensen. Voor zoveel mogelijk mensen. Kleren zijn er om in te leven, elke dag. Als ik mijn werk niet op straat zou zien, dan zou ik me ongelukkig voelen. Ik wil kleren maken voor de toekomst, als de jeans en het T-shirt. Creatief ontworpen, industrieel gemaakt, betaalbaar en makkelijk te begrijpen. Dan moet u met alle respect triest zijn geweest, want ondanks alles blijven uw kleren voor de meeste mensen vrij onbereikbaar. Enkele jaren geleden was ik inderdaad depressief. Ik zag zelden iemand die mijn kleren droeg. En wanneer ik interessante mensen ontmoette artiesten, muzikanten, dansers, studenten , waren die helemaal niet geïnteresseerd in mode. Ze droegen nooit designerkleren. Het wordt zo vaak gezegd : ik wil kleren maken voor iedereen. Maar ik wil het echt. En als het dan niet lukt, is dat frustrerend. Sindsdien heb ik ingezien dat draagbare kleding maken op mijn methode nu eenmaal veel tijd vraagt. Research is essentieel voor me. Mijn studio is een laboratorium. Maar niet alle resultaten van dat onderzoek zijn onmiddellijk toepasbaar en geschikt voor iedereen. Ik moet soms heel ver gaan om iets bruikbaars te vinden. En pas nadien kan ik het een stap dichterbij brengen. Ik heb de experimenten nodig om tot het commerciële te komen. Met Pleats Please (de goedkopere bijlijn van geplooid polyester, in België te zien bij XSO) hebt u dat democratische ideaal een beetje verwezenlijkt. Pleats Please ziet men overal. Met Pleats Please is het me een beetje gelukt om echte kleding te maken. Ik ben er blij mee, het is een mooi product. Maar het klopt nog niet helemaal. Onlangs was ik in de Galeries Lafayette en ik bestudeerde de mensen die voor me aan de kassa stonden. Het waren mooie, aardige mensen. Subtiele make-up, goede manieren, verzorgde kleren. Maar geen Pleats Please. Ik dacht : we zijn er nog niet, ik ben dom, ik heb het nog steeds niet begrepen en maak nog steeds designer-kleren. Maar ik voel dat we er komen. Ik voel dat ik naar een volgende stap toe evolueer. Is het parfum ?Eau d'Issey? er gekomen om voor meer financiële armslag te zorgen of vanuit die behoefte aan een ?democratisch? product ? Vanuit die wil om iedereen te omhullen. Iedereen raadde het me af. Financieel was het een groot risico, iedereen zei : je naam is niet groot genoeg. En ik zei : so what ? Ik heb er lang op gewerkt, maar ik liep al een tijdje rond met een verlangen naar een bepaalde geur en een fles. Het is uiteindelijk een behoorlijk populair parfum geworden. In sommige landen kent men me als Issey Miyake, de parfummaker. Wat is er eigenlijk met Plantation gebeurd, de bijlijn die u in 1981 begon ? Ik ben ermee gestopt. Ik slaagde er niet in het publiek te bereiken dat ik wilde. Misschien was ik gewoon te vroeg. Plantation was eenvoudig, makkelijk te onderhouden, goedkoop en nonchalant. En in die tijd betekende mode : rare kraagjes, vreemde coupes en ingewikkelde dingen. Nu vraagt me iedereen me : waarom begin je niet opnieuw ? Voor mij is dat hoofdstuk afgesloten. Ik ben aan een vervolg op Pleats Please bezig. U steekt uw afkeer voor haute couture niet weg. Toch maakt u zelf ook bijzondere en exclusieve stukken. Soms zien ze er bijzonder uit, omdat ze experimenteel zijn. Maar zelfs de meest extreme dingen die ik ooit heb gemaakt, werden verkocht. Ik maak nooit iets voor de grap of voor het spektakel. Het werkt altijd. Je kan er altijd mee op straat, zelfs als het experimenteel is. Ik heb geen afkeer van haute couture, ik begrijp het gewoon niet. Ik weet niet tot wie haute couture zich richt. Ik heb respect voor het vakmanschap en ik zou het jammer vinden als die mooie ambachten zouden verdwijnen. Maar hebben de amabachtslui haute couture nodig ? Ze kunnen misschien ook wel op een andere manier overleven. In de studio werken we soms ook erg ambachtelijk, wij laten ook stoffen speciaal voor ons ontwikkelen. Maar we maken er geen haute couture mee. Waar komt die passie vandaan om elke stap van het proces in handen te hebben ? Zo ben ik. Als ik zin heb ik in sinaasappelsap, dan zou ik het liefst eerst zelf de boom planten. Anders is het voor mij niet interessant. Maakt de stof het kledingstuk ? Stof en vorm zijn onafscheidelijk. Je kan niet uitsluitend het een of het ander doen. Ik laat mijn stoffen in Japan ontwikkelen omdat ik Europese stoffen vaak net inpakpapier vind. Ze zijn om mee te beeldhouwen. Zelfs Courrèges die ik erg bewonder, heeft de neiging om vrouwen te verpakken. Ik benader de relatie tussen lichaam en kleding op een andere manier. In zekere zin werk ik op de ruimte tussen lichaam en kleding. Ik hou van kleding die als een tweede huid op je lichaam zit, maar ook van ruime dingen die je bewegingsvrijheid geven. Vandaar dat u vaak met dansers werkt, omdat ze zo mooi bewegen. Ik probeer altijd aan te tonen dat iedereen mijn kleding kan dragen, dat je er alles in kan doen : dansen, springen, rondlopen. Soms werkt u met traditionele Japanse stoffen : het materiaal waaruit judo-kleding wordt gemaakt, of de oude Japanse boerenstoffen. Ja, maar ik heb ook al met Indische materialen gewerkt. Veel facetten van de Japanse cultuur fascineren me, maar ik sluit niets uit. Omdat ik Japanner ben, zoekt men altijd naar een verband, maar het is er meestal niet. Ik ben altijd verbaasd hoe blij mensen zijn als ze iets uit mijn werk kunnen halen en zeggen : dit is typisch Japans. Terwijl ik nooit letterlijk citeer. Sommige mensen vertellen me dat ze mijn werk zo goed vinden dat ze Japans zijn gaan leren. Dat vind ik erg nobel van ze, maar ik begrijp het niet goed. In Japan vind men mijn werk soms te Westers. U lijkt toch erg verzoend met Japan, u werkt ondertussen al lang vanuit Tokyo. In Japan hebben we het beste van beide culturen : het Westen en het Oosten. Je kan er alles in vraag stellen : hoe wil ik werken, westers of oosters, industrieel of ambachtelijk ? Het was mijn ervaring dat ik in Parijs een keuze moest maken : wat wil ik doen : kleding of iets anders ? In Japan kennen we dat soort beperkingen niet. Je opent een studio en de ene dag maak je een regenjas en de volgende een fiets. Het woord Studio duidt op teamwerk. U bent een van de weinige ontwerpers die zijn medewerkers in de eer laat delen. Waarom zou ik mijn medewerkers verstoppen ? Die mensen werken met hart en ziel, van 's morgens tot diep in de nacht. Ze verdienen het applaus. Trouwens, er is geen kat die gelooft dat ik al dat werk alleen zou aankunnen. Ergens denk ik ook aan de toekomst. Studio Miyake kan doorgaan, ook als ik er niet meer ben en ik heb mijn opvolgers zelf gekoesterd en gevormd. U zit nu 25 jaar in het vak. Hoe ziet u de volgende kwart eeuw ? Ik leg mezelf geen grenzen op. Als het te duidelijk wordt waar ik naartoe wil, dan stop ik ermee. Ik stel liever vragen. De belangrijkste is : hoe ziet de toekomst eruit ? Het antwoord ken ik niet. Ik bouw er elke dag aan verder. Productie : Els Van O. / Foto's : Ronald Stoops / Make-up : Inge Grognard / Model : Sile bij Models One. Stretch pak in roestbruin met groene strepen. Plastic stretch boots.Lange groene plissé jurk.Plissé pak met polokraag in chiné blauw.Kort oranje doorstikt jurkje en haarnet-topje.