Bij Renault houden ze van een gokje, ze zijn niet bang van experimenten en niet te beroerd om het autolandschap te hertekenen. Met de Scenic openden ze het segment van de compacte monovolume, nadat ze jaren eerder het straatbeeld hadden veranderd met de monovolume Espace. Nu brengen ze met de Scenic RX4 een compacte monovolume met vierwielaandrijving alweer een nieuwtje. Toch is de zet begrijpelijk: de trend van de SUV's slaat aan, de Sport Utility Vehicle is aan een steile opgang bezig. Toch is dat een merkwaardige evolutie: naarmate de wegen beter worden en terreinrijden bij ons zo goed als overal verboden is, wordt de behoefte aan een offroad-imago groter. Voor ons niet gelaten, ware het niet dat die gril lijnrecht tegenover een andere trend staat: ontzie de natuur door zuiniger te rijden.

De Scenic RX4 komt eraan met twee motoren: een 2 liter benzine met 140 pk en een 1.9 turbodiesel cDi, een evolutie van Renaults eerste direct ingespoten diesel. Met die tweede gingen we zelf de weg op. Een direct ingespoten diesel zorgt voor lagere emissies en een zuiniger verbruik. De toegepaste common rail-techniek, die staat voor een hogere inspuitdruk, benadrukt die kwaliteiten nog extra.

De vierwielaandrijving is van een charmante eenvoud en wordt gerealiseerd door het monteren van een viscokoppeling. Zo'n koppeling bestaat eigenlijk uit een bad met siliconengel waarin de twee aandrijfassen samenkomen. Op die assen zitten lamellen, en als ze in normale omstandigheden met gelijke snelheid draaien, worden ze niet gekoppeld. Verschilt de snelheid van de assen, bijvoorbeeld bij het doorslippen van de wielen, dan warmt de gel vliegensvlug op, wordt stijf waardoor een vaste verbinding ontstaat en de vierwielaandrijving gerealiseerd wordt. Die viscokoppeling vervult dus in zijn eentje de rol van differentieel tussen voor- en achteras en van sperdifferentieel. Het leuke ervan is dat de rijder helemaal niets hoeft te doen: het systeem werkt automatisch, detecteert zelf de tractieproblemen en probeert die te verhelpen. Om het allemaal te laten functioneren, moest achteraan wel wat gesleuteld worden aan de Scenic. Daardoor was er geen plaats meer voor het reservewiel onder de wagen. Dat zit nu stoer achteraan op de in twee delen openzwaaiende achterdeur, en zorgt daar voor 25 cm extra buitenlengte. En dat laat zich voelen bij de parkeermanoeuvres.

Komt de RX4 eraan met de kwaliteit van die vierwielaandrijving, dan torst hij twee handicaps mee: een gewicht van 1485 kg (200 kg meer dan bij een doorsnee Scenic) en een verstoorde stroomlijn. Dat bekoopt hij met een hoger verbruik en een belabberde optrektijd. Wie aan een stopteken de weg oprijdt, zal weten waar we het over hebben.

Mooi is dan weer dat aan het functionele interieur niet werd getornd en dat het rijcomfort de verwachtingen overtreft. Eens op dreef blijkt de motor ook aardig mee te kunnen, maar hij is wel verre van geluidloos.

Waarom iemand zo'n 4x4 koopt en daar 300.000 fr. extra wil voor betalen, is voer voor psychologen. Duidelijk is wel dat zo'n terreinbeest stoer staat en dat is in tijden dat mannen aan zichzelf zijn gaan twijfelen, leuk meegenomen. De wagen vormt dan ook een alternatief voor wie aan zijn imago wil werken, vaak naar de fermette rijdt of een tweede leven in het bos leidt. Of gewoon boven de grijze massa wil uitkijken. De RX4 kreeg nog wat extra kunststoffen beplating mee, die is lelijk, maar past uitstekend bij het "stoere uitzicht". En hij kost maar evenveel als zijn broertje dat op benzine loopt. Wie 950.000 frank overheeft voor zo'n potige Scenic spaart in elk geval de carwash-kosten uit. Want om het stoere effect volledig te laten werken moet de jongste Renault natuurlijk ongewassen en bij voorkeur beslijkt voor de deur staan.

Wie de RX4 en andere vrijetijdsvoertuigen wil bekijken kan van zaterdag 13 tot zondag 21 januari naar de 79ste Internationale Bedrijfs- en Vrijetijdswagensalon in de paleizen aan de Heizel.

PIERRE DARGE