Patrick Cox, opgegroeid in Canada, maar houder van een Brits paspoort, wordt beschouwd als een van de voornaamste schoenontwerpers van zijn generatie. Hij begon zijn bedrijf in 1986, opende een eerste boetiek in '91 (gevolgd door winkels in Parijs en New York) en begon een goedkopere tweede lijn in '93 : Wannabe, een commercieel succes. Cox verkocht in die periode om en bij de tweehonderdduizend paar schoenen per jaar. Maar in 2008 moest hij zijn bedrijf verkopen. Hij speelde daarmee ook zijn naam kwijt (een drama dat wel vaker voorkomt in de mode, zie onder meer Christian Lacroix en John Galliano).
...

Patrick Cox, opgegroeid in Canada, maar houder van een Brits paspoort, wordt beschouwd als een van de voornaamste schoenontwerpers van zijn generatie. Hij begon zijn bedrijf in 1986, opende een eerste boetiek in '91 (gevolgd door winkels in Parijs en New York) en begon een goedkopere tweede lijn in '93 : Wannabe, een commercieel succes. Cox verkocht in die periode om en bij de tweehonderdduizend paar schoenen per jaar. Maar in 2008 moest hij zijn bedrijf verkopen. Hij speelde daarmee ook zijn naam kwijt (een drama dat wel vaker voorkomt in de mode, zie onder meer Christian Lacroix en John Galliano). Maar Patrick Cox bleef niet bij de pakken zitten. Hij opende een patisserie (intussen gesloten) en begon een samenwerking met de Italiaanse schoengigant Geox, voor wie hij sinds 2011 tweemaal per jaar een capsulecollectie ontwerpt (hij was in het verleden ook enkele jaren artistiek directeur van Charles Jourdan, het legendarische Frans merk). "Die samenwerking gaat goed", vertelt een stralende Cox, intussen 51, in de showroom van Geox in Firenze. "We begrijpen elkaar intussen, en dat is fijn. Ik heb begrepen dat ik niet moet afkomen met ontwerpen die te complex zijn of gewoon niet passen bij Geox. En zij hebben geleerd dat ze me geen dingen moeten vragen die ik niet wil doen. Je moet zo'n samenwerking met een bedrijf zien als een relatie. Het duurt even voor je elkaar écht leert kennen." Patrick Cox : Ik wou altijd vijf kleuren van elk model. Nu weet ik dat dat geen zin heeft. Die vijfde kleur komt er toch niet. Geox kiest één kleur, en daarnaast misschien nog een accentkleur. Als een bepaald model een enorme bestseller wordt, wordt eventueel een derde kleur overwogen. Maar dan hebben we het over honderdduizenden paar schoenen. Als ik zeg dat ik vijf kleuren wil kiezen, dan houden ze me niet tegen. Maar ze zeggen er wel meteen bij dat ze die niet allemaal zullen produceren. Ik heb leren werken binnen de grenzen van een commercieel bedrijf. Geox verkoopt elk jaar miljoenen schoenen. Van mijn lijn worden niet zulke grote hoeveelheden gesleten, maar toch : het is iets heel anders dan een ontwerpersmerk, een andere realiteit. Toen we met mijn eigen label destijds vijfhonderd paar van een bepaald model verkochten, vonden we dat al een groot succes. Voor Geox zouden dat rampzalige cijfers zijn. Mijn collectie is complementair. Ze moet mensen naar de winkels lokken, een zekere persoonlijkheid uitstralen en daarnaast ook fashion appeal - zonder de mensen af te schrikken. Geox heeft ergens tussen 1300 en 1400 winkels, en wij liggen in zo'n 150 zaken, hoofdzakelijk in grote steden. Het heeft geen enkele zin om mijn schoenen te gaan verkopen in een shoppingmall in het midden van nergens. De dameslijn bestaat uit twaalf modellen, in een veertigtal varianten, verschillende kleuren inbegrepen. Voor de mannen zijn er acht modellen, en een twintig varianten. Dat is minder dan de helft van waarmee ik begonnen ben. Toen wilde ik meer, meer, meer. Maar dat is dus nergens voor nodig. Ook dat heb ik moeten leren. Voor het eerste seizoen heb ik honderd schoenen getekend, en toen hebben ze me aangekeken alsof ik nuts was. Dat was dus tijdverspilling. Voor mij, als ontwerper, is het uiteindelijk beter om mijn opdrachtgever precies te geven wat die verwacht. Als ik honderd schoenen ontwerp en er daar maar drie worden uitgekozen, dan is de kans groot dat mijn favoriete ontwerp er niet tussen zit. Als ik vijf ontwerpen voorstel, dan is de kans groot dat mijn favoriet er wél tussen zit. Met toegevingen doen heeft dat niets te maken. Het is gewoon werken op een ander niveau : als je maar één model ontwerpt, dan komt het erop aan dat model helemaal juist te krijgen. Als je slechts twee kleuren kiest, dan moeten het de juiste zijn. Zo'n kleine collectie laat je ook toe te focussen. Ik herinner me het moment dat Tom Ford op de modescène verscheen. Hij sprak in soundbytes. Ik ben ervan overtuigd dat het zo hoort in onze door marketing gedreven wereld van vandaag. Blijf bij je boodschap. Jouw lezers hebben geen behoefte aan tien pagina's over Patrick Cox. Ze willen lezen wie Patrick Cox is, drie schoenen, drie kleuren, en next ! Het is eindelijk zover. Volgende week heb ik afspraken met potentiële financiers. Ik twijfel soms nog. Ben ik er wel klaar voor ? Wil ik opnieuw acht dagen per week gaan werken ? Het nieuwe label krijgt mijn naam niet. Die ben ik kwijt, allicht voorgoed. Mijn voormalige financiële partners zijn nog altijd eigenaars van de naam, maar ze gebruiken hem niet, met uitzondering van enkele producten in Japan (Op de website is geen schoen te bespeuren, wel afgeprijsde portefeuilles en sleutelhangers met het leliemotief van Cox). Ik ga mannenaccessoires maken. Ik blijf vrouwenschoenen ontwerpen voor andere merken, maar voor mijn eigen lijn ga ik doen waar ik het beste in ben - een sneaker, een loafer, een formele schoen. Daar ga ik mee spelen. En daarnaast riemen, portefeuilles, handschoenen, sjaals, hoeden, paraplu's. Ik wil ook een eigen zaak, in Londen, waarschijnlijk in Mayfair. In mijn carrière zijn de winkels altijd mijlpalen geweest. Elke nieuwe winkel betekende een stap naar een hoger niveau. Een accessoiremerk heeft eigen winkels nodig om een sfeer neer te zetten, een mood, DNA, een droom. Zelfs als de beste winkels ter wereld je collectie verkopen, dan liggen je schoenen op de schoenenafdeling en je riemen twee verdiepingen hoger, en je tassen nog ergens anders. Ik wil het merk lanceren in de lente van volgend jaar. Maar het financiële plaatje moet kloppen. Want daar is het vorige keer verkeerd gegaan. Mijn instinct zegt me, begin gewoon te ontwerpen. Maar dat is geen goed idee. Eerst moet ik me omringen door de juiste mensen. Natuurlijk wel. Maar ik zit niet te wat-als'en tot ik erbij neerval. Weet je, het probleem had niets te maken met mijn ontwerpen, en zelfs niet met de verkoop. Het probleem, dat waren de investeerders. Maar uiteindelijk ben ik degene die die mensen heeft binnengehaald.DOOR JESSE BROUNS