Een rode muur in de keuken, graffiti in de living, de slaapkamer in een intens blauw, een behang met ouderwetse rozen.... Kleur is weer in, en niet alleen aan de muur, ook meubels krijgen een fel kleedje. Even verrassend dit jaar op de meubelbeurs in Milaan was de herintroductie van wit : witte stoelen en tafels, fauteuils en boekenrekken. Strikt genomen is wit, net als zwart, geen kleur. Tenminste fysisch gesproken. Witte voorwerpen weerkaatsen de golflengten van het licht volledig. Worden toch delen van de golflengten geabsorbeerd, dan neigt het wit naar grijs of beige, of koel blauw.
...

Een rode muur in de keuken, graffiti in de living, de slaapkamer in een intens blauw, een behang met ouderwetse rozen.... Kleur is weer in, en niet alleen aan de muur, ook meubels krijgen een fel kleedje. Even verrassend dit jaar op de meubelbeurs in Milaan was de herintroductie van wit : witte stoelen en tafels, fauteuils en boekenrekken. Strikt genomen is wit, net als zwart, geen kleur. Tenminste fysisch gesproken. Witte voorwerpen weerkaatsen de golflengten van het licht volledig. Worden toch delen van de golflengten geabsorbeerd, dan neigt het wit naar grijs of beige, of koel blauw. Maar met het natuurkundige aspect van kleur is lang niet het hele verhaal verteld. Naast de fysica spelen ook cultuur, symboliek, anatomie en psychologie een rol. Om te beginnen is er onze menselijke capaciteit om kleur waar te nemen. Gewend als we zijn aan de talrijke kleuren die ons omringen, beseffen we niet eens hoe we dat doen. "Veel mensen denken dat kijken en zien vanzelf gaat, zolang je ogen maar in orde zijn", zegt Johan Wagemans, gewoon hoogleraar in de psychologie aan de KU Leuven. "Dat klopt niet. Het gaat niet vanzelf. Het licht valt op ons netvlies en meteen beginnen onze hersenen met de verwerking van de binnengekomen informatie. Dat gebeurt via een reeks van complexe processen, die door veel factoren beïnvloed worden, waaronder verwachtingen en kennis." Als experimenteel psycholoog doet professor Wagemans onderzoek naar visuele waarneming. Hoe nemen mensen waar ? Welke psychologische processen worden in gang gezet ? Hoe verwerken we al die informatie die op ons afkomt ? Hoe herkennen mensen voorwerpen ? Hoe detecteren ze kleur in functie van de golflengte van het licht ? Wagemans : "Onze zintuiglijke waarneming - zien, horen, voelen, ruiken... - is eigenlijk onze interface met onze omgeving. Het is de manier waarop we de dingen rondom ons vaststellen en zij stelt ons in staat om ons handelen daaraan te passen. Als je niet zou kunnen waarnemen, zou je niet kunnen rondwandelen in de omgeving, zou je zelfs niet overleven. Diepte zien is bijvoorbeeld zeer belangrijk. Maar hoe doen we dat ? Het begint met een projectie van de driedimensionele wereld op je netvlies. In principe is dat tweedimensionele beeld onvoldoende om daaruit de driedimensionele wereld af te leiden. En toch doen we dat. Automatisch. Ook het geheugen speelt een enorme rol. Want als je geen beelden hebt opgeslagen van voorwerpen in de omgeving, kan je ze ook niet herkennen. Dan zou je niet weten dat een stoel een stoel is." Wagemans : Kleur is een van de vele aspecten die ons helpen een omgeving in kaart te brengen. Kleur ontstaat door het licht, dat op zich kleurloos is. Het licht heeft verschillende golflengten die in mindere of meerdere mate gereflecteerd en geabsorbeerd worden door de voorwerpen in de omgeving. En dat interpreteren wij als kleur omdat wij in onze lichtgevoelige receptoren bepaalde pigmenten hebben die op verschillende delen van die golflengte reageren en die geven aanleiding tot zenuwimpulsen in de hersenen. Dat proces leidt tot de detectie van kleur. Eigenlijk kan je dus stellen dat iets pas rood of groen of blauw is als onze hersenen het als dusdanig interpreteren. Andere diersoorten zien andere kleuren, omdat zij gevoelig zijn voor andere delen uit dat spectrum van golflengten van het licht. Onze kleurregistratie werkt niet zoals een lichtmeter of een camera die op een kleurvlek inzoomt om deze perfect te registreren. We zien de dingen altijd en onmiddellijk in functie van wat er naast staat en van wat eraan voorafging. We kennen allemaal wel het fenomeen van de kleur-nabeelden. Als je lang naar een groene vlek staart en meteen daarna een oogbeweging maakt naar een witte achtergrond, dan zie je dat wit niet als wit : het heeft een roodachtige schijn. Op dat moment is de registratie van wit beïnvloed door wat je voordien als kleur zag. Maar tegelijk is ons visueel systeem tot heel complexe interpretaties in staat. Een knalrode auto weerspiegelt in de zon een heel ander licht dan wanneer hij in een parkeergarage staat. Toch zien wij hetzelfde rood, ondanks de variabele lichtomstandigheden. We filteren dus de irrelevante informatie eruit. Bovendien wordt onze waarneming ook beïnvloed door de kleurnamen die we hanteren. Kleurnamen hebben alles te maken met onze behoefte om het kleurenspectrum op te delen in categorieën : dit is rood, vanaf hier is het oranje, vanaf daar geel. Terwijl het kleurenspectrum eigenlijk een continuüm is van tinten en nuances die in elkaar overgaan. Door te zeggen : dit is rood en dat oranje, maak je een in wezen klein verschil groter. Blijkt ook dat mensen uit verschillende culturen soms een verschillend vocabularium hebben ontwikkeld om kleuren te benoemen en bijgevolg kleuren op een andere manier zien. Het bekendste voorbeeld zijn de Inuït, die wel tien of twintig soorten wit kennen. Wij noemen alles wit dat maar een beetje wit is ; zij hebben voor elke nuance een naam en kunnen die ook veel beter onderscheiden. Voor hen is dat gedragsmatig belangrijk omdat je op sommige soorten sneeuw goed of minder goed kan stappen of een iglo kan bouwen. Er zijn nog kleuren waarvoor wij eigenlijk geen naam hebben. Wat wij appelblauwzeegroen noemen, bijvoorbeeld. Dat is een tint die we niet eenduidig kunnen benoemen als het groen van een appel of het blauw van de zee, dus gebruiken we een combinatie. Ik denk het wel. Veel associaties van kleuren en emoties gaan tamelijk automatisch. Rood en vuur, passie, verlangen... Geel en zon, vreugde, zomer... Dat zijn associaties die bijna voor de hand liggen. Maar verpakkingen van voedsel, bijvoorbeeld, moet je geen kleur geven die we bijna nooit eten. Blauw voedsel bestaat bijna niet. Blauw voedsel of voedsel in een blauwe verpakking zal daarom niet meteen de associatie met lekker oproepen. Het zal zelfs afstotend werken. Daarnaast zijn er een heleboel producten waar kleur eigenlijk arbitrair is en waar je als marketeer meer ruimte hebt om de consument te beïnvloeden. Auto's bijvoorbeeld. Tegenwoordig zijn ze allemaal goed gemaakt, dus ga je bij de keuze veel meer rekening houden met de vorm en de kleur. Voor een groot stuk gebeurt dat subjectief, maar wel in functie van tijd en plaats en in die zin ook beïnvloedbaar. Wat designers als modekleur naar voren schuiven, wordt ook mooi gevonden. Dat is subjectief, maar het wordt wel degelijk beïnvloed door wat de rest van de maatschappij vindt. Zeker in de kledingindustrie is dat het geval. Modemakers stellen elk seizoen nieuwe kleuren voor. En in het begin zullen mensen zeggen : "Dat is een rare tint." Maar als iedereen ze begint te dragen, gaan ze die wel mooi vinden. Ook bij de keuze van auto's of de kleur van het interieur laten we ons leiden door wat de rest vindt. Ja, ik weet niet goed hoe dat precies werkt. Ik denk dat er mensen zijn met een fijngevoeligere smaak dan anderen, die een klein beetje voorop lopen en op een bepaald moment dat ene stapje vooruit kunnen zetten dat net voldoende verschil maakt ten opzichte van wat al bestaat. Maar ook weer niet te veel, want dan zou het niet aanslaan. En als je maar genoeg prikkels aanbiedt, beginnen steeds meer mensen daarop in te gaan. Dat gaat in golven. Nieuwe prikkels gaan meer arousal opwekken, een fysiologische opwinding. Als je die prikkel niet kan verwerken, dan is die opwinding ongunstig. Kan je dat wel - en trendsetters kunnen dat - dan wordt die opwinding positief geïnterpreteerd. Dat kan te maken hebben met die opwinding. Oranje is een felle kleur en geeft misschien te veel opwinding om aanvaardbaar te zijn. Bovendien is het een kleur die zelden in harmonie is met de rest van de omgeving. Wel bekend, en dat heeft opnieuw met die opwinding te maken, is dat de tijd sneller lijkt te gaan in een oranje omgeving. McDonald's maakt daar handig gebruik van. Oranje interieurs nodigen immers niet uit om lekker lang te tafelen. Mensen eten hun hamburger en stappen op om plaats te maken voor nieuwe klanten. Dat is heel bewust gekozen. Kinderen vinden oranje trouwens wel mooi. Zij houden van felle kleuren : rood, geel, oranje. Dat verandert naarmate we ouder worden. Volwassenen kiezen meer voor groen, blauw en bruin. Ook onze capaciteit om kleuren waar te nemen vermindert met de leeftijd. Oudere mensen zien minder nuances. Maar dat kan je ook trainen. Mensen die voor hun beroep voortdurend bezig zijn met het verwerken van kleine kleurverschillen, zullen dat veel langer op hoog niveau volhouden. Het heeft zeker een invloed. Studenten die nood hebben aan rust, zullen beter studeren in een rustgevende omgeving. Wie zich beter voelt in een kleurig decor, zal zich daar beter kunnen concentreren. Ik kan me voorstellen dat wanneer je gewend bent aan een rustige ambiance en je wordt in een kamer met fellere kleuren gezet, dat dan je aandacht te veel wordt afgeleid. Maar je mag de interindividuele verschillen niet onderschatten : wat de ene rust geeft, werkt misschien opwindend voor de ander. Net als sommige mensen met muziek kunnen studeren en anderen niet. Een ander fenomeen is dat je betere resultaten haalt als je studeert in gelijkaardige omstandigheden als de omgeving waar je examen moet doen. Bijvoorbeeld : als je in een roodachtige omgeving hebt gestudeerd en je gaat nadien examen doen, zal je beter presteren in een roodachtige omgeving dan in een blauwe of een groene. Eigenlijk wel. Maar het gaat verder dan het lokaal alleen. Het gaat om de complete toestand waarin je je bevindt op het moment van inprenten en op het moment van oproepen van de informatie. Met alle factoren die daarbij komen kijken, van de interne emotionele toestand tot de omgevingstoestand. Daar raak je een ander probleem aan. Er is een heel uitzonderlijk fenomeen dat men synaestesie noemt. Sommige mensen zien kleuren als ze muziek horen, of omgekeerd. Of ze associëren cijfers systematisch met een bepaalde kleur. Zij coderen de binnenkomende prikkels met een heel andere signalentaal. Synaestesie in pure vorm komt zelden voor en is een neurologische afwijking. Maar er is wel iets dat we allemaal hebben. Dat zijn die onbewuste associaties tussen emoties en kleuren, tussen kleuren en vormen, of geuren en kleuren. Aan de vakgroep vormleer van de T.U. Delft is er een heel interessant experiment gedaan. De studenten vormgeving kregen de opdracht om een walkman te ontwikkelen voor een bepaald soort muziek. Een voor hiphop, een voor rock, voor vrolijke pop, klassiek... Wat blijkt ? Dat de vormen en kleuren die ze kozen vrij systematisch waren. Als je zo'n walkman zag, kon je bijna onmiddellijk zeggen voor welke muziekstijl hij bedoeld was. Een ander experiment ging over geur en vorm. Als je een bepaalde geur aan mensen aanbiedt en hen vraagt om een flesje te kiezen dat daarbij past, kiest het merendeel voor eenzelfde soort flesje. Er bestaat dus zoiets als een vrij universeel basaal mechanisme van associaties. Ja. Elke poging om mensen en hun gedragingen te vatten in een beperkt aantal stabiele factoren is tot mislukken gedoemd. Er zijn zoveel elementen die ons gedrag, ons denken en ons gevoel beïnvloeden. Je kunt iemands persoonlijkheid niet afleiden uit zijn voorkeur voor bepaalde kleuren : wie van rood houdt, is passioneel ; wie groen als lievelingskleur kiest is rustig... Zo werkt het niet. Dat is allemaal niet zo universeel en dwingend. Alle wetenschappelijk onderzoek hierover dat ik ken, toont aan dat, als er al verbanden zijn, die relatie erg zwak is. De meeste kleur- en persoonlijkheidstesten hebben een heel lage betrouwbaarheid. Blauw voedsel of voedsel in een blauwe verpakking zal daarom niet meteen de associatie met lekker oproepen. Het zal zelfs afstotend werken. Eigenlijk kan je stellen dat iets pas rood of groen of blauw is als onze hersenen het als dusdanig interpreteren. onze capaciteit om kleuren waar te nemen vermindert met de leeftijd. Oudere mensen zien minder nuances. Wat voor de een turkoois is, noemt de ander appelblauwzeegroen. En dan weet je nog niet zeker of ze het over dezelfde kleurnuance hebben. Onze taal heeft gewoon niet genoeg woorden om de honderden tinten te definiëren. En dat maakt praten over kleur er niet makkelijker op. Eeuwenlang hebben wetenschappers en schilders zich beziggehouden met het systematiseren van het kleurenpalet. Met als gevolg dat er vandaag verschillende stelsels bestaan en gehanteerd worden. Het ene vertrekt van drie primaire kleuren (geel, rood en blauw), het andere neemt geel, rood, blauw en groen als vertrekpunt. Pantone, een systeem dat vooral in de wereld van de grafiek en de drukkers gebruikt wordt, is gebaseerd op de secundaire kleuren van licht : cyaan, magenta en geel, aangevuld met zwart. Om in druk modderige kleuren te vermijden (vooral een probleem met groentinten), heeft Pantone er nog twee inkten aan toegevoegd, namelijk groen en oranje. Waardoor je niet meer spreekt van een vierkleurendruk, maar van een zes- kleurendruk of hexachrome. Het Natural Colour System (NCS) werd in Zweden ontwikkeld en is een verdere verfijning van het traditionele vierkleurenpalet met groen, geel, rood en blauw, waarin ook de secundaire kleuren oranje, violet, turkoois en lime-groen een grote rol spelen. Het systeem vertrekt van een cirkel met daarop vier hoofdkleuren en de verschillende tussenkleuren, en een verticale as waarop wit, zwart en alle tussenliggende grijstinten voorkomen. Samengevoegd ontstaan er twee op elkaar staande kegels waarin 1950 kleurnuances een plaats en een nummer krijgen. Inmiddels geldt het NCS-systeem als standaard en hanteren verffabrikanten het wereldwijd als norm. Via de verschillende kantoren (o.a. in Brussel) worden kleurenkaarten en -waaiers verspreid. Bovendien organiseert men er cursussen voor zowel professionals (interieurarchitecten, decorateurs...) als voor gewoon geïnteresseerden. Wij zochten en vonden inspiratie voor dit dossier in verschillende boeken en websites. Een selectie. Over kleur in het interieur 4 Understanding Colour at home. Uitg. Thames&Hudson. Klein en handig boek, met verschillende interessante kleurenpaletten, en waarin de basisprincipes eenvoudig belicht worden. 4 Kevin McCloud, Kleuren kiezen. Uitg. Terra. McCloud behandelt de verschillende kleurenpaletten en plaatst bepaalde combinaties in hun historische en culturele context. Alles geïllustreerd met tientallen voorbeelden. 4 Tricia Guild, Passie. Uitg. Terra. Tricia Guild is wellicht een van de kleurrijkste interieurontwerpers van het moment. In haar jongste boek gaat ze dieper in op de dingen die haar inspireren. Maar ook haar eerdere boeken, o.a. Think Pink, zijn nog te verkrijgen. 4 Per Nimér & Marco Leus, Durf Verf. Uitg. Lannoo. Een leuke introductie in de wereld van verf door de Zweedse kleurenspecialist Per Nimér. Over de geschiedenis van kleur4 Victoria Finlay, Kleur. Een reis door de geschiedenis. Uitg. Anthos. Waar komen de pigmenten vandaan ? Hoe werden en worden kleuren gemaakt ? Een boeiend verhaal over mensen en hun zoektocht naar kleur. 4 Amy Butler Greenfield, Het volmaakte rood. Uitg. De Bezige Bij. "Macht, spionage en de zoektocht naar de kleur van passie" luidt de ondertitel. Interessante websites 4 www.kleurenvisie.nl 4 www.ncscolour.be 4 www.boss.be 4 www.levis.info 4 www.flamant.com Door Hilde VerbiestWe zien de dingen altijd en onmiddellijk in functie van wat er naast staat en van wat eraan voorafging.`