Tekst en foto's Linda Asselbergs
...

Tekst en foto's Linda AsselbergsNooit gedacht dat ik nog eens in badpak op een huwelijksfeest zou verschijnen. Van mensen die ik van haar noch pluim ken bovendien. Dat vraagt wellicht om een woordje uitleg. Ik bevind mij aan een van de mooiste stranden ter wereld : witter dan wit zand van een kussenachtige zachtheid, hier en daar een fotogenieke palmboom, voor de kust een koraalrif dat helemaal tot in Honduras reikt. Een geweldige plek om te snorkelen, te kajakken, te windsurfen of domweg met een opengevouwen boek op je buik in een hangmat te liggen. En tussen je wimpers door te loeren naar David en Jeanie, een Amerikaans stel dat het een geweldig idee vond om hier te trouwen, onder het oog van talrijke nieuwsgierige badgasten. Vanzelfsprekend heb ik alle voorbereidingen aandachtig gevolgd. Ze hebben een hoog Magritte-effect, de in witte en hemelsblauwe tule verpakte stoelen in de bries. En daar is de bruidsstoet al, in galaverpakking, maar op blote voeten. Eén bruidsmeisje heeft duidelijk te lang in de zon gelegen, haar bleke huid vertoont pijnlijke paarse vlekken. De bruidegom lijkt niet echt zeker van zijn zaak. Na de uitwisseling van de ringen, een ingewikkelde ceremonie met verschillende kleuren zand in een flesje en dé zoen, gooit de bruid haar hoofd triomfantelijk in haar nek en lacht haar grote witte Amerikaanse tanden bloot. Cucurrucucu Paloma speelt de mariachiband en ik neurie stilletjes mee. Mogen ze eeuwig gelukkig zijn, Jeanie en David, net zo gelukkig als ik met dat boek op mijn buik in de hangmat. Want het Iberostarcomplex aan de Riviera Maya is voorwaar een oord van verrukking, een soort geïdealiseerde versie van Mexico, zonder armoede en criminaliteit en ver van de uitwassen van het massatoerisme in Cancún. Het dichtstbijzijnde stadje is Playa del Carmen, 25 jaar geleden een nederig vissersdorpje waar je de ferry naar het eiland Cozumel kon nemen en goedkope quesadillas eten. Nu is het een typisch toeristenstadje met een voetgangerszone vol cafés, souvenirwinkels en vervaarlijk beschilderde Mayakrijgers die voor een paar peso's met je op de foto willen. Vrouwen in kleurige jurken dansen met een plateau vol drankjes op hun hoofd. Aan de aanlegsteiger van de ferry geniet een jong koppeltje van de zonsondergang, de toeristen kunnen ze gestolen worden. Wie Mexico associeert met stoffige woestijnen en tumbleweed is in Yucatán aan het verkeerde adres. Tussen Playa del Carmen en Cancún voert een kaarsrechte, heel Amerikaans aandoende Highway 307 door een intens groen landschap en langs de monumentale ingangspoorten van luxeresorts. Het toerisme is hier jong en men heeft geleerd uit fouten van het verleden : geen betonnen wolkenkrabbers hier, maar gebouwen van hoogstens vier verdiepingen in lokale stijl. Het Iberostarcomplex is van ver te herkennen aan de replica van het Castillo van Chichén Itzá die het domein een hoog Disneygehalte geeft. Het geheel bestaat uit vijf hotels (Beach, del Mar, Lindo, Maya en Grand) te midden van heerlijke tuinen met fonteinen, vijvers, landschapszwembaden met swim-up-bars, jacuzzi's, een golfslagbad en Lazy River. Elk hotel heeft z'n eigen stijl, persoonlijk vind ik de Paraiso Maya met zijn etnisch getinte design en vele sculpturen, maskers, terracottavazen en idyllische binnenplaatsen het mooist. De kamers zijn ruim en comfortabel, met de onontbeerlijke hangmat op het balkon. Het neusje van de zalm is overigens het opulente Grand Hotel Paraiso, meer Italiaans dan Mexicaans van interieur, een all adult resort met privéstrand, drie zwembaden, 310 suites met veel marmer, hydromassagebadkuipen en indien gewenst butlerservice. Daarnaast zijn er ook tien schitterend ingerichte villa's met privétuin en eigen dompelbad. Pure luxe, Hollywoodstijl. Als je niet uitkijkt, leidt de onbeperkte toegang tot heerlijk voedsel en feestelijke cocktails al snel tot decadentie en een problematische BMI. De all-in formule vereist dan ook een zekere discipline : géén Tequila, Mojito's, Margarita's of Piña Colada's vóór zonsondergang neem ik me voor en kijk, op een enkele uitzondering na lukt dat aardig. Ook de à la carte restaurants eisen het uiterste van mijn zelfbeheersing. Steak, zeevruchten, cajun, Japans, Mexicaans, Italiaans of gourmet, het is elke avond weer een moeilijke keuze. Bovendien zijn de themarestaurants toepasselijk gedecoreerd, met gigantische octopussen in Panamarenko-stijl in het seafood-restaurant en een robuuste rood en wit geruite westernsfeer in het Steakhouse. Liefhebbers van minimalistisch design zullen er wellicht hun neus voor optrekken, maar ik ben wel in voor een grapje, zeker op vakantie. Wie weerwerk wil bieden op gastronomische excessen kan terecht in de state of the art fitness of de spa. Sauna, stoom- en massagebaden zijn gescheiden voor mannen en vrouwen, wat ik eerlijk gezegd een beetje ongezellig vind. Maar ja, Mexico is nu eenmaal het meest katholieke land ter wereld. Het grote binnenbad met tegenstroom is gelukkig wel gemeenschappelijk. De verleiding om geen voet buiten het luxueuze hotelcomplex te zetten is groot, maar wat de Riviera Maya nu juist tot een interessante bestemming maakt, is de combinatie van strandgenoegens en cultuur. Coba is de langst verborgen gebleven Mayastad van Yucatán en ligt tussen twee meren midden in de jungle. De uitgestrekte nederzetting kende haar hoogtepunt tussen 600 en 900 na Christus, toen er 40.000 mensen gewoond zouden hebben. Na 1500 werd ze verlaten. Gebeeldhouwde steles (grote stenen tabletten) herinneren aan het heroïsche verleden, maar de grootste blikvanger is de verweerde Nohoch Mul Piramide, 128 oncomfortabel steile treden hoog. Geen aanrader voor mensen met hoogtevrees, en afdalen is een stuk lastiger dan klimmen. Maar het uitzicht boven loont absoluut de moeite en na de inspanning in de vochtige hitte kun je je altijd met een soort bakfiets naar de uitgang van de site laten vervoeren. Een uitstap naar Coba is goed te combineren met een rit naar Tulum, allebei in de provincie Quintana Roo. Ik dank de Mayagoden voor de uitvinding van bussen met airco en laat mijn ogen over de dichte begroeiing glijden. Veel acaciabomen, wereldwijd is vijftig procent van de honing uit Mexico afkomstig. Maya de Bij heeft haar naam niet gestolen, legio zijn de afbeeldingen van goden in de gedaante van een bij. Yucatán heeft omzeggens geen rivieren. De bodem is een groot plateau van poreuze kalksteen waarin de regen snel wegzakt en ondergrondse waterreservoirs vormt. Her en der is de oppervlaktelaag ingestort, waardoor putten, zogenaamde cenotes ontstonden. De geschiedenis van de Maya's is nauw verboden met die cenotes die hen van water voorzagen. Tulum moet een van de meest spectaculair gelegen archeologische sites ter wereld zijn. Juan de Grijalva, de eerste Spaanse ontdekkingsreiziger die langs de kust van Yucatán voer, kon zijn ogen niet geloven : pal op de klippen stond een stad 'groter dan Sevilla', met de hoogste toren die hij ooit gezien had. Ook vandaag nog heeft de plek iets magisch, met de verweerde pilaren in de vorm van slangen en grijnzende gevederde goden in reliëf. Wat daar zeker toe bijdraagt zijn de lederach-tige, voorhistorisch aandoende leguanen die zich koesteren in de zon. De Maya's waren clevere wiskundigen en astronomen. Ze vonden het getal 0 uit en berekenden de lengte van het zonnejaar met een grotere nauwkeurigheid dan de basis van onze gregoriaanse kalender. In 2012 komt er volgens de Mayakalender een einde aan een cyclus van 26.000 jaar. Het einde van de wereld, beweren paniekschoppers, de aangekondigde inslag van een komeet op aarde. Anderen zien in die datum het begin van een nieuw tijdperk, de kans voor de mensheid om een grote sprong voorwaarts te maken. Hoe dan ook is de Mayacultuur met veel mysterie omgeven zoals blijkt in Chichén Itzá. Door geldgebrek is slechts tien procent van het complex van piramides, tempels, paleizen, een observatorium, balvelden, marktpleinen en zweetbaden opgegraven, maar terecht werd het tot een van de nieuwe wereldwonderen gebombardeerd. Wat is de betekenis van de chac mools, beelden van achterover leunende figuren die wellicht offergaven op hun buik droegen ? Of van het pelotaspel, volgens kenners een mengeling van sport, religie en toneel die de strijd tussen leven en dood symboliseerde. Na afloop werd het verliezende (of het winnende, daarover bestaat discussie) team in een vruchtbaarheidsritueel aan de goden geofferd. Blikvanger is natuurlijk de grote piramide El Castillo. Op zich al indrukwekkend genoeg, maar het grootste wonder voltrekt zich op 20 maart en 22 september, als de zon loodrecht boven de evenaar staat en licht en schaduw aan de zijkant van de noordelijke hoofdtrap een gevederde reuzenslang vormen. Chichén Itzá is altijd al drukbezocht, maar op die dagen verdringen er zich zo'n 40.000 toeschouwers op de site. Geen betere manier om weer met de voeten op de grond te komen dan in het nabije Valladolid, een aardig provinciestadje met een levendig marktplein, waar geliefden elkaar vinden in knusse tweezitstoeltjes, zogenaamde confidantes, waar besnorde heren de krant lezen terwijl ze hun schoenen laten poetsen en Mayavrouwen aan eetstalletjes taco's en gegrilde maiskolven verkopen en elders pilpils, mooie geborduurde witkatoenen jurken. Want ach, het moet ook niet altijd cultuur zijn. Languit op het dek van een catamaran liggen, op weg naar het Isla Mujeres, er valt veel voor te zeggen. Tussen kleurige visjes dobberen aan het rif, barbecueën op het strand, aanleggen tussen roestende vissersboten en kleurige winkelstraatjes verkennen. En op de terugtocht een Mojito of twee slurpen. Ja, ik weet het, de zon is nog niet onder. Maar er zijn verzachtende omstandigheden. Cucurrucucu, zingen de mariachi's. Paloma, zucht ik genietend en hef het glas op Mexico en z'n vele wonderen.