"Jij ook al? Een vriend kocht gisteren een boek over Azzedine Alaïa." Collega en modejournalist Peter De Potter zucht diep als ik hem vertel dat ik op een rommelmarkt lang geaarzeld heb over een paillettetopje met vleermuismouwen. "Zeer eighties", had ik er overbodig aan toegevoegd. "Ik doe er niet aan mee", zegt Peter zeer beslist. (In zijn stuk "Help! De jaren 80" op pagina 266 legt hij overigens uit waarom).

Waarom zou een mens eraan meedoen? De comeback van de jaren tachtig, met onder meer het herontdekken van bovengenoemde ontwerper, is immers zeer voorspelbaar. We hebben om te beginnen ongeveer de hele voorbije eeuw al gehad. Als we ook aannemen dat mode een slingerbeweging is, dan moest er na het minimalisme van de jaren negentig wel een reactie komen. Het maximalisme van de eighties, bijvoorbeeld. De doorsnee modeliefhebbers die deze periode bij hun volle verstand beleefden, 30-plussers dus, zullen lacherig het hoofd schudden als ze jonge twintigers naar blauwe mascara, goudkleurige brede riemen, epauletten, bcbg-tailleurs en harembroeken zien grijpen.

En toch. Ik kan het begrijpen. Meer nog, ik wil een pleidooi houden voor die vestimentaire attitude. In 1980 was ik zestien. Voor u gillend afhaakt: dit wordt geen nostalgisch vroeger-was-het-beter-verhaaltje. Natuurlijk waren de jaren tachtig voor mij belangrijk omdat ik toen opgroeide. Ik trok van het internaat naar een kamer in de stad en van een diploma naar een job. Maar ik heb geen heimwee.

Grasduinend in de fotodozen van dat decennium, deed ik wel enkele opmerkelijke vaststellingen. Ik heb in die tijd honderd verschillende kapsels gehad, van alle varianten op de geometrische snit tot een met tubes (meervoud!) gel verkregen wet-look. Ik ging volledig opgetut naar feestjes, ook naar gewone kotfuiven, en dat zonder megakledingbudget. Zelfs als er geen foto's van bestaan, kan ik me bepaalde outfits nog perfect voor de geest halen. Een zwarte harembroek met gouden vlammotieven (hallo, Balenciaga) en daarop een crêpe blouse met over de linkerschouder en -borst een gouden spin gedrapeerd (universitair kerstbal 1982). Een lurex tricottopje (zwart/zilver) zonder mouwen en met hoge kraag op een wijd uitstaande knielange rok (met stijve tule in plaats van voering), het geheel afgewerkt met kanten handschoenen en één goudkleurig, rond plaatje als oorbel (kotfeest 1984). Een rokje met gouden Moschino-riem en daarop een zwart-wit geblokte debardeur met op de knopen Gaultier Jeans (familiefeest 1989).

Ik wil mij op die modedaden niet beroemen, maar schaamte is evenmin aan de orde. Ik stel wel met spijt vast dat ik vandaag niet meer geëxciteerd van de kapper kom met een radicaal veranderd hoofd, dat ik me veel nineties-silhouetten nauwelijks herinner, dat ik geen uitzinnige fantasiejuwelen draag, maar fashion correct sterling silver, dat het lang geleden is dat ik met toewijding en plezier gedurfde(re) silhouetten samenstelde. Misschien heeft leeftijd er iets mee te maken, hoewel niet eens zoveel. Belangrijker is het algemeen er-kan-weer-van-alles-gevoel in de mode.

Daarom vind ik een eighties-injectie nuttig. Vooral omdat we er in deze eclectische 21ste eeuw uit kunnen halen wat ons zint. In de beste vintage-traditie schudden we kledingcodes van allerlei perioden door elkaar om er een eigen mix van maken. Ik heb nooit van beenverwarmers gehouden en zie niet in waarom ik ze nu zou dragen. Ik ga voor goud, voor rinkelende armbanden, eyeliner, een baret en een tailleur met een breedgeschouderd jasje (en een strikblouse natuurlijk). Maar bovenal plan ik shoppingtochten met vriendinnen en urenlang telefonisch mode-overleg voor we een avond gaan stappen. Minimalisme is mooi, maar iets meer is leuker.

TRUI MOERKERKE