Martine Doly(43) vond voor haar aparte collectie linnen voor tafel en bed een origineel onderkomen aan de Brusselse Waterloolaan.
...

Martine Doly(43) vond voor haar aparte collectie linnen voor tafel en bed een origineel onderkomen aan de Brusselse Waterloolaan. Marleen Wynants Foto : Lieve BlancquaertNadat ik enkele jaren geleden België vertegenwoordigde op het Festival de Lin in Parijs, begon me stilaan duidelijk te worden wat ik wilde : een winkel met huishoudlinnen. Daar kan ik echt van zeggen : dat ben ik. In deze winkel valt alles samen : de stoffen, de zuivere schoonheid van materiaal en vormen, en het decor van de winkel zelf. Delvaux heeft een pand vooraan, en de voormalige paardenstallen achter de koer stonden leeg. Een winkel aan de Waterloolaan zelf zag ik niet zitten. Misschien wel als ik schoenen had verkocht. Met mijn collectie textiel voor tafel en bed verkoos ik een originele boven een commercieel interessante ruimte. Mijn moeder was strijkster en mijn grootmoeder borduurde. De liefde voor huishoudlinnen is dus altijd wel in huis geweest. Er werd bij mij thuis altijd veel huishoudlinnen geplooid en gestapeld, en dat werd met veel zorg gedaan. Met als resultaat volle kasten met keurig gestreken hoopjes. De pasgewassen stapels gaan onderaan of achterin : het moet roteren. Wassen en drogen doe je niet om het even hoe. Wasknijpers plaatsen evenmin, want zo kan je het wasgoed vervormen. Zeeppoeders blijf ik uittesten, vooral omdat ik mijn klanten zo goed mogelijk probeer te adviseren. Tafel- en bedlakens zijn een vorm van levensvreugde, iets waar alle zinnen samensmelten. Het is toch fantastisch om speels om te gaan met de kleuren en de textuur van lakens, in functie van de seizoenen of van hoe je je voelt. Jammer dat dit soort textielepicurisme de laatste decennia bijna volledig verdwenen was. Maar stilaan komt het terug. Mensen geven terug meer geld uit voor hun interieur. Slaapkamers worden weer aangename boudoirs waar je best enkele uren kan doorbrengen in andere dan horizontale posities. En daarin speelt bedlinnen een grote rol. In 1968 ging ik fotografie studeren in Luik, de enige school waar op dat moment meisjes werden toegelaten in de fotografie-afdeling. Het jaar nadien gingen in Brussel en elders de deuren open voor vrouwelijke fotografen in spe, maar ondertussen had ik al uitgemaakt dat het misschien toch niet echt iets voor mij was. Toen creëerde ik een reeks installaties met textiel : linnen met tafelvlekken, linnen met bedvlekken, stapels linnen, gecompresseerd linnen, gescheurd linnen, geknoopt linnen... Dat was in de jaren '70, minimal art en conceptuele kunst draaiden op volle toeren, en ik liet me gewillig meevoeren. Mijn aanpak van toen heeft affiniteit met wat ik nu doe : hij was artistieker, maar je vindt er dezelfde ideeën in terug. Ik maakte destijds ook enkele fotoreportages in de wasplaatsen van ziekenhuizen, van weeshuizen en andere huizen waar ik binnenmocht. Maar de meeste deuren bleven dicht, want niet iedereen laat gewillig in de vuile was kijken. Mensen zijn nog altijd beschaamd als het om vlekken gaat. Iedereen heeft eenzelfde soort problemen met de was. In een textielwinkel kan daar over worden gesproken. Dat is een stuk passioneler dan het regelen van de distributie en de productie. De winkelruimte is een creatie van mij en mijn man Philippe Guilmin. We vullen elkaar sterk aan : Philippe heeft een enorme verbeelding, terwijl ik vrij snel weet wat juist zit en wat niet. Met mij naar een beurs gaan, is geen tijdverlies : ik kijk, kijk nog eens en beslis. Ik draai puur op intuïtie. Mijn gebreken vangt Philippe op. Ik zit ook geen uren te tekenen : ik zet amper iets op papier, maar kom bijvoorbeeld af met twee lapjes stof, prik er kopspelden op, en leg uit waar ik naartoe wil. Philippe tekent het uit. Van linnen houden, is één ding, maar het zo verwerken dat mensen het willen kopen, is nog iets anders. Dus probeer ik het juiste evenwicht te vinden tussen stof, kleur, creatie en prijs. Distributie naar het buitenland ? Momenteel ben ik op dat vlak heel geduldig. Ik wilde destijds per se deelnemen aan de textielbeurzen in Parijs en in Firenze om mezelf kenbaar te maken en ook om de reacties op mijn collecties te zien. Maar nu gaan we ons eerst op deze winkel concentreren. De echte uitdaging ligt misschien in het blijven stilstaan bij wat je goed vindt, eerder dan in het aanhollen achter elk goed idee.