HOOFDREDACTEUR BODYTALK

VIJFTIG IS EEN MOOIERE LEEFTIJD OM TE TROUWEN DAN VIJFENTWINTIG. Ik weet nu eigenlijk pas wie ik ben. Sommigen bereiken dat punt eerder, maar voor mij kwam mijn eerste huwelijk te vroeg.
...

VIJFTIG IS EEN MOOIERE LEEFTIJD OM TE TROUWEN DAN VIJFENTWINTIG. Ik weet nu eigenlijk pas wie ik ben. Sommigen bereiken dat punt eerder, maar voor mij kwam mijn eerste huwelijk te vroeg. LOPEN IS EEN MENTALE OPSTEKER. Als iets me dwarszit, hoef ik mijn loopschoenen maar aan te trekken om alles te relativeren. Ik heb de sport echt ontdekt na mijn scheiding : lopen hielp me toen om erbovenop te geraken. Negen jaar later is het een passie. VAN EEN SOCIAAL LEVEN ZAL DEZE MAAND WEINIG SPRAKE ZIJN. Zo zwaar is de voorbereiding op de marathon van New York : tot zeventig kilometer lopen per week, daar moet ik mijn agenda op afstemmen. Gelukkig is mijn partner een even gepassioneerd loper en ben ik lid van twee loopclubs, dat zorgt voor variatie in de training en mensen om samen te lopen. EEN MARATHON IS EEN MENTALE STRIJD. Vooral de laatste tien kilometers, omdat je op training maar tot 30 à 32 kilometer gaat. Daarna is het afzien : fysiek ben je uitgeput, je hele lichaam doet pijn. In steden als New York en Berlijn zijn marathons opzwepende massabijeenkomsten, maar ook daar verstilt dan het contact met andere deelnemers. Iedereen vecht met zichzelf. Opgeven is geen optie voor mij. Als ik boven mijn beste tijd presteer, heb ik daar al moeite mee. ZONDER UITDAGING TRAIN IK MINDER. In die zin is een marathon een doel dat ik nodig heb om mezelf te motiveren. Maar de training is ongetwijfeld gezonder dan de wedstrijd op zich. IK HOOP ALTIJD IN HET GROEN TE WONEN. Een huisje in het Hageland of de Kempen, daar kan een grote stad niet tegenop. Niet dat mensen hun buren beter kennen op het platteland. Ik kwam al heel wat verzuurde boeren tegen. EEN HUISARTSENPRAKTIJK WAS NIETS VOOR MIJ. Na zeven jaar geneeskunde studeren viel de realiteit tegen. Mobiele telefoons en weekwachten bestonden toen nog niet, en dus was ik van maandagochtend tot zaterdagmiddag aan huis gebonden. Bovendien is een gesprek met een patiënt niet hetzelfde als sociaal contact. Bij toeval ben ik in de journalistiek gerold, en nu heb ik al twintig jaar een job die ik graag doe. ALS MOEDER HAD IK ALTIJD EEN EIGEN LEVEN NODIG. Hoe graag ik mijn drie kinderen ook zie, na twee maanden bevallingsverlof móest ik telkens terug aan de slag gaan. Ondertussen ben ik helemaal gewonnen voor co-ouderschap. Ik wijd me nu een week vooral aan de kinderen, en de week daarop heb ik meer tijd voor mezelf, mijn partner en mijn vriendinnen. Zonder schuldgevoelens - ik erger me aan de stigmatisering van echtscheidingskinderen. HET LEGE NEST BEANGSTIGT ME NIET. Integendeel, ik moedig de kinderen aan om op eigen benen te staan. Mijn dochter van 11 jaar woont uiteraard nog thuis, maar mijn twee zonen zijn net voor hun achttiende zelfstandig gaan wonen. Het is voor mij ook een plezier om de vrijgekomen tijd op te vullen met andere dingen. GEZONDHEID MAG GEEN OBSESSIE ZIJN. Beroepshalve ben ik veel met het thema bezig, maar uiteraard zondig ik ook al eens. Af en toe foert kunnen zeggen : dat is ook gezond. MIJN BRON VAN STRESS IS HET VERKEER. Ik ben van nature ongeduldig, en dus stellen files me echt op de proef. Ik probeer die tijd nog wel nuttig te gebruiken, maar voor ik het besef, zit ik te foeteren. Marleen Finoulst (49) is hoofdredacteur van het gezondheidsmagazine 'Bodytalk' en auteur van boeken als 'De Borstkankerplaag'. Ze schreef deze maand een column over de Deense vettaks voor Knack.be en neemt op 6 november deel aan de marathon van New York, haar zesde tot nog toe. Haar voorlopig snelste tijd : 3 uur 49 minuten. Info : www.bodytalk.be, www.knack.be/opinie/columns/marleen-finoulst DOOR WIM DENOLF