Eind van het jaar komt de Franse filmgigant Gaumont ook naar België : op 17 december opent het Gaumont-bioscoopcomplex zijn deuren aan de De Keyserlei in Antwerpen. Maar Gaumont is veel meer dan één van de drie grote Franse bioscoopconcerns (naast Pathé en UGC) : het is een van de weinige Europese productiehuizen met een naambekendheid en een bedrijfsidentiteit (?La Marguerite? is de bijnaam van de firma met als logo een margriet), die de vergelijking kan doorstaan met Hollywoodstudio's als MGM, Paramount of Warner Bros.

De geschiedenis van het Gaumont-imperium loopt voor een flink stuk parallel met de geschiedenis van de Franse cinema, zoals mag blijken uit een retrospectieve in de filmmusea van Brussel en Antwerpen. Leon Gaumont, fabrikant van fotografisch materiaal, stichtte in 1895 de Gaumont Filmproductie Maatschappij het jaar van de eerste voorstelling van de Cinématographe van de gebroeders Lumière. Gaumont stelde in zijn beginjaren pioniers aan het werk : de animatiefilmer Emile Cohl, de eerste vrouwelijke cineaste Alice Guy, de meester van het filmfeuilleton Louis Feuillade, vader ook van alle latere thrillers.

Gaumont produceerde en/of verdeelde meer klassiekers uit de Franse cinema dan om het even welke maatschappij : van ?Jeanne d'Arc? van Dreyer, over ?La Belle et la Bête? van Jean Cocteau tot de films van Maurice Pialat. Gaumont is ook het moederhuis van een groot aantal populaire successen, zoals de ?Caroline Chérie?-serie in de jaren vijftig (eerst met Martine Carol, daarna met Brigitte Bardot), en de Louis de Funès-kluchten uit de jaren zestig en zeventig. Maar naast die lolbloekerij, was er plaats voor de ambitieuze cultuurpolitiek van zelfverklaarde mecenas Daniel Toscan du Plantier, de man die vanaf de jaren zeventig van het deftige Parijse huis de chique boetiek maakte van de Europese auteurscinema. Onder zijn artistiek bewind werden de latere films gefinancierd van Bergman, Fellini, Francesco Rosi, Joseph Losey.

In recente tijden produceerde Gaumont ook, met wisselend succes, de megalomane verzinsels van Beinex (?La Lune dans le Caniveau?) en Besson (?Le Grand Bleu? en ?The Fifth Element?, de grote doorbraakfilm van het Franse bedrijf in Amerika). Zelfs in deze ongunstige tijden voor de avontuurlijke cinema blijft algemeen directeur Nicolas Seydoux investeren in totaal oncommerciële projecten. Zoals ?Histoire(s) du Cinéma?, een serie waar Jean-Luc Godard al 15 jaar aan werkt. De reeds voltooide delen in de reeks worden in het Brussels Filmmuseum vertoond. Verder gaat veel aandacht naar de beginperiode van Gaumont, waarvan dankzij de restauratiepolitiek vanaf de jaren tachtig, nog veel schatten bewaard zijn gebleven.

Gaumont : van Feuillade tot Godard. 60 films in het Brussels Filmmuseum in november ; 40 films in het Antwerps Filmmuseum in november en december.