Over gebrek aan aandacht heeft Marc Newson niet te klagen. Door Time Magazine een van 's werelds invloedrijkste mensen genoemd, gaan zijn ontwerpen nooit onopgemerkt voorbij. Schoenen voor Nike, een parfumflacon voor Shiseido, haartoestellen voor Vidal Sassoon, pannen voor Tefal : alles wat Newson aflevert, verwerft haast meteen een cultstatus. Daardoor valt niet alleen zijn eigen marktwaarde nog moeilijk in cijfers uit te drukken, als allround productontwerper heeft de Australiër ook sterk bijgedragen aan de verbreding en popularisering van design.
...

Over gebrek aan aandacht heeft Marc Newson niet te klagen. Door Time Magazine een van 's werelds invloedrijkste mensen genoemd, gaan zijn ontwerpen nooit onopgemerkt voorbij. Schoenen voor Nike, een parfumflacon voor Shiseido, haartoestellen voor Vidal Sassoon, pannen voor Tefal : alles wat Newson aflevert, verwerft haast meteen een cultstatus. Daardoor valt niet alleen zijn eigen marktwaarde nog moeilijk in cijfers uit te drukken, als allround productontwerper heeft de Australiër ook sterk bijgedragen aan de verbreding en popularisering van design. "Ik pleit schuldig", zegt Newson, "alles is tegenwoordig ontworpen. Al wil ik ter verdediging wel opmerken dat ik geen designidool wil zijn. Ik ben een van de weinige designers die zich al vijf jaar toelegt op het verbeteren van het leven aan boord van vliegtuigen. Dat project is uiterst confidentieel en dus doe ik al dat werk achter de schermen. Over die ontwerper spreekt niemand."Newson werd geboren in Sydney in '63 en maakte als jonge twintiger furore als meubelontwerper. Zijn in '86 gelanceerde Lockheed Lounge, een moderne chaise longue in met aluminium beklede glasvezel, was de eerste van een reeks meubelstukken waarvoor verzamelaars en belangrijke designmusea inmiddels grof geld neertellen. Zijn realisaties bij het Japanse meubelbedrijf Idée, waarvoor Newson van '87 tot '91 in Tokio verbleef, waren al gauw hetzelfde lot beschoren. Echt hard gaat het voor Newson sinds de jaren negentig, dankzij opdrachtgevers als Alessi (keukenaccessoires), Capellini en Moroso (meubilair) en Flos (verlichting). Mettertijd zou die veelzijdigheid ook zijn handelsmerk worden : Newson lanceerde de Ikepod-horloges, richtte horecazaken in New York en Londen in en ook de concept store van Walter Van Beirendonck, en ontwierp ondertussen een conceptauto voor Ford en aluminiumfietsen voor het Deense Biomega. Ondertussen verdeelt Newson zijn tijd voornamelijk tussen Londen, waar hij woont, en Parijs, waar hij een bureau vestigde. Met zijn laatste project, een in november vorig jaar gelanceerde kledinglijn voor het Nederlandse denimlabel G-Star, ging hij weer een nieuwe richting uit. Deze winter ligt de tweede collectie in de winkelrekken, al aarzelt Newson om zich modeontwerper te noemen. "Ik heb de collectie meer vanuit een industriële visie benaderd. Duurzaamheid, kwaliteit en een democratische prijs stonden voorop. Daarom was ik aanvankelijk ook zo sterk beïnvloed door Japanse werkkleding. Die moest voor iedereen geschikt zijn, ongeacht leeftijd of lichaamsbouw." Marc Newson : Designers leveren vaak ontwerpen af en laten het aan anderen over hoe het gemaakt moet worden. Zo zit ik niet in elkaar. Op mijn kantoor in Parijs werken wel technici, maar doorgaans doe ik alles zelf. G-Star is een uitzondering, omdat ik wel moest samenwerken. Van kleding en patronen maken weet ik immers niets. Mijn rol was vooral het vastleggen van de stijl en look, maar eigenlijk deed ik gewoon wat ik altijd doe. Met materialen als aluminium of neopreen experimenteren. Ik herinner me niet dat ik ooit papierachtige jasjes of denim met rubberen patches gezien heb. Als tiener wist ik niet wat ik met mijn leven wilde doen. Ik wilde wel altijd begrijpen hoe dingen gemaakt worden, en voor zulke technische kennis zijn juwelen fantastisch. Net omdat het zo'n precisiewerk is en je leert materialen te manipuleren. Uiteindelijk gebruik ik dus alles wat ik daar geleerd heb. Anderzijds hoeft ook een kunstenaar geen kunstopleiding gevolgd te hebben. Integendeel, meestal is het nog het beste van niet. Zoals veel mensen ben ik vooral beïnvloed door mijn kindertijd. Zo was mijn moeder secretaresse bij een architectenbureau en helemaal weg van Marimekko. Ik weet ook nog hoe ik onder de indruk was toen ik voor het eerst een vliegtuig van de binnenkant zag. Ik hou van vintage auto's (Newson rijdt met een Aston Martin, WD) en de eerste James Bond-films, maar op zich beïnvloedt mijn kindertijd me meer dan een bepaalde stijlperiode. Wat de sixties interessant maakt, is de snelheid waarmee alles veranderde. Maar ik ben niet nostalgisch. Over twintig jaar zullen mensen hetzelfde zeggen over onze tijd. Ik zei het al : ik hou ervan te leren, te begrijpen. In die zin is mijn leven één grote zoektocht naar kennis. Elk project dat ik onderneem, past in die koers, of het nu over het ontwerpen van een boot of een vliegtuiginterieur gaat. Ik ga helemaal op in de kennismaking met een nieuwe werkomgeving. Mijn projecten zijn case studies, leerprocessen, en daarna moet ik gewoon verder. Geld, roem en een huis vol design interesseren me niet. Het intellectuele proces achter design is mijn enige voldoening. Geen enkele plek heeft een specifieke stempel gedrukt, al heeft al dat reizen wel mijn persoonlijkheid gevormd. Het helpt je rigide opvattingen en vooroordelen te vermijden. Daarom dat Australië ook zo'n goede voedingsbodem voor me was. Het is geen designland, maar daardoor was ik vrij om een eigen designtaal te ontwikkelen. Als Italiaan zou ik veel meer bagage meeslepen. In Australië heeft men trouwens pas oog voor me gekregen nadat ik naam maakte in het buitenland. Ik ben erg onafhankelijk ingesteld. Ik leg mijn leven niet graag in iemand anders handen. Ik teken dus zelden langetermijncontracten. Ook een geweldige werkrelatie wil ik van dag tot dag evalueren, zodat ik niet gefrustreerd raak. Daarom ben ik ook zo weinig bezig met architectuur en interieurs. Dat zijn langdurige projecten waar veel mensen bij komen kijken en je nooit zeker bent over het eindresultaat. Mijn meerwaarde heeft meer met geld dan imagovorming te maken. Want je maakt niet alleen een ander product, je maakt, als het goed is, ook iets dat beter is. En als puntje bij paaltje komt, is de omzet het enige wat telt in de bedrijfswereld. Maar ik voel me zelden gebruikt, wees gerust. Als ik een project aanvaard, dan is het omdat ik persoonlijk geïnteresseerd ben en ik weet dat ik mijn doel kan bereiken. Bij veel bedrijven merk je al snel dat ze zelf niet eens weten wat ze willen of dat ze het project financieel, qua research of marketing niet voldoende zullen ondersteunen. De mensen die me tegenwoordig benaderen, weten waarvoor ik sta. Het zou nogal dom zijn om me eerst een opdracht te geven en dan het resultaat niet te respecteren. Toch ben ik vaak teleurgesteld. Vooral bij grote bedrijven kan een project een totale nachtmerrie worden. Hoe groter het bedrijf, hoe groter het risico dat vaagheid of interne machtsspelletjes de boel blokkeren. Dat is ook wat me aan G-Star bevalt : het bedrijf weet waar het naartoe gaat. Het management hakt snel knopen door, de beslissingen zijn duidelijk en er is geen verwarring over wie de baas is. Waarom niet ? Ik zou het zeker overwegen. Een goede ontwerper moet in verscheidene sectoren actief kunnen zijn, ook consumptiegoederen. In die zin is Starck een mentor voor me. Ik zou graag in elk huis aanwezig zijn, al doe ik sommige dingen louter voor mezelf. Dit najaar nog heb ik enkele sculpturale elementen tentoongesteld en verkocht in een galerie in New York. Een designer moet ook een goede manager zijn. Ik denk dat ik momenteel op twintig verschillende projecten werk. En dan nog. Dat voor luchtvaartmaatschappij Qantas is een dozijn projecten op zich, met evenveel bedrijven wereldwijd. Al die onderdelen staan bovendien op een verschillend punt van hun evolutie, want tussen een idee en de realisatie ervan liggen vaak twee à drie jaar. Het is het ene probleem na het andere, altijd weer een nieuwe 'kleinigheid', maar dat drijft me juist. Ik zou ook mijn hele leven stoelen kunnen maken en heel comfortabel leven, maar ik zou niet gelukkig zijn. Keuzemogelijkheden. Als ontwerper vertrek ik vaak vanuit het perspectief van de gebruiker : wat zou ik als consument zelf willen ? Hoe zou ík willen vliegen ? Wat voor kleding mis ik ? Mijn eigen frustratie als consument voedt me als ontwerper. Ik wil ingrijpen in onze leefwereld. Wat ik niet meer wil, is design om het design en het hele circus dat erbij hoort. Ik ben blij dat ik niet meer die jonge designer ben die ervoor moet zorgen dat er over hem gesproken wordt op de designbeurs in Milaan. Als ik nu een stoel ontwerp, dan liefst één die telt. Een vliegtuigzetel bijvoorbeeld. Die kan de hele manier waarop mensen vliegen veranderen. Als een outsider. Iemand die niet op de trend meereist, maar iets anders doet en een stap verder denkt. En als iemand die heel integer met zijn werk bezig is. G-Star is het succesverhaal van Nederlander Jos van Tilburg (46). De voormalige kledingvertegenwoordiger was 29 toen hij het denimlabel opstartte. Oorspronkelijk een dochteronderneming van textielbedrijf Zandman, staat het merk sinds 2003 volledig op eigen benen. "Zandman kwam bij mij terecht omdat ik de markt kende en de niches wist te vinden", zegt Van Tilburg. "Zo waren we een van de eerste labels die baggy pasvormen en technieken als zandstralen introduceerden. Die innovatieve aanpak gaf ons vanaf het begin een grote mate van zelfstandigheid, en toen een vriendschappelijke management buy-out mogelijk was, heb ik de kans gegrepen." Met een jaarlijkse omzetgroei van twintig à dertig procent wordt G-Star ondertussen een globale speler. Van zijn 500 werknemers trad haast een derde het voorbije jaar in dienst, terwijl het aantal winkels verdubbelde tot 50 monobrand stores en het merk daarnaast ook verkrijgbaar is in 4000 multibrand stores. In België volgt na Luik straks Antwerpen, in het buitenland staan onder meer nog Osaka, Dubai en Chicago op stapel. "We zijn echt stap voor stap gegaan", zegt Van Tilburg. "Na Nederland trokken we naar België en zo steeds verder, de ene winkelier na de andere. Daar zijn we heel nuchter in ; we zorgen altijd voor een goede basis en dan bekijken we stad per stad de opportuniteiten. En we zorgen ervoor dat het bedrijf op één fiets rijdt : de mensen in het managementteam zijn er al heel lang en ook onze zakenpartners kennen we door en door." De samenwerking met Marc Newson noemt Van Tilburg het samenkomen van gelijkgestemde zielen. "Net als voor ons staat voor Marc het product voorop. Zijn ontwerpen zijn no-nonsense en integer. Hij heeft een zekere intelligente naïviteit die heel erg aansluit bij wat wij doen. Toen ik hem in een opwelling de eerste keer belde, reageerde hij aanvankelijk nogal terughoudend. Ik ben geen modeontwerper, zei hij. Maak je geen zorgen, antwoordde ik toen, die heb ik al."Raw denim, just the product is niet zomaar een slogan, benadrukt van Tilburg. "Het is het fundament van het bedrijf. Want als een jeans of een T-shirt niet goed zitten, dan verkopen ze niet. Natuurlijk worden we geholpen door de vercasualising van de samenleving en de emancipatie van de man (zeventig procent van de omzet betreft mannenkleding, WD), maar dat is de basisregel. Wij maken ruw en ongewassen denim van de allerbeste kwaliteit, en aan die hele modekermis doen we niet mee. Blijkbaar zijn er meer mensen die dat gevoel met hun kleding willen communiceren." Door Wim Denolf / Portret Annick Geenen"Mijn eigen frustratie als consument voedt me als ontwerper. Ik wil ingrijpen in onze leefwereld."