Scenarist/schrijver

Alsof God er op de zevende dag van de schepping genoeg van had en nog snel wat dingen bij elkaar graaide en naar beneden smeet. Dat is Brussel. Het is une ville secrète. Een boek dat je heel langzaam moet doorbladeren. De chaos geeft de stad karakter.
...

Alsof God er op de zevende dag van de schepping genoeg van had en nog snel wat dingen bij elkaar graaide en naar beneden smeet. Dat is Brussel. Het is une ville secrète. Een boek dat je heel langzaam moet doorbladeren. De chaos geeft de stad karakter. De Brusselaar is een je-m'en-foutist. Ik hou van de mensen in de hoofdstad. Het is fantastisch dat hier zoveel verschillende soorten mensen samenleven, zonder noemenswaardige conflicten. Politici spreken over het 'probleem' Brussel, maar zo ervaren wij dat niet. De open houding van mijn ouders wees de weg. Naar ras of taal keken zij niet. Mijn vader was zeer sociaal. Overal maakte hij vrienden. Soms nodigde hij, tot ergernis van mijn moeder, drie wildvreemden uit om bij ons te komen eten. Mijn ouders waren van bescheiden komaf. Er was geen geld voor een auto, wél voor een concert of een museumbezoek. Cultuur hoorde voor hen bij de opvoeding. Mijn vader was van mening dat je overal minstens één keer naartoe moest : het circus, de opera, het theater... Met Frans sprekende cowboys : zo sloeg de filmmicrobe toe. In de goedkopere buurtbioscopen in Brussel werden de films gedubd, waardoor ik snel Frans leerde. Tussen mijn zesde en mijn veertiende zag ik enorm veel films. Op mijn veertiende durfde ik weleens, op een regenachtige dag, brossen om twee films te kunnen meepikken. De honger was groot. Als tiener begon ik ook op de eindgenerieken te letten. Ik dacht bij mezelf : wat zou het fantastisch zijn mocht daar ooit 'written and directed by Marc Didden' staan. Dertig jaar later kwam die droom uit, met Brussels By Night. Jammer dat mijn vader, die mijn creativiteit stimuleerde, die film niet meer heeft kunnen zien. Schrijven is mijn enige talent. Dat is het begin van alle wijsheid : weten wat je kunt. Een academische carrière was niet voor mij weggelegd. En technisch ben ik een ramp. Ik ben als de dood voor machines. "Er komt een tijd in je leven dat je meer herleest dan leest", zei de betreurde dichter Herman de Coninck ooit. Dat klopt. Plots besef je dat je op je achttiende misschien te snel Willem Elsschot hebt gelezen. Net nog herlas ik de stukjes van Simon Carmiggelt, die een belangrijk voorbeeld voor mij is geweest. Ik had destijds snel door dat mijn fort bij de korte afstand ligt. Een roman van zevenhonderd pagina's zou ik nooit schrijven. Scenario's, columns : dat is mijn ding. Kill your darlings, dat leerde ik van Guy Mortier. De ballast schrappen. Om die reden had ik een probleem met Johan Anthierens. Die verloor zichzelf soms in zijn exuberante stijl. Hij wou te veel bewijzen dat hij schoon kon schrijven en genoot zo'n status dat niemand het in zijn hoofd haalde om in zijn teksten te hakken. Ik behoor tot geen enkele club. Dat oud-collega Wilfried Hendrickx me de Keith Richards van de Humo-redactie noemde, vind ik een compliment. Omdat ik Keith Richards beschouw als een vrije mens. Uiteraard wil ik sociaal zijn, maar laat me niet achter een vlag lopen. Ik heb heel wat vrienden die gek zijn op The Sopranos en Breaking Bad. Dat zijn brave mensen en toch genieten zij van figuren die elkaar kapotschieten en drugs dealen. Ik word liever ontroerd door een mooie vrouw die bij zonsondergang door een landschap loopt. Ik zou het niet erg vinden om herinnerd te worden als iemand die probeerde de mooie dingen te zien en door te geven. Een docent moet genereus zijn. Ik wou deuren openen voor mijn studenten. Waarom ik dan toch met lesgeven ben gestopt ? Omdat het administratieve me te veel werd. Bovendien dacht ik : j'ai déjà donné. Na negenentwintig jaar was het tijd om plaats te maken voor anderen. Leren doe je permanent. Je kan als docent niet op je lauweren rusten. Je moet in dialoog gaan. Ik leerde evenveel van mijn studenten als omgekeerd. Dat ik op mijn vierenzestigste nog een frisse geest heb, komt door zo lang uitgedaagd te zijn door de gretigheid van jonge mensen. Marc Didden (64) werkte als rockjournalist bij Humo en regisseerde een viertal films. Tegenwoordig schrijft hij columns voor De Morgen en werkt hij als scenarist. Hij gaf les aan Sint-Lukas. Didden woont al meer dan zestig jaar in Brussel en schreef over 'zijn' stad het boek Een gehucht in een moeras, nu uit bij uitgeverij Luster. DOOR PETER VAN DYCK & FOTO SISKA VANDECASTEELE