Sinds 1 januari 1998 is in België het recht op ouderschapsverlof van kracht. Daarmee heeft de regering een Europese richtlijn van 1996 ingevuld die stelt dat werknemers in de privé-sector recht hebben op drie maanden onbetaald en individueel ouderschapsverlof voor elk kind tot vier jaar. Voormalig minister Smet is een stap verder gegaan. Zij heeft het ouderschapsverlof ingeschreven binnen het stelsel van loopbaanonderbreking en de bestaande vergoeding van 12.000 fr. opgetrokken tot 20.000 fr. per maand. Zo wilde Smet naar eigen zeggen "de kans verkleinen dat werknemers om financiële redenen zouden afzien van hun recht op loopbaanonderbreking". Ook werd de regeling flexibeler gemaakt. Wie dat wil, kan zijn verlof gedurende zes maanden halftijds opnemen of - maar dan wel in overleg met de werkgever - op verschillende momenten. Sinds 1 juni van dit jaar is de regeling ook van toepassing in de openbare sector.
...