Zo warm is het deze middag al, dat de kater op het terras ligt als een uitgewrongen dweil. Hij zou dat pelsje van hem moeten kunnen uittrekken op zomerse dagen als deze, bijvoorbeeld met behulp van een rits. Ik zie het voor mij : dat vachtje dat daar op een slordig hoopje achterblijft, terwijl Theo parmantig wegstapt in het felle licht. Naakt en roze. Maar half zo omvangrijk als tevoren.
...

Zo warm is het deze middag al, dat de kater op het terras ligt als een uitgewrongen dweil. Hij zou dat pelsje van hem moeten kunnen uittrekken op zomerse dagen als deze, bijvoorbeeld met behulp van een rits. Ik zie het voor mij : dat vachtje dat daar op een slordig hoopje achterblijft, terwijl Theo parmantig wegstapt in het felle licht. Naakt en roze. Maar half zo omvangrijk als tevoren. Zelf stap ik niet uit mijn pels, maar rijd ik naar de grote boze stad. Dat doe ik graag, zo op een terras postvatten om de mensen gade te slaan. Aan het tafeltje voor mij zitten lieden die eruitzien alsof ze op het punt staan naar Scherpenheuvel af te reizen. Er worden moppen getapt. Ik hoor iets over een muis, een kokosnoot en een olifant. Een andere bak gaat over de mieren die van de rug van een olifant zijn geschud. "Wurg hem, Amedee !" roepen ze naar de enige soortgenoot die op het dier is kunnen blijven zitten. De mop heeft een baard van hier tot in Tokio en verder nog drie keer om de wereld. Ik ben blij dat ik ver genoeg zit om niet uit beleefdheid te moeten grijnzen. Moppen : ik heb er altijd al een lastige verhouding mee gehad. Aan de ene kant vind ik het uitingen van menselijkheid, die de kout en de lach in het land houden. Ik wil de verteller van de mop dus meestal ter wille zijn door op het gepaste moment toch minstens een poging te doen om te lachen. Aan de andere kant vallen moppen mij bijna altijd tegen. Ik vind ze een vorm van aanstellerij : hoe kun je met die kouwe kak alle aandacht opeisen ? Tegelijk bezorgen ze mij een soort stress. Ik lach te vroeg, of juist te laat, en in elk geval altijd zo houterig dat het iedereen wel duidelijk is dat ik de mop niet echt heb gesmaakt. Nooit echter heeft dat iemand in het gezelschap ervan weerhouden aan die eerste mop een tweede en meestal ook een derde vast te haken. Weer wacht ik met gekrulde tenen de pointe af, in de hoop dat het zoals hoofdpijn wel vanzelf zal overgaan. Gelukkig zie ik van op mijn caféterras ook vrouwen, in uitbundige hoeveelheden zelfs. De mooiste lopen voorbij op een manier die doet geloven dat ze hun schoonheid dragen als een zware last. Ik vang glimpen op van billen en van navels, van ogen waarvoor je zou willen sterven en van haren die erop toegerust lijken troost te bieden in de donkerste nacht. "De benen zijn alles", hoorde ik mijn vader eens zeggen, toen die nog niet zo dood was als nu. Zelfs de rimpeltjes boven de hiel van sommige vrouwen kan ik sexy vinden, zeker in combinatie met het juiste schoeisel. Veronachtzaamde lichaamsdelen zijn het, waar ik zachtjes in zou willen bijten. Vrouwenzot, hoor ik u zeggen. Welja, waarom niet ? Vrouwen behoren, naast bijvoorbeeld ook bloemen en wolken, tot die schaarse stoffelijkheden die ons herinneren aan onze jaren in het paradijs. Waarom zouden we onze liefde voor ze niet openlijk durven belijden ? Inmiddels is het zo drukkend geworden dat ik een onbestemd verlangen voel naar een malse bui in de herfst. Naar mist die op het land staat. Altijd Talend Naar Iets Anders, vertaald in het Latijn : het zou mijn devies kunnen zijn, op een wapen van sabel en keel. Terwijl ik mij moeizaam losmaak van het terras, zie ik dat de maan vaal maar rond aan de hemel is verschenen. Misschien, denk ik met een soort opwinding, moet ik vannacht eens naar de Maneschijnstraat rijden. Ik zag ze onlangs op mijn gps, toevallig, toen ik op weg was naar een afspraak en geen tijd had voor omwegen. Sindsdien houdt het mij bezig. Hoewel die ervaring ongetwijfeld zal tegenvallen, wil ik er per se eens lopen in de maneschijn. Au clair de la lune, mon ami Pierrot. Prête-moi ta plume pour écrire un mot. In de maneschijn klom ik op een trapje door het raamkozijn. Zo lunatiek ben ik wel, dat je mij voor zulke dwaasheden mag wekken. Als ze maar ontsnappen aan de plastic functionaliteit van overdag. Zou er ook zoiets als een Rozengeur- straat bestaan ? Jammer vind ik het, dat dergelijke dingen tegenwoordig zo makkelijk op te zoeken zijn. Er gaat heel wat mysterie verloren. Zoals het raadsel van de vrachtwagens, waarop in metallieke letters "WAF" staat te lezen. Het intrigeerde mij als kind al, maar tot vandaag weiger ik koppig de betekenis ervan op te zoeken. Bang als ik ben dat het iets loeiend banaals zal blijken. jean-paul mulders