Sofie Albrecht / Foto's Diane Hendrikx
...

Sofie Albrecht / Foto's Diane HendrikxVraag één: is make-up overbodig? Volgens psychologen krijgt een mens amper vijftien seconden om een eerste indruk te maken. Dus moet die bij voorkeur wel een beetje positief zijn: die van een intelligente babe die de zaken goed op een rijtje heeft en blaakt van zelfvertrouwen. Enige hulp daarbij is dus geen overbodige luxe, van make-up bijvoorbeeld. Al die potjes dienen immers een doel: een goed overkomen, zodat mensen die je niet kennen meteen zien wat voor een vlot mens je wel bent. Zo illustreren neutrale natuurtinten je discretie en bewijzen rode lippen dat je voldoende lef hebt om de aandacht te trekken. Of schuilt je grootste talent misschien in het hulpeloos knipperen met pastelblauwe bambiwimpers en het trekken van babyroze pruillippen? Of je nu genereus een halve pot op je gezicht kwakt of meer van het zuinige type bent, het draait allemaal om evenwicht. Geef toe, geen spoortje make-up is verdacht, bijna arrogant zelfs. Alsof je medemens het niet waard is om een beetje moeite voor te doen. Trouwens, wie is zelfverzekerd genoeg om zijn blotebillengezicht aan de wereld te tonen? Ik ken massa's zelfbewuste vrouwen, maar geen enkele die de deur uitgaat zonder mascara. Ik inclusief. Heb trouwens nog nooit op een mascaraloos moment gehoord dat ik er stralend uitzag. Alleen dat ik vroeger moest gaan slapen. Anderzijds, te veel make-up maakt het moeilijk om serieus genomen te worden. De intellectuele capaciteiten van een vrouw worden maar al te snel afgemeten aan de hoeveelheid verf op haar gezicht. De vooroordelen liggen voor het grijpen: vulgair, onzeker, heeft vast iets te verbergen. Alsof het camoufleren van pukkeltjes, donkere kringen en andere onhebbelijkheden een bedrieglijke praktijk zou zijn en niet een daad van menslievendheid! In Japan doen ze daar niet moeilijk over, daar is make-up gewoon een blijk van respect. Bedrijfsmemo's vragen het vrouwelijk personeel om zich op te maken, zodat ze er toch op zijn minst verzorgd uitzien. Een bizarre theorie stelt dat we met make-up een universeel ideaalbeeld willen benaderen dat in alle culturen geldt. Elk volk zou dezelfde trekken mooi vinden: grote ogen, een kleine kin, hoge jukbeenderen, volle lippen. Met make-up zouden we die ideale trekken imiteren: kohlpotlood om je ogen groter te laten lijken, rode lippenstift om vollere lippen te suggereren, blush als surrogaat voor een gezonde blos, enzovoort. En toch: dat ideaalbeeld verandert door de geschiedenis heen. In het Oude Egypte diende make-up om jezelf te versieren, exotischer te maken. Men ging er kwistig om met eyeliner en kohl. Bij de protestantse puriteinen van de zestiende eeuw waren dergelijke hulpmiddeltjes taboe, terwijl ze in de pruikentijd vooral gebruikt werden om het delicate van de vrouwelijke sekse in de verf te zetten. Men smeerde giftig loodwit voor een bleke teint, deed rode poeder op lippen en wangen, en benadrukte met blauw potlood de aders op voorhoofd en boezem om een adellijke afkomst te suggereren. Dat we tegenwoordig zongebruind moeten zijn om voor 'jong en gezond' door te gaan, is dus allesbehalve tijdloos.Een snelle blik op het schoonheidsideaal door de eeuwen heen maakt dan ook meteen korte metten met het idee dat we make-up gebruiken om interessant te zijn voor voortplantingsbeluste heren. Alsof het om een of ander oerinstinct gaat en we make-up gebruiken om de symptomen van seksuele opwinding te imiteren. Volgens de populistische antropoloog Desmond Morris is blush zoveel als postcoïtale blos op de wangen en verwijst rode lippenstift naar gezwollen schaamlippen. Kijk, daar moet je nu echt een man voor zijn om zoiets te bedenken. Eerlijk, het imiteren van mijn schaamlippen is wel het laatste waar ik aan denk als ik rode lippenstift gebruik. Vraag twee: gebruiken vrouwen make-up om aantrekkelijk te zijn voor mannen? De meeste mannen beweren er nochtans niet van te houden, zeker niet in grote hoeveelheden, en gebruiken het woord 'natuurlijk'. Waarmee ze 'natuurlijke schoonheid' bedoelen, en dat is een schaars goed. Onlangs beweerde een vriend van me dat een vrouw met zelfvertrouwen "al dat verven" niet nodig heeft. "Die vindt zichzelf mooi genoeg zonder make-up, en dat maakt haar aantrekkelijk." Naïef natuurlijk, maar daar is een verklaring voor: ofwel blind van liefde, ofwel jaloers (een lijkbleke vriendin met pukkels en donkere kringen onder fletse slaapoogjes wordt zeker niet weggekaapt door een ander). Maar als mannen veel make-up niet aantrekkelijk vinden, waarom maken we ons dan zo enthousiast op voor een avondje uit? Niet om te verleiden, maar omdat we ons psychologisch sterker voelen met een masker van fond de teint dat alle foutjes wegplamuurt, ogen à la Audrey Hepburn en een mond als Julia Roberts? Onze absolute nummer één? Lipstick: die geeft letterlijk kleur aan ons gezicht en verhoogt onmiddellijk ons modegehalte. En lipstick kan nog veel meer: volgens Leonard Lauder is het de barometer van de economische recessie. Wanneer er stevig bezuinigd moet worden, gaan de verkoopcijfers de hoogte in: na elf september zagen ze bij Lauder de omzet van hun lipsticks vervijfvoudigen. Waarom? Omdat lipstick een kleine luxe is die geen gat in je budget slaat, instant troost geeft en het leven ook zonder nieuwe droomwagen of wereldreis draaglijk maakt. Dus heren, we doen het niet voor u, maar voor onszelf. Make-up is me-time, pure zelfverwennerij. Gun ons dus die luxe, die tijd om even met onszelf bezig te zijn en niets anders. Nadien voelen we ons aantrekkelijker, zelfverzekerder, en dat is alleen maar in jullie voordeel. Zelfs ziekenhuizen zien er het belang van in. Er worden steeds meer workshops rond huidverzorging en make-up georganiseerd voor kankerpatiënten, gesponsord door grote cosmeticamerken als Estée Lauder en Lancôme. Net zoals artsen weten dat een positieve instelling essentieel is voor het genezingsproces, zal elke vrouw beamen dat professioneel advies over huidverzorging en make-up een geweldige opkikker is voor je moraal. Hoor ik nog iemand zeggen dat al dat verven niet nodig is?