Voor het eerst deze lente schrijf ik op een caféterras. Naast mij zitten mensen te kleumen en tegen de blauwe lucht schuiven wolken voorbij, loom en vadsig. Zij zijn geen wezens uit één stuk maar huichelachtig. Met hetzelfde gemak nemen zij de vorm aan van Portugal als van zeepaarden die paren.
...

Voor het eerst deze lente schrijf ik op een caféterras. Naast mij zitten mensen te kleumen en tegen de blauwe lucht schuiven wolken voorbij, loom en vadsig. Zij zijn geen wezens uit één stuk maar huichelachtig. Met hetzelfde gemak nemen zij de vorm aan van Portugal als van zeepaarden die paren. Ik probeer gedachten op papier te krijgen die vluchtig zijn als waterdamp. Soms ontvallen de woorden mij vlot en trefzeker. Soms gaat dat met de tegendraadsheid van wanstaltig dikke telgen, zoals vandaag, als de onrust mij belaagt en ik zou willen fietsen of ijsschaatsen of rozen snoeien, of een van die andere activiteiten die ik te zelden beoefen. Mijn leven is te virtueel geworden. Duizenden uren verdwijnen in de computer zonder sporen na te laten ; ik durf zelfs niet te schatten hoeveel het er zijn. Ook verspil ik veel tijd aan filerijden en naar slechte televisie kijken en al die andere dingen die bezit van ons hebben genomen, ten koste van wat er echt toe doet. Liefhebben bijvoorbeeld, en met eerlijke producten koken. Ergens onderweg, vraag me niet waar precies, ben ik de grip op het leven verloren. Het walst in richtingen die mij niet aanstaan, en daarmee bedoel ik niet alleen mijn privégepruts, maar dat van de wereld in het algemeen, die in de klauwen lijkt te zijn gevallen van waanzin die rechtstreeks naar de ondergang voert. De overbevolking, de vervuiling, de opwarming, de uitroeiing van diersoorten en de beangstigende stijging van de prijzen, die wel tot honger en oorlog moet leiden : soms word ik daar moedeloos van. Soms besef ik dat er geen uitweg is, tenzij een hele kwalijke. Op zulke momenten zijn er gelukkig dingen als lucifers, die nog wat houvast bieden. Tegen 99 procent van deze dolgedraaide wereld steekt de lucifer aangenaam af door zijn eenvoud en eerlijkheid. Ik voel graag aan luciferdoosjes, ik hou van hun geur en textuur. Het verschaft mij plezier ze te openen door met mijn wijsvinger kordaat tegen het doosje te tikken. Ik ben geen verzamelaar, tenzij misschien van liefdespijn, maar mocht ik iets anders verzamelen dan zouden het oude luciferdoosjes zijn. Het neemt mij dan ook in voor de man aan het tafeltje naast mij, dat hij een lucifer bezigt om zijn sigaret aan te steken. Hij doet dat op de 'mannelijke' manier, door het stekje naar zich toe te halen met een korte droge tik, het gevaar op de koop toe nemend dat er aldus een genster in zijn gezicht kan springen. Vrouwen, zo wil althans het verhaal, duwen de lucifer bang van zich weg over het strijkvlak, om zo ver mogelijk van de ontbrandende solferkop verwijderd te blijven. Ik weet niet of er onderzoek is verricht naar de waarachtigheid van deze mythe, die nogal seksistisch klinkt. De man lijkt op Kurt Cobain zoals die er vandaag waarschijnlijk zou uitzien, in de leeftijd van 41 jaar. Een beetje verlept zit hij achter zijn vroege Duvel. Hij bezit een zeker charisma, maar lijkt door omstandigheden aan lagerwal gesukkeld. Als zijn lucifer ongeveer voor de helft is opgebrand, neemt hij het al verkoolde gedeelte voorzichtig tussen duim en wijsvinger van zijn andere hand. Zo slaagt hij erin de lucifer helemaal te laten opbranden. Dat vereist een zekere behendigheid, en de man is zich daarvan bewust. Hij zit zo geconcentreerd naar dat zwarte stekje te kijken dat ik het bijna zeker weet : hij is, net als ik, een magisch denker. Hij heeft een wens gedaan, die alleen zal uitkomen als het hem lukt de lucifer volledig te laten verteren door het vuur zonder hem los te laten. Hij is vast ook zo iemand die bij het naderen van de verkeerslichten denkt : als ik er voorbij ben vóór het op rood springt, komt alles alsnog goed. Is het de herkenning van de verworpenen der aarde ? Ik weet niet waarom ik sympathie voor deze man voel, maar wat mij betreft mag zijn verlangen werkelijkheid worden, of dat nu het behoud van het Lappersfortbos betreft, de terugkeer van zijn geliefde of een loutere kwestie van geld. Hij betaalt en staat op. Er slaat een walm van hem af van in drank versmoorde nachten. Als de man vertrokken is, probeer ik het trucje met de lucifer zelf, mij ervoor hoedend al meteen een wens te uiten. Gelukkig, want ik heb niet veel ervaring en schroei zowel mijn duim als mijn wijsvinger deerlijk.Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders