Schrik niet : in België lopen er 1,76 miljoen honden en 1,6 miljoen katten. Eén Belgisch gezin op twee heeft een huisdier, vooral als de kinderen tussen zes en twaalf jaar oud zijn. Plezierig of ongezond ?
...

Schrik niet : in België lopen er 1,76 miljoen honden en 1,6 miljoen katten. Eén Belgisch gezin op twee heeft een huisdier, vooral als de kinderen tussen zes en twaalf jaar oud zijn. Plezierig of ongezond ?Marianne Meire B ENJI IS VIER JAAR OUD, LALY, haar beste vriendinnetje, is er bijna twee. Benji lijkt opvallend veel op Samson, Laly is een klein meisje met een staartje in haar haar. Als je haar snoepjes aanbiedt, neemt ze er altijd twee. Eentje voor zichzelf, en eentje voor Benji. Benji mag dan een hond zijn, voor Laly maakt het weinig uit. Voor zover zij kan tellen, zijn ze thuis met z'n vieren. Benji was er al toen Laly werd geboren. Hoe zij bij haar baasjes in huis kwam, is een verhaal apart. Christel De Beys : ?Je hoort wel eens zeggen dat een hond zijn baas kiest. Onze bobtail Benji heeft dat zeker gedaan. We gingen 's morgens naar de markt en kwamen 's middags weer thuis met een hond. Zij was ons gewoon achternagelopen. Het was een beetje liefde op het eerste gezicht. Ondertussen weten we dat je niet zomaar een hond in huis kunt nemen. Er zijn veel leuke kanten aan samenleven met een dier, maar het heeft ook nadelen.? De relatie tussen mensen en hun huisdieren is het werkterrein van de vereniging Ethologia. Psycholoog Philippe Bernard onderzoekt er samen met dierenartsen, pediaters, geriaters en andere specialisten hoe mens en dier met elkaar omgaan. Philippe Bernard : ?Mens en dier hebben altijd samengeleefd. Vóór de grote trek naar de steden begon, leefden 80 % van alle mensen op het platteland, omringd door kippen, konijnen, paarden, een waakhond, een paar poezen. De meesten verlangen nog steeds naar dat contact met de natuur en met dieren. Waarom willen stadsmensen zo dicht mogelijk bij een park wonen ? Waarom kopen we planten ? Waarom houden we dieren ? Honden, katten, vogels, vissen horen er gewoon bij. Als gezelschapsdier, als speelkameraad, als geduldige toehoorder. Mensen hebben ook de behoefte om te verzorgen. Ook die kun je gemakkelijk op huisdieren botvieren. Ze worden een volwaardig gezinslid. Veel volwassenen met een huisdier hadden ook als kind dieren in huis ; 80 % van de kinderen die vandaag een hond hebben, zullen er later ook een houden. Is hun jeugdvriend een kat, dan blijven ze de kat trouw. Ze behouden op die manier de gezinsstructuur uit hun jeugd.? De meeste dierenliefhebbers beleven niets dan plezier aan hun beesten. En ze worden er zelfs beter van. Volgens Amerikaans onderzoek ( J. Serpell, 1990-1991) melden ze al in de loop van de eerste maand na de aanschaf van een hond een opvallende vermindering van kleine gezondheidsproblemen zoals verkoudheden, griep, rugpijn, hoofdpijn en slapeloosheid. Ze getuigen van een verbeterd psychologisch welzijn. Ze zijn meer zelfverzekerd en minder bang voor gelijk welke vorm van agressie. Hun fysieke activiteit neemt toe (wandelen), en dat is ook goed voor hun algemene gezondheidstoestand. Onlangs werd ook het bewijs geleverd dat bij dierenbezitters de kans op hartcomplicaties vermindert, en dat hun bloeddruk en de hoeveelheid triglyceriden in het bloed lager is dan bij niet-dierenbezitters. En dat alles is niet alleen het gevolg van meer lichaamsbeweging, maar ook van de invloed van de aanwezigheid van een dier op het stressgehalte. En er zijn nóg voordelen. Niemand zal ontkennen dat dieren hun baas sociaal acceptabeler maken. Als iemand uw kind op straat aanspreekt, bent u minder achterdochtig als die een hondje bijheeft. Mensen-met-hond krijgen meer sociale contacten dan wandelaars alleen : het beest lokt interesse uit en een gesprek. Het cliché dat wie z'n geld aan een dier spendeert niet om andere mensen zou geven, is onzin. Want een andere belangrijke vaststelling is dat mensen met huisdieren over het algemeen socialer zijn dan mensen zonder. Een wetenschappelijk bewijs is er niet, maar de cijfers van Ethologia tonen aan dat mensen die in de sociale sector, het onderwijs en de gezondheidszorg werken, vaker een huisdier hebben. Dit geldt met name voor schooldirecteuren (72 %), onthaalmoeders (90 %) en pediaters (68 %). Philippe Bernard : ?Als mensen huisdieren hebben, is dat meestal niet wegens een gebrek aan contact met andere mensen. De meesten zijn, in tegenstelling tot wat over het algemeen wordt geloofd, geen alleenstaanden, maar gezinnen met kinderen.? Een huisdier in het gezin als een speelse voorbereiding op het grote leven ? Christel De Beys : ?Laly leert van haar hond. Rekening houden met iemand anders en delen bijvoorbeeld. Ze zal nooit iets alleen voor zichzelf vragen. Samenspelen lukt ongelooflijk goed en ze maken veel plezier. Benji krijgt nooit genoeg van Laly en Laly is gek op Benji. Er is een affectieve band. Benji slaapt 's nachts voor Laly's deur, Laly verzet geen stap zonder haar kameraad.? Maar poes en hond zijn ook vaak de eerste vriendjes die een kind kwijtraakt. Een bobtail wordt zelden ouder dan tien jaar. Laly zal pas acht zijn als zij haar vriendin verliest. Ethologia vroeg aan 405 pediaters of de aanwezigheid van een gezelschapsdier een invloed heeft op de gezondheid van een kind ; 88 % antwoordde ja, 80 % gelooft dat die invloed positief is en 75 % van hen raadt de aanwezigheid van een dier in het gezin aan. Volgens de kinderartsen is de invloed vooral van affectieve (90 %), emotionele (80 %), sociale (76 %) en psychische (76 %) aard. Honden, vogels en katten zijn aangename gesprekspartners : ze luisteren altijd en spreken nooit tegen. Vooral honden verdragen veel van kinderen en worden nooit moe van verstoppertje spelen of ballen trappen. Een kind kan zijn huisdier ook als een vertrouweling beschouwen, als een ideale buffer voor verdriet en angst. Dat een kind in zijn vaak tegenstrijdige relaties met de volwassenen om zich heen kan rekenen op de steun van zijn hond, kat, vogel of vis, draagt bij tot zijn groeiproces. In de Ethologia-enquête wijzen de pediaters echter ook op een probleem : een dier in huis kan de gezondheid van kinderen in gevaar brengen. Hoewel niemand precies weet om hoeveel kinderen het gaat, signaleren toch bijna alle ondervraagde artsen gevallen van allergie, meer bepaald ademhalingsproblemen (astma) en huiduitslag (eczema). Er bestaat ook gevaar voor zoönosen (besmettelijke ziekten die van dier op mens worden overdragen). Het gaat hierbij voornamelijk om toxoplasmose (vooral bij katten) en parasitosen zoals wormen, luizen, mijten en vlooien. Daarnaast heeft ruim 84 % van alle pediaters ooit een kind verzorgd dat door een dier werd verwond. Kattenkrabben en hondenbeten komen het meest voor, en sommige breuken zijn veroorzaakt door een valpartij door een dier. Zijn deze gezondheidsrisico's een reden om de voorgenomen aanschaf van een huisdier dan maar af te blazen ? Beslist niet, maar neem vooraf een aantal maatregelen. Allergische kinderen verdienen bijzondere aandacht. Of een huisdier in dat geval een goed idee is en om welk beest het moet gaan, kan de pediater beoordelen. Meestal raadt die aan het huisdier weg te doen. Zijn er geen andere, minder drastische maatregelen ? Brigitte Borreman van Allergiepreventie vzw : ?Eigenlijk niet voor risicokinderen tot ze drie jaar oud zijn. Dierenallergenen (haren, speeksel, schilfers) zijn door onze leefgewoonten een veel voorkomende oorzaak van allergie geworden. Risicokinderen moeten tijdens hun eerste levensjaren behoed worden voor veelvuldig contact met dieren, zodat de kans afneemt dat ze op latere leeftijd een allergische ziekte ontwikkelen. Gezinnen met een zwaar allergisch kind moeten deze maatregel zelfs handhaven. Wees altijd voorzichtig met kinderen in families waar allergie voorkomt, zelfs al hebben ze zelf nog geen allergie. Huisdieren beïnvloeden immers de kwaliteit van de binnenlucht. Ook bij de onthaalmoeder en het kinderdagverblijf moeten huisdieren zo veel mogelijk buitenshuis worden gehouden. Ga de strijd vooral aan op hygiënisch vlak. Want alle dieren, met uitzondering van de kale vis of de gladde schildpad, scheppen met hun haren, pluimen, huid- en nagelschilfers een aangenaam microklimaat voor de huisstofmijt, het minuscule beestje wiens uitwerpselen allergische reacties kunnen uitlokken.? Volgens immunoloog professor Wim Stevens van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen neemt het aantal allergieën toe, maar hij relativeert cijfers die mensen nodeloos verontrusten. ?Het probleem van toenemende allergieën is enkel ernstig voor wie overgevoelig is ; 10 tot 20 % van de mensen zijn genetisch voorbestemd om allergisch te worden. Ik ben geen voorstander van huisdieren, omdat een kind gemakkelijker elders een vriendje vindt dan dat het van overgevoeligheid afraakt. Eenmaal een kind overgevoelig blijkt, is het te laat om nog terug te krabbelen. Families waar allergie voorkomt, moeten niet panikeren, maar ze nemen beter geen dier in huis. Sommige ouders laten hun kind testen, maar overgevoeligheid ontstaat op lange termijn, dus dat heeft weinig zin. Niet ieder gevoelig kind reageert meteen allergisch. Krijgt het een cavia cadeau, dan heeft het misschien maar na zes maanden neusproblemen en enkele maanden later ook astma. Leeft er een kat in huis, dan beginnen de neusklachten soms maar na vier jaar en ontstaat astma pas na vijf jaar. Een kind kan trouwens ook allergisch reageren op de poezen van vriendjes. De reacties op honden blijven nog langer uit : de eerste neusverschijnselen na zes jaar, astma na zeven jaar.? Tachtig procent van de bevolking zal nooit allergisch reageren op dieren. Maar andere gezondheidsproblemen blijven bestaan. Zoönosen komen zelden voor als eenvoudige hygiënische regels in acht worden genomen en het huisdier regelmatig gecontroleerd wordt door de dierenarts. Kinderen van dierenartsen of van fokkers worden trouwens niet vaker getroffen dan andere. Een hond of kat hoort gewoon niet thuis onder de dekens of het aangezicht van uw kind schoon te likken. Ook ongelukken, krabben en beten kunnen tot een minimum herleid worden. Ze zijn vaak het gevolg van een misverstand tussen kind en dier. U vermijdt ze door hen allebei basisregels aan te leren en door ze altijd in de gaten te houden als ze bij elkaar zijn. Philippe Bernard : ?Een dier is geen stuk speelgoed. Het voelt ook pijn. Treiteren, hinderen bij het eten en opjagen, dat is geen gedrag van dierenvriendjes. Het kind moet ook leren de taal van het huisdier te begrijpen : spinnen, grommen, lichaamshouding, stand van de oren, bewegen van de staart. Kinderen zijn ook te jong om in hun eentje in te staan voor voeding, lichaamsverzorging, gezondheidszorg en opvoeding van een huisdier, zelfs al is het het hunne. Jonge kinderen hebben geen gezag over een hond en kunnen het beest meestal ook niet fysiek onder controle houden. Ze kunnen ook maar leren van hun huisdier als de ouders daarbij helpen. Het volstaat niet om de twee bij elkaar te zetten en te hopen dat ze wijzer worden van hun interactie. Samenleven met een huisdier, daar moet het gezin actief aan werken. Geen enkel dier krijgt bij de aanschaf een gebruiksaanwijzing mee. Veel mensen nemen een dier in huis zonder notie van wat normaal, natuurlijk gedrag is. Wat zij als probleemgedrag beschouwen (met schoenen zeulen, blaffen, meubels kapot krabben, planten eten) hoort gewoon bij de aard van zo'n beest en kan rechtgetrokken worden. En je koopt een hond of een kat ook niet voor enkele maanden, maar voor gemiddeld zo'n tien jaar. Sommige katten worden op hun kousenvoeten twintig jaar oud ! Vooral in de vakantieperiode merken we hoeveel mensen zich erover beklagen dat ze een dier hebben. Jaarlijks worden er 20.000 naar het asiel gebracht.? Christel De Beys over Benji : ?Ik zou haar nooit wegdoen, maar ik ben niet zeker of we na haar nog een nieuwe hond nemen. Ze is een toffe vriendin voor Laly, maar ik ben nooit helemaal gerust als ze spelen. Ik laat ze nooit alleen : voor je het weet, doen ze elkaar ongewild pijn. Benji vraagt ook veel werk. Zij verliest haar, maakt veel vuil, moet elke dag wandelen, komt regelmatig bij de dierenarts. Daar moet je je vooraf bewust van zijn. Benji vraagt bijna evenveel aandacht als een kind. Ik verzorg haar met veel plezier, maar als ik eerlijk ben dan raad ik het af voor gezinnen waar iedereen buitenshuis werkt. Een hond moet buiten kunnen en ravotten, de hele dag. Niet eventjes 's morgens en dan nog een half uurtje's avonds.? Ethologia, de Belgische Vereniging voor Studie en Informatie over de Relatie Mens-Dier, verspreidt het infoblad ?Etho News?. Info : Albert-Elisabethlaan 46, 1200 Brussel, tel. (02) 735.87.63. Benji mag dan een hond zijn, voor Laly maakt het weinig uit : voor zover zij kan tellen, zijn ze thuis met z'n vieren.