De tentoonstelling 'Het geheugen van Congo. De koloniale tijd' loopt sinds vorige week in het Africamuseum in Tervuren.
...

De tentoonstelling 'Het geheugen van Congo. De koloniale tijd' loopt sinds vorige week in het Africamuseum in Tervuren. Meer info : www.africamuseum.be Reacties : jp.mulders@skynet.be Een zwarte met een marcelleke hangt stoer in een bulldozer van het merk Caterpillar. Zeven zwarten en blanken zitten broederlijk naast elkaar in een ouderwets laboratorium, en turen door microscopen. Een keurig geklede, mij onbekende zwarte man blikt dromerig in de lens. Verwonderd bekijk ik de foto's. Negen zijn het er, zwart-wit en haarscherp. Ik heb ze nooit eerder gezien. Ze zaten als attachment bij een mail die ik van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika ontving, met de vraag of ik toestemming wil geven voor gebruik op de grote tentoonstelling Het geheugen van Congo. De koloniale tijd. De foto's zijn blijkbaar door mijn vader gemaakt, in dat peilloos verre verleden toen hij als reporter-fotograaf voor het C.I.D. werkte, het Centre d'Information et de Documentation du Congo belge et du Ruanda-Urundi. Dat was lang voor ik van zonlicht had gehoord, van giraffes of olifanten of zelfs maar van zoiets voor de hand liggends als de kleur geel. The past is a foreign country, they do things differently there. Een verleden dat zich dan ook nog in verre landen afspeelt, zorgt voor bevreemding in het kwadraat. Mijn vader moet ongeveer zo oud geweest zijn als ik nu ben toen hij deze foto's maakte. Het is bizar een verwekker van 55 te hebben, die voor je geboorte al diverse levens heeft geleid die omhuld zijn met mysterie. Dat hij in 1947 naar Congo is getrokken, weet ik wel. Ik kan me de kick voorstellen, toen hij de kans kreeg om de naoorlogse kilte in te ruilen voor een zonnig en uitgestrekt land. Met een volkswagenbusje is hij dat immense land (bijna tachtig keer zo groot als België) rondgereden in een bedwelmende tocht van anderhalf jaar. " Le tour du Congo", ik hoor het hem nog zeggen. Voor de rest blijft zijn verblijf van dertien jaar daar voor mij beperkt tot flarden en anekdotes. Dat kawa koffie betekent, bijvoorbeeld, een van de weinige sprokkels Swahili die ik ken. En dat er, toen hij eens tegen een boom stond te pissen, zomaar een slang tussen zijn benen kwam gegleden. Aan dat reizen heeft mijn vader een soort grootsheid overgehouden. Een wereldburgerschap voor het leven, dat het benauwde België op zijn borst deed trekken als de knopen van een krap pak. "Gullegem-plage", zei hij later smalend, als we met de auto het West-Vlaamse oordschap binnenreden waar ik het grootste deel van mijn jeugd bij mijn grootouders opgegroeid ben. Ik kon het niet goed hebben dat hij zo denigrerend deed over dat dorpje dat mijn universum was. Het onbevredigende van de Kruisstraat en de Rozenstraat voor wie op de Congostroom heeft gevaren, en in ruil voor een fles whisky de koning van de Bakuba's mocht schilderen, die driehonderd vrouwen had : dat begrijp ik nu beter. Een klas jonge zwartjes leest zoet voor uit boekjes waarop ik enkel het woordje Yezu kan onderscheiden. In een ander schooltje leren meisjes vlijtig naaien. Volwassen mannen schuiven keurig aan om te eten voor een soort geïmproviseerde fabriek. Het is wel duidelijk dat de foto's moesten bijdragen tot een frisser en welriekender beeld van de kolonisator. Zo trots als ik vroeger op zijn ongebruikelijke levensloop was, zo ongemakkelijk voel ik mij tegenwoordig soms als ik vertel dat mijn vader in Afrika heeft gezeten. Dat ruikt naar Leopold Twee. Naar mishandelde boys, geamputeerde ledematen en rood rubber. Terwijl mijn vader daar bij mijn weten nooit iets ergers heeft gedaan dan fotograferen en tekenen. Pastels van zwarte vrouwen in wie het vuur van de savanne sluimert, en die hem bekendheid opleverden van Kinshasa tot het verre Katanga. Mabele ya kitoko betekent, geloof ik, mooie borsten. Toen mijn vader pas gestorven was, vroeg ik een oude vriend van hem hoe die mijn verwekker in één zin zou omschrijven. " Un homme honnête", luidde zonder veel denken zijn antwoord. Mijn Frans was toen nog zo pover dat ik dat bijvoeglijk naamwoord even moest opzoeken. Eerlijk. Dat vond ik wel een mooi woord om een leven samen te vatten, al was het ook wat saaier dan wat ik had verwacht. Verhalen over geheime liefdes bijvoorbeeld, en rituelen die onuitgesproken moesten blijven. Namen van halfbroertjes en -zusjes met de kleur van melkchocola, over wie ik na een paar glazen wel eens durf te fantaseren. Twee vriendelijke witte zusters zetten een zwart baby'tje op een weegschaal, onder het dankbare oog van zijn moeder. De fotograaf glimlacht, bergt zijn lichtmeter op. Hij grijpt zijn tropenhelm en wandelt weg in een eeuwig verblindende zon. JEAN-PAUL MULDERS