We studeerden allebei in Leuven toen ik hem leerde kennen, en in mijn ogen was hij de begeerlijkste vrijgezel van de stad. Bert was een knappe kerel : donker type, beetje bohemien. Hij was slim, sportief, goedlachs, bijdehand, charmant, alles wat je maar wil, en ik sloeg hem toch maar mooi aan de haak. Apetrots was ik. Bert studeerde fysica, ik biologie. Zijn studies verliepen minder vlot. Op de een of andere manier ontspoorde hij telkens als de examens in zicht kwamen. De ene keer verdween hij tijdens de blokperiode met de noorderzon, om in volle examentijd weer op te duiken. En dan vond hij het ontzettend grappig als hij er niets van bakte. De andere keer raakte hij zo diep in de put dat hij er niet in slaagde zich op de examens voor te bereiden. Het heeft hem een paar jaar extra gekost.
...

We studeerden allebei in Leuven toen ik hem leerde kennen, en in mijn ogen was hij de begeerlijkste vrijgezel van de stad. Bert was een knappe kerel : donker type, beetje bohemien. Hij was slim, sportief, goedlachs, bijdehand, charmant, alles wat je maar wil, en ik sloeg hem toch maar mooi aan de haak. Apetrots was ik. Bert studeerde fysica, ik biologie. Zijn studies verliepen minder vlot. Op de een of andere manier ontspoorde hij telkens als de examens in zicht kwamen. De ene keer verdween hij tijdens de blokperiode met de noorderzon, om in volle examentijd weer op te duiken. En dan vond hij het ontzettend grappig als hij er niets van bakte. De andere keer raakte hij zo diep in de put dat hij er niet in slaagde zich op de examens voor te bereiden. Het heeft hem een paar jaar extra gekost. Toen we allebei waren afgestudeerd, in 1967, trouwden we, en ik was al snel zwanger van ons eerste kind. Ik weet het nog alsof het gisteren was. Ik lag op de verlostafel, maar Bert was er niet. Hij was meer nodig op de barricaden van de studentenbetogingen dan in een kraamkliniek, vond hij. Twee dagen ná de geboorte kwam hij met een horde beschonken revolutionairen zijn pasgeboren dochter bewonderen. Ik bedekte dat met de mantel der liefde : het was een tijd van revolutie, een tijd van alles kan en alles mag. De hele wereld stond op zijn kop, mijn enthousiaste echtgenoot dus ook. Begrijpelijk toch ? De wereld viel stilaan weer op zijn pootjes, maar Bert niet. Ook toen we al twee kinderen hadden, gebeurde het dat hij met de noorderzon verdween. Hij was van het type dat een pakje sigaretten ging kopen en pas drie dagen later vervuild en berooid weer opdaagde, zonder enige verklaring. Dan weer zat hij dagen- en nachtenlang zwijgend met het hoofd in zijn handen naar zijn voeten te staren, terwijl de lege wijnflessen zich in een hoek van de kamer opstapelden. De uitersten in zijn gedrag werden steeds groter, maar het zou nog lang duren voor de diagnose manisch-depressief werd gesteld. Eerst moesten we nog door een eindeloze reeks van roekeloos, bedreigend, kwetsend, uitzinnig gedrag, dat werd afgewisseld met periodes van extreme depressies, waarbij hij in een doffe apathie verzonk en een aantal zelfmoordpogingen ondernam. Natuurlijk wist ik af van het bestaan van bipolaire stoornissen. Maar dat mijn eigen echtgenoot manisch-depressief was, drong maar heel langzaam tot mij door. De eerste jaren probeerde ik de vrede in huis te bewaren met liefde en geduld, met rede en verstand. Maar dat was niet vol te houden. Nadien maakte zijn gedrag me boos en chagrijnig, en nog later wanhopig en doodongelukkig. Soms ging het een hele poos goed, en dan hoopte ik dat hij eindelijk zijn wilde haren kwijt was. Maar dan ging het opeens weer flink fout. Hoewel ik van ver voelde aankomen dat hij weer zou afglijden, kwam iedere crisis opnieuw heel hard aan. Ik leefde permanent in angst, voelde voortdurend een dreiging boven mijn hoofd hangen. In manische periodes smeet hij met geld dat hij niet had. De ene keer kocht hij een Mercedes cabriolet, dan weer een BMW-motor, of een peperdure hond met een stamboom. We hebben álles, ons huis en al wat we bezaten, moeten verkopen door de schulden die hij maakte. Hij is meerdere keren zijn werk kwijtgeraakt, en wonder boven wonder vond hij toch telkens een andere baan. In goede tijden was hij nog steeds de charmante bohemien van weleer : hij praatte iedereen onder de tafel. Maar het ging van kwaad tot erger. Tot hij op een dag gedwongen werd opgenomen in Kortenberg, nadat hij totaal uit de bocht was gegaan en op straat slaags was geraakt met de politie. Hij werd op bevel van de vrederechter naar een psychiatrisch ziekenhuis gestuurd. De schaamte, de schande, het verdriet, de woede, de machteloosheid die je dan ervaart, is met geen pen te beschrijven. Voordien was hij ook al eens opgenomen. Hij kreeg medicatie, en zolang hij die nam, was het leefbaar. Het probleem was dat hij steeds met zijn pillen stopte als hij zich goed voelde. "Ik ben echt rustig en evenwichtig, ik hoef die pillen niet langer", zei hij dan. Maar hoe vaak de dokters of ik ook argumenteerden dat hij nu rustig en evenwichtig was precies omdat hij die pillen nam, er was geen lievemoederen aan. Boter aan de galg. De roetsjbaan raasde door, met steeds hogere pieken en steeds diepere dalen. Minstens tien jaar voor onze scheiding wist ik dat ik ooit weg zou gaan. Het was dus zeker geen impulsieve beslissing. De toestand was onhoudbaar. Zijn onvoorstelbare en onvoorspelbare ideeën en acties waren ondraaglijk omdat ze alleen maar naar ellende leidden. Zijn depressies waren de hel. Dan zakte hij zo diep weg dat ik hem niet alleen durfde te laten, want dan gaf hij duidelijke signalen dat het leven voor hem niet meer hoefde. Het was het gevaarlijkst wanneer hij weer een beetje uit een diep dal klom. Dan besefte hij wat een puinhoop zijn en ons leven was, wat hij allemaal had aangericht en wilde hij niet meer verder leven. We zijn onze oudste dochter kwijtgeraakt omdat ze niet kon accepteren wat er thuis allemaal gebeurde. Eerst keerde ze zich van haar vader af omdat ze zijn gedrag niet kon zien als een ziekte, voor haar was het puur een bewijs van een egoïstisch rotkarakter. Later keerde ze zich ook van mij af omdat ik bij hem bleef. Ook na drie gedwongen opnamen in de psychiatrie en vier zelfmoordpogingen ben ik hem blijven steunen. Maar diep in mij groeide het knagende ongenoegen. Het was zo'n desillusie. Ik had mij het leven zo anders voorgesteld. Het ongenoegen groeide uit tot een torenhoge woede, tot wanhoop. Dag en nacht werd ik gekweld door vragen als : houd ik nog van hem of voel ik nog uitsluitend medelijden en plicht ? Kan ik een psychisch zieke man wel in de steek laten ? Hoe schuldig zal ik mij voelen als ik wegga ? Kan ik zelf ooit nog wel gelukkig worden als ik Bert in de richting van de psychiatrie duw ? Zal ik nog wel alleen kunnen leven ? Veel vrienden en kennissen had ik niet meer. Mensen lopen immers weg van gek of onaangepast gedrag. De laatste jaren leefden wij geïsoleerd. Zijn ziekte heeft ons leven geruïneerd, toch deed ik er bijna veertig jaar over voor ik genoeg moed en kracht verzameld had om van hem weg te gaan. Ik was de zestig ver voorbij toen ik de zaak in handen van een advocaat gaf. Bert ging meteen akkoord om met wederzijdse toestemming te scheiden. Hij nam mij niets kwalijk, zei hij. Het was allemaal zijn schuld, hij had het helemaal verknald. "Wie zou er van een man als ik kunnen houden ?" verzuchtte hij. Mijn hart smolt, en ik moest op mijn tanden bijten om mijn beslissing niet ter plekke ongedaan te maken. Mijn jongste dochter heeft mij door die afschuwelijke periode gesleept. Zij had haar vader niet afgewezen, en toch begreep ze mijn keuze en stond ze achter me. Ze moedigde mij aan . "Het is genoeg geweest, ma. Nu is het tijd om iets van je leven te maken", zei ze. Maar dat viel echt niet mee. Ik zie me daar nog zitten, die eerste weken in mijn nieuwe woning. Opgelucht, maar tegelijk ook bang en onzeker. Het heeft heel lang geduurd voor ik weer rustig werd. Ik moest mezelf voortdurend inprenten dat Bert nu permanente begeleiding kreeg in een beschutte woonvorm, en dat er goed voor hem gezorgd werd. Maar een nieuw leven opbouwen is niet eenvoudig. De weinige vrienden en familie die ik nog had, keerden zich nu ook van mij af omdat ze het onaanvaardbaar vonden dat ik Bert aan zijn lot overliet. Anderen zeggen dat ik al veel eerder had moeten weggaan. Dat niemand van één mens zoveel opoffering kan verwachten. Zelf ben ik altijd tussen die twee meningen blijven zwalpen. Ondanks het feit dat ik de laatste jaren meer rust heb gevonden, ga ik gebukt onder schuldgevoelens en vind ik mezelf een doorslecht mens. Andere keren sta ik volledig achter mijn beslissing om te scheiden. Ik probeer nu echt nog iets te maken van het leven dat mij rest. Om te genieten van kleine dingen en fijne momenten. Als ik daar niet in slaag, dan is alles voor niets geweest. Omwille van de privacy worden namen soms veranderd in deze rubriek. DOOR GRIET SCHRAUWEN"Terwijl ik beviel, stond Bert in Leuven op de barricaden. Twee dagen na de geboorte kwam hij met een horde beschonken revolutionairen zijn pasgeboren dochter bewonderen"