Aan Toyota en luxedochter Lexus komt de eer toe om de grenzen van de hybrideaandrijving te hebben verlegd met een uitgekiende techniek. In ons land worden al 99 procent van de RX-modellen in hybride verkocht, van de GS zijn er dat 60 procent, van de LS zo'n 65 procent. Met de LS 600 h wil Lexus ook in het hoogste segment pionieren met de combinatie van benzine en elektriciteit. Ook al is de klant in dat segment veeleisend, hij wil kwaliteit, comfort, veiligheid en prestaties, en hij weigert compromissen of lawaai. "Hij cultiveert the art of silence", zegt Moritaka Yoshida, hoofdingenieur van deze 2,3 ton zware mastodont.

De luxueuze 5,03 cm lange berline wil ondanks zijn vele kwaliteiten ook spaarzaam omspringen met het milieu en belooft een gemiddeld verbruik van 9,3 liter/100 km benzine. Niet kwaad voor een 5 liter V8 en met vermogen van 394 pk, bijgestaan door een elektromotor van nog eens 224 pk. Samen geeft dat minder dan de som, maar resulteert toch in een gemeenschappelijk vermogen van 445 pk. Die combinatie levert een top van 250 km/uur en sprint in 6,3 seconden naar de 100 km/uur. Belangrijker in de praktijk zijn de 4,3 seconden die volstaan om van 80 naar 120 km te accelereren.

Een en ander is mogelijk dankzij de hybridetechniek, waarbij de benzinemotor wordt bijgestaan door een elektromotor die bij het starten of wanneer extra power nodig is, bijspringt, onmerkbaar voor de rijder. Interessant bij de LS 600 h is wel dat de krachten dankzij een Torsendifferentieel over de vier wielen worden verdeeld en dat de geïnteresseerde rijder de energietransmissie via een scherm kan volgen. Een leerrijke oefening voor wie het onderste uit het elektrische hulpje wil halen. Wie zo lang mogelijk elektrisch wil rijden, kan ook de EVT-knop aantoetsen.

Los van de prestaties van de LS 600 h, vallen het rijcomfort op en de stabiliteit van de wagen in de bochten. Een luchtvering, gecombineerd met actieve stabilisatoren en een variabele, adaptieve ophanging garanderen een opmerkelijke veiligheid en comfort. Om nog te zwijgen van de bedrijfsstilte van deze luxe Japanner. Maar vooral het verbruik interesseerde ons. Op een gevarieerd parcours haalden we de eerste testdag gemiddelden tussen 9,8 en 14 liter/100 km, de tweede dag kwamen we tijdens het stadsparcours uit op 12,7 liter/100 km.

De tol voor zoveel relatieve zuinigheid is een ingewikkelder techniek en vooral een kleinere koffer (waar de batterijen, die eenzelfde levensduur hebben als de auto, een plaats kregen) die tot een bescheiden volume van 330 liter werd gereduceerd. Dat is een verlies van 40 procent tegenover de niet-hybride versies en is toch echt wel krap voor vier of vijf veeleisende inzittenden.

Door Pierre Darge