Geen woord dat zo verdeelt, irriteert en misbruikt wordt als luxe. In de traditionele zin staat luxe voor iets wat slechts door sommigen gesmaakt kan worden, iets wat per definitie elitair is en niet voor iedereen weggelegd. Dure wagens, schitterende juwelen, bekende merken. Luxe spreekt over privileges en prijskaartjes, over het lidmaatschap van een selecte club. En ook weer niet, want het zou meer kunnen zijn. Of net minder. In de grijpgrage jaren tachtig hebben we de definitie van luxe verengd en vernauwd tot wat te maken had met status en prestige, tot de motor van consump...

Geen woord dat zo verdeelt, irriteert en misbruikt wordt als luxe. In de traditionele zin staat luxe voor iets wat slechts door sommigen gesmaakt kan worden, iets wat per definitie elitair is en niet voor iedereen weggelegd. Dure wagens, schitterende juwelen, bekende merken. Luxe spreekt over privileges en prijskaartjes, over het lidmaatschap van een selecte club. En ook weer niet, want het zou meer kunnen zijn. Of net minder. In de grijpgrage jaren tachtig hebben we de definitie van luxe verengd en vernauwd tot wat te maken had met status en prestige, tot de motor van consumptie, tot een hebberig blingbling- begrip. Diamanten, bontjassen, champagne. Terwijl we allemaal voelen dat het eigenlijk ook iets anders is, oneindig rijker en complexer. Of iets kleiners en simpelers. Voor een tentoonstelling over luxe gaat het Victoria & Albert Museum in Londen alle betekenissen van het begrip opnieuw af ; wat het ooit geweest is en wat het zou kunnen zijn. Vakmanschap, dure ingrediënten, zorg en toewijding, schaarste... Wat is er nodig om iets luxe te noemen ? Elke Lahousse interviewde de curatoren (p. 28). Zij verzamelden zo'n honderd items, van een badschuimcollier gemaakt van duizend handgebreide bubbels (wie houdt er niet van het luxueuze gevoel van bubbels), tot een verkoopautomaat van DNA, gepresenteerd in een buisje met een foto van de leverancier erbij (zelf biotechnoloog spelen en genetisch manipuleren, een luxe ?) of een apparaat dat ingenieuze zandpatronen tekent en daarmee het verloop van de tijd aangeeft (tijd is luxe, daar zijn we het allemaal over eens). Een van mijn allereerste opdrachten voor dit blad, nu vijfentwintig jaar geleden, was een persreis georganiseerd door het Comité Colbert dat alle Franse luxemerken verenigt, promoot en verdedigt. We bezochten eerbiedwaardige huizen als Hermès en Puiforcat, en logeerden in het Ritz. Als belevenis van luxe kan dat tellen, en uiteraard was ik onder de indruk en licht geërgerd dat het uiteindelijk blijkbaar allemaal over geld ging, terwijl ik het woord vakmanschap nog nooit zo vaak hebben horen herhalen. En toch had ik tijdens die trip de ultieme luxe-ervaring. Op de trappen van het Ritz kwam ik collega's tegen, zij wilden beneden in de mooie piscine gaan zwemmen en nodigden me uit, ik was van plan een boek te gaan lezen en had geen badpak bij me. Een vriendelijke bediende stelde voor om mijn boek naar mijn kamer te brengen, om alvast naar beneden te bellen dat ze een badpak voor me moesten klaarleggen - "we hebben er altijd wel enkele voor dit soort noodgevallen" - en om ons op tijd te komen verwittigen want we moesten die dag weer vertrekken. Het werd me plots duidelijk wat luxe ook kon zijn : nergens aan moeten denken en je nergens zorgen over hoeven te maken. lene.kemps@knack.be Lene KempsIn de grijpgrage jaren tachtig hebben we luxe verengd tot een blingblingbegrip, terwijl het iets veel simpelers kan zijn