"Het is weer luizenalarm, papa", zegt ze, met een bezorgdheid waar ook vermaak in sluimert. Zij weet dat ik de stuipen op het lijf krijg van die ongevleugelden.
...

"Het is weer luizenalarm, papa", zegt ze, met een bezorgdheid waar ook vermaak in sluimert. Zij weet dat ik de stuipen op het lijf krijg van die ongevleugelden. In mijn tijd waren ze een schande. Ik herinner mij hoe ik als kind naar de kapper moest - in de zon natuurlijk, die toen altijd leek te schijnen - en dat daar een jongen zat met haar dat ros was en weerbarstig. De kapper liet een borstel door dat haar gaan, fronste en fluisterde iets in de oren van de jongen. Die mocht naar huis zonder te betalen. "Luizen", fluisterde de kapper toen de jongen weg was. "Luizen", fluisterde ik bij thuiskomst tegen mijn grootmoeder. Het was een feit dat het daglicht niet goed kon verdragen. Vast een jongetje waar niet goed voor gezorgd werd. Nu, een mensengeneratie of zoiets later - hoeveel keer planten zij zich in diezelfde tijd voort ? - is de hoofdluis alomtegenwoordig. De school van mijn dochter kent terugkerende plagen. Zoals het hoort in onze ultrapermissieve samenleving, wordt er ingehamerd dat het hebben van luizen geen schande is. Ze zijn onvermijdelijk, zoals coureurs die doping gebruiken en vaklui die met dubbel krijt schrijven. Soms vraag ik mij af waarom de luizen opeens zoveel rijker in getal zijn. Je hoort daar theorieën over, die vaak niet erg fris ruiken. Bij een luizenplaag komt het er vooral op aan weer van de ongenode gasten af te raken. Inmiddels ben ik een semi-professionele bestrijder. Ik ken de trucjes van de foor, zoals speciale shampoo, waar ze steeds vaker resistent tegen blijken, het wassen van kleren op zestig graden of die drie dagen in een lade van de diepvries leggen. Mijn favoriete wapen blijft echter de luizenkam, wegens het ambachtelijke karakter, de eenvoud van de technologie en de afwezigheid van schadelijke chemicaliën. Ik beleef aan dat kammen zelfs een soort plezier, dat teruggaat naar de tijd waarin we nog in bomen woonden. Zo kon ik voor het eerst het verschijnsel luis met eigen ogen aanschouwen, zomaar zittend op mijn vingernagel. Ik had de indruk dat het met twee zwarte oogjes naar mij terugstaarde en knipperde tegen het licht van onze kale mensenwereld. Het halfdoorzichtige dreumesje was niet zo eng als ik verwacht had. Er ging een treurig soort voldoening van uit om het te verdelgen, waarbij je moet drukken tot je een minuscule krak hoort en de luis is verhuisd naar de eeuwige haardossen. Daar geurt het immer naar milde kamille-shampoo. Achttien heb ik er zo eens op een avond in bad te grazen genomen. De volgende week was dochter luizenvrij. Dat gaf een gevoel van triomf dat wellicht te vergelijken valt met de triomf van aces in de Tweede Wereldoorlog, die het aantal neergehaalde vliegtuigen op de zijkant van hun cockpit lieten aanbrengen. Nu ga ik geen luisjes schilderen op de flanken van mijn gezinswagen, maar de gewonnen strijd gaf mij het gevoel dat ik een nieuw deel van de wereld had leren bemeesteren. Ik was weer wat meer veteraan geworden in het leven. Er was minder om te moeten vrezen. Vanzelfsprekend kwam ook het moment waarop ik zelf jeuk begon te voelen. Dat bleek pure zinsbegoocheling. Met iets van spijt stelde ik vast dat de luizen mij niet wilden hebben, te schaars voorzien als ik was van krullen, lokken en weerborstels. Was ik een luis, ik zou mij ook niet kiezen uit het weelderige aanbod aan scalpen. Des avonds, onder lamplicht gezeten, lees ik al eens bij over de luis en haar eigenaardige gebruiken : De net uit het ei gekomen babyluisjes heten nimfen. Een volwassen vrouwtjesluis hoeft slechts één keer te paren. Zij slaat het sperma op in haar lichaam en kan daarna, dag na dag, eitjes blijven leggen.Een luis kan niet zwemmen, springen of vliegen. Wel kan zij acht uur haar adem inhouden. Hoofdluizen zijn genetisch geprogrammeerd om zich te verspreiden. Bij dat laatste vraag ik mij af : wie niet, eigenlijk ? You can't blame the louse for it. jp.mulders@skynet.be JEAN-PAUL MULDERSJe moet drukken tot je een minuscule krak hoort en de luis is verhuisd naar de eeuwige haardossen. Daar geurt het immer naar milde kamilleshampoo