"Wie heeft er in godsnaam dit krocht ontworpen ?" Ter verduidelijking : ik bevind mij in de luchthaven van Gatwick. Meer bepaald in een laag plastic kuipzeteltje. Zo laag dat ik er ongemakkelijk diep moet in onderuitschuiven om mijn hoofd op de ongezellig harde rand te leggen en voorbijgangers hun nek breken over mijn benen. Langer dan vijf minuten hou ik het hoe ook niet uit in deze houding, zelfs niet met een dubbelgevouwen jas onder mijn hoofd. Rechtop dan maar weer, met een slaapdronken kop die nu eens naar links, dan weer naar rechts knikt.
...

"Wie heeft er in godsnaam dit krocht ontworpen ?" Ter verduidelijking : ik bevind mij in de luchthaven van Gatwick. Meer bepaald in een laag plastic kuipzeteltje. Zo laag dat ik er ongemakkelijk diep moet in onderuitschuiven om mijn hoofd op de ongezellig harde rand te leggen en voorbijgangers hun nek breken over mijn benen. Langer dan vijf minuten hou ik het hoe ook niet uit in deze houding, zelfs niet met een dubbelgevouwen jas onder mijn hoofd. Rechtop dan maar weer, met een slaapdronken kop die nu eens naar links, dan weer naar rechts knikt. Zeven uur eerder bevond ik mij in een andere luchthaven, met name die van Barbados. En nog vier uur eerder in die van Tobago. Een heerlijk eiland, tenminste als je van rum, kokosnoten en steelbands houdt. Zelf ben ik er helemaal vóór, een mens van simpele noden. Maar goed, als ik dan toch naar huis moet, dan graag een beetje snel. Wat geen probleem zou mogen zijn : in een vloek en een zucht, meer bepaald 45 minuten, vlieg je van Gatwick naar Zaventem. Alleen is de enige dagelijkse vlucht naar onze nationale luchthaven al weg. Schiphol dan maar, we gaan daar niet moeilijk over doen. Maar kijk, dat vliegtuig vertrekt pas binnen zeven uur. Z-e-v-e-n uur in Gatwick, ik weet het, er zijn ergere dingen. Zeven jaar Abu Ghraib, om maar iets te zeggen. Of zes jaar Colombiaanse jungle, vraag maar aan Ingrid Betancourt. Alleen heb ik daar nu weinig boodschap aan. Een gigantische luchtzak, zo voel ik mij, met dikke enkels, een opgeblazen buik, een putjessmaak in de mond. Ha, een koninkrijk voor een frisse douche. Helaas, die voorzieningen blijken out of order. En voor de dichtstbijzijnde toiletten staat ook al zo'n gele kegel. Caution, slippery when wet. Vandaar mijn dringende vraag : wie bedenkt zoiets, een luchthaven ? Zo'n plek waar je wel oesters en kaviaar kunt eten, maar geen comfortabel tukje kunt doen. Wat is logischer als infrastructuur dan een goed verluchte, schemerverlichte ruimte met knusse relaxzetels ? Maar nee, de door jetlag verdwaasde mens moet het met harde banken en ongastvrije plastic kuipen stellen. Stiekem benijd ik de jonge rugzaktoeristen, die plompverloren op de grond gaan liggen, een muts diep in de ogen. Helaas, ik heb er noch de outfit noch het beendergestel voor. Als je 't mij vraagt, is het hele luchthavengebeuren één gigantische samenzwering met als enig doel de mens-onderweg te dwingen om sponsachtige sandwiches te zwelgen, kitscherige oorbellen en liters drank en parfum te kopen, en tombolalotjes waar je nog in geen honderd jaar die roterende roodglimmende Porsche mee zult winnen. Bij de check-in naar Schiphol ben ik omringd door een roedel aangeschoten Britten met oranje pruiken die iemands vrijgezellenafscheid gaan vieren. "Heb je niemand nodig om je koffer te dragen ?" krijg ik bij zowat elk vertrek te horen. Ik zweer het, wie mij zeven uur in transit heeft meegemaakt, stelt die vraag niet meer. Linda Asselbergs