Intuïtief heb ik altijd aangevoeld dat ik iets kon. Net als mijn ouders vreesde ik echter de onzekerheid die bij het kunstenaarschap hoort. Ik ging dus grafische vormgeving studeren aan Sint-Lucas in Brussel, en dan zouden we wel zien. Uiteindelijk trok mijn leraar modeltekenen me over de streep, en daar ben ik hem dankbaar voor.
...

Intuïtief heb ik altijd aangevoeld dat ik iets kon. Net als mijn ouders vreesde ik echter de onzekerheid die bij het kunstenaarschap hoort. Ik ging dus grafische vormgeving studeren aan Sint-Lucas in Brussel, en dan zouden we wel zien. Uiteindelijk trok mijn leraar modeltekenen me over de streep, en daar ben ik hem dankbaar voor. De mens achter de schilderijen heeft geen belang. Wie ik ben en wat ik maak, dat zijn twee verschillende zaken. Helaas vergeten kunstcritici en het publiek dat weleens, waardoor artikels de psychologische toer opgaan en men het meer over mij dan over mijn werk heeft. Dat soort voyeurisme heb ik nooit aangemoedigd. Kunst als een vorm van therapie, daar heb ik dan ook een hekel aan. Het beeld van de kunstenaar als bohemien of gekweld genie is een fabeltje. Films en kunstenaarsbiografieën voeden dat graag, terwijl het in werkelijkheid gaat om een harde stiel die je nooit loslaat en vaak enorm stresserend is. Om nog te zwijgen over wat we de samenleving teruggeven in termen van symbolisch kapitaal of onze impact op het succes van musea. Over de marktwaarde van mijn werk voel ik geen schaamte. Integendeel, door schilderijen terug te kopen van veilinghuizen en openbare tentoonstellingsruimten gunstige tarieven aan te bieden, stel ik alles in het werk om speculatie tegen te gaan. Aan privécollecties beleven weinigen plezier. Mijn bewijsdrang is geminderd, de onrust niet. Bij elke nieuwe serie schilderijen wil ik een nieuwe stap zetten, in het volle besef dat elke faux pas me meteen aangerekend zal worden. Die druk houdt me scherp, al is er ook een keerzijde. Ik relativeer enorm het belang van succes, laat staan dat ik ervan zou kunnen genieten. België is een land van eenlingen. Dat blijkt zowel in de politiek, waar één man een hele partij draagt, als in de kunstwereld. De bekende namen respecteren elkaar, maar van vriendschap of samenwerking is zelden sprake. Op zich is die individualistische aard geen drama, onze creatieve zelfontplooiing vaart er wel bij, maar in termen van organisatie en structurele ondersteuning van de sector werkt het enorm fnuikend. Als de grote ego's en gangmakers wegvallen, stuikt het huis in elkaar. Als halve Nederlander - langs moederskant - verwonder ik me daarover : hoe briljante geesten door een gebrek aan samenwerking toch zo zelf-destructief kunnen zijn. Over de politiek heb ik wel genoeg gezegd. Ik erger me nog steeds aan de verjonging en het stuitende gebrek aan ervaring bij onze politici, aan populisme, bekrompenheid en het onophoudelijke vingerwijzen, maar daarop reageer ik wel in mijn werk. Zo is mijn laatste schenking aan de stad Antwerpen een monumentaal schilderij voor de negentiende-eeuwse feestzaal van het Koninklijk Atheneum : een afbeelding van het carnaval voor het Haus der Kunst in München in 1933. Een symbolisch tafereel op een al even symbolische plaats. Het atheneum was niet alleen de eerste niet-religieuze school in België en een geboorteplaats van de Vlaamse beweging, het is ook een instituut waar maar liefst 62 nationaliteiten te vinden zijn in een geest van integratie, weg van de uitsluiting en exclusiviteit die sommigen propageren. Dat is mijn manier om aan politiek te doen : een constructieve en blijvende ingreep die zowel symbolische als financiële waarde heeft. Laat mensen met hun eigen ogen naar kunst kijken. Musea die al te didactisch te werk gaan, ontnemen hun bezoekers de onbevangenheid die dat vergt. Toen mijn Nederlandse oom me op mijn twaalfde mijn eerste Mondriaan toonde in het Gemeentemuseum in Den Haag had ik nog nooit van de man gehoord, maar wist ik wel dat het íets was. Te veel muurteksten en voorkennis maken zo'n spontane vonk en een frisse, persoonlijke kijk onmogelijk. Kunstschilder Luc Tuymans is in 1958 geboren in Antwerpen, waar hij nog steeds woont en werkt. Hij werkte als portier in het nachtleven, tot hij in 1992 doorbrak op Documenta IX in Kassel. In 2004 was hij de eerste levende Belgische kunstenaar die solo exposeerde in de Tate Modern in Londen. In het kader van de tentoonstellingsreeks Dialoog stelt hij tot 15 juni samen met Vanessa van Obberghen tentoon in M HKA in Antwerpen. Info : www.muhka.be DOOR WIM DENOLF & FOTO CHARLIE DE KEERSMAECKER