In wereldburgerschap geloof ik niet meer. Daarvoor is mijn parcours alleszins te beperkt. Ik weet wel dat ik als kind al nieuwsgierig was naar andere steden en culturen. Daarom heb ik na mijn studies in Parijs ook in New York, Luxemburg, Abu Dhabi en Doha gewoond. Ondanks dat nomadische leven blijf ik wel gehecht aan mijn Armeense roots en aan Beiroet, de stad waar ik geboren ben en ook nu nog veel familie en vrienden heb. Op de vraag waar ik thuis ben, antwoord ik dat mijn hoofd in Parijs is, mijn hart in Beiroet en mijn lichaam in Brussel (lacht).
...

In wereldburgerschap geloof ik niet meer. Daarvoor is mijn parcours alleszins te beperkt. Ik weet wel dat ik als kind al nieuwsgierig was naar andere steden en culturen. Daarom heb ik na mijn studies in Parijs ook in New York, Luxemburg, Abu Dhabi en Doha gewoond. Ondanks dat nomadische leven blijf ik wel gehecht aan mijn Armeense roots en aan Beiroet, de stad waar ik geboren ben en ook nu nog veel familie en vrienden heb. Op de vraag waar ik thuis ben, antwoord ik dat mijn hoofd in Parijs is, mijn hart in Beiroet en mijn lichaam in Brussel (lacht). Ik heb altijd graag in het buitenland gewerkt. Dat laat je beter toe om de cultuur, de geschiedenis en de politiek van een land te begrijpen dan een vluchtige vakantie. Culturele verschillen maken de job niet altijd eenvoudiger, maar dat heeft me nooit afgeschrikt. Echte conflicten zijn trouwens zeldzaam, in werkelijkheid leren mensen vooral van elkaar. Veel heeft ook met je eigen instelling te maken. Als expat in Brussel wil ik me bijvoorbeeld niet enkel met andere buitenlanders omringen. Ik wil me hier zoveel mogelijk integreren, en dus ben ik volop Nederlands aan het leren. Vraag een Belg waar hij vandaan komt, en hij begint over zijn stad of streek, niet over zijn land. Nochtans valt het me steeds weer op hoeveel Vlamingen, Walen en Brusselaars met elkaar gemeen hebben. Jullie gevoel voor humor bijvoorbeeld, maar ook jullie openheid en gastvrijheid, allemaal zaken waarin de ene gemeenschap niet onderdoet voor de andere. Mijn familie was generaties lang op de vlucht. Mijn overgrootvader, die de Armeense genocide overleefde en te voet Syrië wist te bereiken. Mijn moeder, die samen met haar ouders en broers eerst Aleppo en daarna Beiroet moest verlaten, waarna een deel van de familie in Antwerpen belandde. Dat alles ligt mee aan de basis van de Boghossian Stichting en de brede doelgroep van onze socioculturele projecten. Politieke actie laten we aan anderen over, maar als stichting werken we wel aan solidariteit en empathie over alle lands- en culturele grenzen heen. De Brusselse Villa Empain, waar we in 2010 een kunstencentrum voor de dialoog tussen Oost en West openden, is een thuis voor iedereen. Goede bedoelingen volstaan niet. In deVilla Empain brengen we kunstenaars uit verschillende werelden samen, maar daar stopt ons verhaal niet. Willen we echt bruggen bouwen, dan moeten we ook de wijken intrekken, zelf mensen aanspreken die ons anders misschien nooit zouden bezoeken, en de jeugd bereiken door middel van educatieve projecten. Voor een kunstenaarsleven was ik niet in de wieg gelegd. Ik heb verschrikkelijk graag beeldende kunsten en vervolgens toegepaste kunsten gestudeerd, maar de waarheid is dat ik op mijn vijfentwintigste artistiek uitverteld was. Een teleurstelling was dat niet, eerder een opluchting. Ik heb er altijd van gedroomd om midden tussen de mensen te staan, en na mijn studies voelde ik me vrij om andere wegen in te slaan. Groter is niet altijd beter. De Villa Empain is het Guggenheim of het Louvre Abu Dhabi niet, maar kleine instellingen hebben het voordeel dat je ze gemakkelijk in beweging kunt brengen. Liever een kleine, maar gemotiveerde ploeg met polyvalente medewerkers trouwens, dan een logge structuur waarin iedereen zich op zijn eigen eiland verschuilt. Alleen met je eigen welzijn bezig zijn maakt niet gelukkig. Ik ben opgevoed met het idee dat elkeen zijn steentje moet bijdragen aan de samenleving, en dat besef wil ik ook graag doorgeven aan mijn zoon. Hij is nu nog maar drie jaar, maar ik zou het jammer vinden indien hij later enkel zijn rechten zou opeisen, zonder aan zijn plichten en verantwoordelijkheden te denken.Louma Salamé (35) woont in Brussel en leidt sinds dit jaar de Boghossian Stichting. Die werd in 1992 opgericht door haar familie en omvat met de Villa Empain in Brussel ook een kunstencentrum. Daarvoor werkte Salamé bij instellingen als het Guggenheim in New York en het Institut du monde arabe in Parijs, en was ze tentoonstellingscurator. Info : www.villaempain.com. DOOR WIM DENOLF & PORTRET STEFAAN TEMMERMAN'Ondanks mijn nomadische leven blijf ik gehecht aan mijn Armeense roots en aan Beiroet, de stad waar ik geboren ben'