Het kind een naam geven. Het lijkt eenvoudig, maar het kan ook erg ingewikkeld zijn. Sinds enige tijd pijnigen in ons land een aantal mensen hun hersenen om een alternatief te vinden voor de 200 jaar oude traditie dat een kind de familienaam van de vader krijgt. Men is tot het inzicht gekomen dat die gewoonte een patriarchale en voor vrouwen discriminerende regel is die niet meer overeenstemt met de realiteit.

Laten we eens kijken welke voorstellen ter tafel liggen om aan dit euvel te verhelpen. Begin vorig jaar was de Raad van Gelijke Kansen voor Mannen en Vrouwen tot de conclusie gekomen dat ouders de vrije keuze moeten krijgen om hun kind de naam van de vader, of de naam van de moeder, of de naam van beide ouders te geven. Wanneer de ouders geen keuze kunnen maken, krijgt het kind de naam van de moeder en wanneer de vader niet akkoord gaat, krijgt hij twee maanden de tijd om naar de jeugdrechtbank te stappen. Leuke start voor de baby!

Verder adviseert de Raad dat, wanneer de ouders allebei hun naam willen doorgeven, de naam die het dichtst bij de letter a zit eerst komt. De tweede naam valt bij de volgende generatie hoe dan ook af. Dat we door het invoeren van het alfabetische principe op termijn met een overaanbod van families Aars en een uitstervend ras Zwaenepoel zullen zitten, tja.

Omslachtig? Niet consequent? Arbitrair? Laten we eens kijken hoe ze in Nederland deze netelige kwestie hebben aangepakt. Sinds 1 januari van dit jaar kunnen ouders daar effectief kiezen: naam van de vader of naam van de moeder. Als ze niet kunnen kiezen, dan hangt het ervan af of de ouders al dan niet gehuwd zijn. Geraken gehuwden niet akkoord, dan krijgt het kind de naam van de vader; bij ongehuwden wint de moeder het pleit. Het kabinet Lubbers had indertijd nog voorgesteld dat de ambtenaar van de burgelijke stand de knoop maar moest doorhakken door loting, en het kabinet Kok opperde dat een voorlopige naam misschien redding zou brengen.

Ook in eigen land bruist het van ideeën. De een stelt voor dat het eerste kind de naam van de vader krijgt, het tweede de naam van de moeder, enz. Een ander gebruik in plaats van de volgorde binnen het gezin, is het geslacht als maatstaf: een jongen krijgt de naam van de vader, een meisje de naam van de moeder. Een variatie op dit thema wordt verdedigd door Katlijn Malfliet, juriste en Oost-Europa-deskundige van de KUL. Zij opteert voor de dubbele naam en wil dat meisjes als eerste familienaam de naam van hun moeder krijgen en jongens als eerste die van hun vader. Zij noemt haar zoon dus Peeraer-Malfliet en haar dochter Malfliet-Peeraer. Vermits bij de volgende generatie de tweede naam wegvalt, wordt zo de naam van de moeder via de meisjes doorgegeven en de naam van de vader via de jongens. Het lijkt ingewikkeld, maar dat is het volgens Malfliet niet.

Voorstanders van de dubbele naamgeving verwijzen graag naar Spanje, maar volgens politicoloog Marc Hooghe van de VUB leert de praktijk dat ook daar alleen de naam van de man wordt doorgegeven. Zijn eigen voorstel: "Als het eerste kind een meisje is, krijgen alle kinderen van dat gezin de naam van de vrouw, of van de man, dat is om het even. Als het eerste kind een jongen is, krijgen alle kinderen de naam van de vader, of omgekeerd."

Wie het gevoel begint te krijgen in dit nest zijn of haar jongen niet meer te vinden, moet beseffen dat er - mits enige creativiteit - nog eindeloos veel oplossingen denkbaar zijn. Naast geslacht en volgorde zou bijvoorbeeld de kleur van het haar een criterium kunnen zijn. Lijkt dat bij de geboorte op dat van de moeder, dan krijgt het kind de naam van de moeder. Verandert dat in de loop der tijd, dan verandert de naam gewoon mee. Simpel toch. Waarom bijvoorbeeld het geboortejaar geen doorslaggevende rol laten spelen: wie geboren wordt in een jaartal dat eindigt op een even cijfer, krijgt de naam van de moeder, de anderen de naam van de vader. Ook op de geboorteplaats kan eventueel een beroep worden gedaan: op het platteland krijgen ze de naam van de vader, in de stad die van de moeder. Wanneer er onevenwichten dreigen te ontstaan, kunnen in randgemeenten desnoods faciliteiten worden ingevoerd.

Voor genealogen breken er ongetwijfeld moeilijke tijden aan. Feit is dat er iets moet gebeuren, daar is men het over eens. In eigen land zou alleen het Vlaams Blok tegen een wetswijziging zijn. Vreemd eigenlijk. Waarom maken die niet van de gelegenheid gebruik om de naam van de vader bijvoorbeeld twee keer door te geven? Annemans-Annemans of Dillen-Dillen klinkt toch zo gek nog niet? In deze verwarrende tijden kan je niet zeker genoeg zijn van het vaderschap.

Dat er biologische en andere vaders bestaan, tja. Dat er kinderen zijn van wie de vader niet bekend is, tja. Dat er kinderen opgroeien in nieuw samengestelde gezinnen, bij homoseksuele of alleenstaande ouders, tja...

Naar verluidt lopen er wereldvreemde wezens rond die beweren dat het ook simpel kan, door het kind bijvoorbeeld de naam van de moeder te geven. Hoe kómen ze erbij?

Jo Blommaert / Tekening Sandra Schrevens