Afgelopen mei zag ik in België enkele merkwaardige foto's in het locale weekblad van mijn ouderlijke gemeente. Daar, wat schots en scheef, poseerden de eerste-communicanten samen met hun schooljuffen. Dat de rijen minder militair waren dan in mijn tijd begreep ik nog, maar de kleren die de vrome kinderen droegen op hun "grote" dag! Wijde driekwart kabouterbroeken, slobberende T-shirts tot aan de knieën, sportschoenen, baseball-petten voor de jongens, overwegend onelegante jurken voor de meisjes. "'t Lijkt wel een bende Amerikanen op weg naar een sportwedstrijd", zei ik tegen mijn vriendin met wie ik indertijd mijn eerste communie had gedaan, vermomd als zevenjarige minibruidje van de toch wel zeer polygame Jezus.
...

Afgelopen mei zag ik in België enkele merkwaardige foto's in het locale weekblad van mijn ouderlijke gemeente. Daar, wat schots en scheef, poseerden de eerste-communicanten samen met hun schooljuffen. Dat de rijen minder militair waren dan in mijn tijd begreep ik nog, maar de kleren die de vrome kinderen droegen op hun "grote" dag! Wijde driekwart kabouterbroeken, slobberende T-shirts tot aan de knieën, sportschoenen, baseball-petten voor de jongens, overwegend onelegante jurken voor de meisjes. "'t Lijkt wel een bende Amerikanen op weg naar een sportwedstrijd", zei ik tegen mijn vriendin met wie ik indertijd mijn eerste communie had gedaan, vermomd als zevenjarige minibruidje van de toch wel zeer polygame Jezus.De foto's vielen me op omdat mijn New Yorkse tandarts me toevallig voor mijn vertrek een foto had getoond van zijn dochtertje die ook net haar eerste communie had gedaan. Het guitig-kijkend volbloed-Italiaans meisje was uitgedost in een ouderwetse wolk van witte kant, compleet met een sluier op het hoofd en een boeketje in de hand. "Waren alle meisjes in het wit gekleed?" vroeg ik. "Ja," zei hij, "en de jongetjes droegen een pak, een wit hemd en een das." Nieuwsgierig naar de gewoonten in New Yorkse Italiaanse katholieke middens, vroeg ik of hij en zijn vrouw zich ook in het nieuw hadden gestoken voor de gelegenheid. "Natuurlijk!" riep hij. "Onze pastoor vraagt elk jaar vanop de preekstoel om niet te veel uit te geven aan de eerste communie, maar niemand luistert. Ze doen toch maar één keer hun eerste communie, niet?" Daarop kreeg ik een verslag van de witte limousine waarin de communicant en haar ouders waren rondgechauffeurd, het chique restaurant waar men had gefeest, en de vele dure cadeaus die het kind had gekregen. Tandarts Desantis zou grote ogen opzetten als ik hem de foto's van de Belgische communicantjes zou tonen. Net als de Zuid-Amerikaanse mami's uit mijn buurt, die hun klein grut in glanzende, aandoenlijke polyester pofjurkjes en kostuumpjes steken voor hun eerste hostie. Casual wear mag dan wel uit Amerika zijn overgewaaid, eens het wortel schiet op andere bodem, in dit geval de Belgische, wordt het onvermijdelijk een mutant. Zelf ben ik niet zo gebrand op casual wear. Ik heb niets tegen makkelijk zittende kledij op zich, maar wel iets tegen de extreme uniformiteit waarin een groot deel is uitgemond. Zo ging ik twee jaar geleden naar de opening van Tanglewood, Amerika's beroemdste openluchtfestival van klassieke muziek. Op het keurig onderhouden gras, omringd door de prachtige beboste Berkshire-heuvels, zaten duizenden mensen. Sommigen aten boterhammen met kaas en dronken Coca-Cola, anderen hadden echte feestmaaltijden meegebracht, compleet met champagne, vaasjes bloemen en kandelaars. Eén ding hadden velen wel opvallend gemeen: hun loszittende kaki broeken en shorts, hun nette, in hun broeken gestoken onopvallende T-shirts en hemden, hun brave rokken en hun sportschoenen. Ze straalden het perfecte imago uit van de stereotiepe L.L. Bean-klant, Amerika's oudste casual wear postorderbedrijf: intellectueel, no-nonsense, sportief, gezond, onopvallend, spaarzaam en onsexy. Er hing iets vaag onpersoonlijk fascistisch aan hun "uniform". Maar één ding moet gezegd. Onder het publiek van Tanglewood liepen opvallend minder dikke mensen rond dan in de straten van de gemiddelde Amerikaanse stad. Een goed inkomen gecombineerd met een hoge opleiding houdt het gewicht opvallend lager in de V.S. Wat me bij een griezelig aspect van een ander casual wear-uniform brengt: het vermogen om het toenemend vet te accommoderen van de steeds passiever wordende armere Amerikanen. De helft van de bevolking is nu te dik, beweren dokters. De veelgebruikte gemakkelijke oplossing voor mannen en vrouwen: steeds wijder wordende broeken en shorts met daarboven tenten van T-shirts die soms tot onder de knie reiken. Weg met geprononceerde borsten, heupen en billen: laat ons in uniseks de toekomst inwaggelen. Zwaarlijvig, zo lijkt men met deze stijl wel te zeggen, is normaal. Geen wonder dus dat er nu ook steeds meer kledingwinkels voor dikke kinderen opengaan. Zelf woon ik in New York, de stad van de extremen. Een wereldcentrum voor mode waar je tegelijkertijd alles ziet op straat op het gebied van kleding. Je draagt wat je wil en je geeft kritiek op wat je wil. De van seizoen tot seizoen veranderende mode kan veel New Yorkers gestolen worden. In mijn eigen, nogal eigenzinnige vriendenkring valt het me op dat er zelden over kleren wordt gepraat. Zelf vind ik dat zeer verfrissend. Je draagt wat je bent en daarmee uit. New York is een eindeloze parade van koppig chique tot koppig casual waar geen enkele modedictator vat op krijgt. Aan de eerste-communicanten van de lichting 2000 van mijn dorp dus: wat New Yorkse variatie alstublief voor de volgende eeuw.Jacqueline Goossens