In de beste aller werelden zou ik fris en monter aan de start van de Weekend Knack Ladies Run verschijnen, goed getraind, helder van geest en vol zelfvertrouwen. Zo had ik het mij tenminste voorgesteld, al die keren dat ik puffend door het Nachtegalenpark hobbelde. Ach, een mens droomt wat af. De realiteit was ronduit wreed : waterige oogjes, een drupneus, watten benen na een vrijwel slapeloze nacht. Gelukkig stond de rest van het Weekend Knack Dream Team wel scherp. Alleen niet zo scherp dat ze in de rode wedstrijdtruitjes pasten die zo te zien op vroegrijpe tienjarigen berekend waren. E...

In de beste aller werelden zou ik fris en monter aan de start van de Weekend Knack Ladies Run verschijnen, goed getraind, helder van geest en vol zelfvertrouwen. Zo had ik het mij tenminste voorgesteld, al die keren dat ik puffend door het Nachtegalenpark hobbelde. Ach, een mens droomt wat af. De realiteit was ronduit wreed : waterige oogjes, een drupneus, watten benen na een vrijwel slapeloze nacht. Gelukkig stond de rest van het Weekend Knack Dream Team wel scherp. Alleen niet zo scherp dat ze in de rode wedstrijdtruitjes pasten die zo te zien op vroegrijpe tienjarigen berekend waren. Eén voordeel : het spaarde een sportbeha uit. Wie voordien nog met de Vooralpen onder zijn kin liep, zag die vanzelf afgevlakt tot het Centraal Massief. Opwarmen dan maar, niet moeilijk onder leiding van een appetijtelijke West-Vlaming. Voor, achter, links, rechts : twaalfhonderd paar heupen deinen vagelijk sensueel in de Kortrijkse ochtendstond. Naast mij toont Chantal Pattyn zich van haar soepelste kant. Dan, eindelijk, het startschot : meegesleurd in de vaart der volkeren dender ik een heuvel af. Opwindend, maar tegelijk ook een beetje eng. Stel dat je over je eigen voeten struikelt, dan ben je binnen de kortste keren cornedbeef. En het nadeel van op de eerste lijn te starten is dat je meteen door een paar honderd doorgewinterde loopsters gepasseerd wordt. Pezige, afgetrainde lijven, gespierde benen. Ik probeer bij Marleen Finoulst aan te klampen, daarna bij BMC-collega Suzy. Verrek, iedereen loopt sneller dan ik. "Laat die hazen maar gaan", roept Lies Martens me toe, "volg je eigen ritme." Gelijk heeft ze, maar probeer maar eens de juiste cadans te vinden als je al lopend je neus moet snuiten. De twijfel slaat toe : 11 kilometer is toch wel verdraaid ver, en is het verbeelding of zijn de kilometers in Kortrijk echt langer dan elders ? Amechtig ga ik de volgende bocht in, die slok water komt niets te vroeg. Had ik de afgelopen weken maar wat regelmatiger getraind. Na 3 kilometer volgt een lichte opflakkering. Ik kijk om me heen : vrouwen van alle mogelijke bouwjaren en modellen, lang niet allemaal aerodynamisch. Komaan Asselbergs, een tandje bij, wat zij kunnen, kan jij ook. Ik zie Trui Moerkerke, met blozende wangen en stralende ogen, die heeft er verdorie lol in. Dan volgt de ontnuchtering : steken in de zij, nooit eerder gevoeld tijdens de training. En daar lonkt de finish van de 5 kilometer. Een verscheurende keuze... Stikjaloers ben ik als ik later de langeafstandsloopsters over de streep zie gaan : Martine Tanghe en loopcoach Mieke Boeckx, met verende tred, alsof het een zondagse wandeling betrof. Suzy, onverstoorbaar onder haar iPod. Lieve Blancquaert, vuurrood en duidelijk doodop, maar ze had het toch maar gehaald. Nog later, thuis in de badkuip, lijken die 11 kilometer opeens een peulschil. Had ik nu toch maar doorgezet ! Ach wat, voor afzien moet je aanleg hebben. En volgend jaar is er weer een Ladies Run... Linda Asselbergs