Van Long Island naar L.I.C. Naar een helder imago en een collectie met internationale uitstraling. De koerswijziging van Philippe en Filip.
...

Van Long Island naar L.I.C. Naar een helder imago en een collectie met internationale uitstraling. De koerswijziging van Philippe en Filip.Lene Kemps Het lijkt een ongeluksgetal. Zomer '97 is de dertiende collectie, ze tellen het af op hun vingers. Gelukkig zijn ze niet bijgelovig. Philippe Verschueren, oprichter en designer van Long Island, Filip Arickx, medeontwerper, en Sophie Deryckere, verantwoordelijk voor het tricot, vormen het nieuwe Long Island-team. Nieuw, omdat Philippe een jaar geleden de tijd gekomen vond voor een moment van bezinning. ?Na vijf jaar Long Island had ik het gevoel dat men ons in een hoekje had geplaatst. Wij werden beschouwd als traditioneel, klassiek en veilig. Typisch Belgisch braaf dus. Ik was niet blij met dat etiket. Ik wilde me internationaler opstellen en verder kijken, ik wilde een collectie die kracht uitstraalde. Dus heb ik afstand genomen en gezegd : waar ben ik mee bezig ?? Er werd gekozen voor een nieuw logo : L.I.C. of Long Island Company, drie letters die bij de nieuwe sfeer passen : fris, modern, dynamisch, strikt en abstract. De collectie werd volgens dezelfde kernwoorden bijgestuurd, en de imagoverandering werd meteen benadrukt door een defilé. De resoluut modieuze aanpak en doorgedreven styling veroorzaakten de nodige opschudding bij heel wat klanten. ?Misschien hebben we de veranderingen te snel willen doorvoeren?, zegt Philippe. ?We wilden stelling nemen : gedaan met het verleden, dit is de nieuwe richting. Misschien hebben we dat iets te bruusk gesteld. Van de ene dag op de andere was bij Long Island alles anders. Zo'n plotse verandering kan alleen maar verdeelde reacties uitlokken.? Zijn jullie na dat bewuste defilé klanten kwijtgeraakt ? Philippe Verschueren : Na dat defilé heeft ongeveer een derde van de winkels afgehaakt, dat durf ik best bekennen. Maar ik wil er ook bij zeggen dat enkele maanden later, toen we de folder toonden, de meningen al flink waren bijgedraaid. Je mag niet vergeten dat we met onze modeshow heel vroeg waren, nog voor de ontwerpers en beurzen in Parijs. In de loop van het seizoen went je oog aan de nieuwe kleuren en proporties, maar op dat moment was alles nog nieuw. Langs de andere kant vond ik het wel tof dat we met een commerciële collectie zulke reacties konden losmaken en dat we mensen hadden doen nadenken. Dat was tenslotte mijn bedoeling geweest : uit dat hokje breken waarin ze ons hadden geplaatst, en waar ik eerlijk gezegd zelf een beetje in was verzeild geraakt. Hoe kom je in zo'n hokje terecht ? Verschueren : Misschien krijg je dat automatisch als je bedrijf groeit : je beginprincipes vervagen, je hebt te veel aan je hoofd, je ziet door de bomen het bos niet meer. Je stopt zoveel tijd en energie in andere facetten van het bedrijf dat je de basis vergeet : de creatie. En daar kwam Filip om je daarbij te helpen. Verschueren : Ik heb verschillende mensen gecontacteerd, maar met Filip klikte het. Ik kende hem van vroeger, hij had al styling voor ons gedaan en ik vond dat hij een goede kijk had op de collectie. Hij kon ons product, dat eigenlijk soft was, toch dat harde kantje geven. Sophie werd me aanbevolen door een Italiaans tricotfabrikant, en toen ik haar ontmoette, was ik meteen onder de indruk van haar vakkennis en creativiteit. Ik had het gevoel dat we met zijn drie echt een sterke identiteit konden opbouwen voor Long Island. Arickx : Als stilist heb ik het altijd plezant gevonden om met Long Island te werken. Het is een collectie waar veel inzit, een lijn met ambities. Alle elementen voor succes waren aanwezig, ze moesten gewoon in de verf worden gezet. Hoe zouden jullie de richtingverandering omschrijven ? Zijn jullie meer fashion geworden ? Verschueren : Dat lijkt zo omdat de modieuze stuks in de collectie sterker worden benadrukt. We hebben altijd fashion-elementen gehad, maar die verwaterden omdat we van alles hadden. We zijn gestroomlijnder nu, duidelijker, en daardoor komt het modieuze aspect beter tot zijn recht. Maar wij zijn geen high fashion, we willen nog steeds een breed publiek aanspreken. Arickx : Door die stroomlijning hebben we een sterkere identiteit dan vroeger. Dat zie je al aan de persfoto's, de uitstraling is krachtiger. Verschueren : Vroeger waren we wat styling betreft waarschijnlijk nooit zo ver gegaan. Het modieuze in een collectie benadrukken is niet evident, want volgens de gangbare opinie hebben vrouwen afgehaakt. Arickx : Ik ben daar niet zo zeker van. Het Prada- en Gucci-fenomeen is ontzettend groot, en dat zijn twee klassieke huizen die ervoor kozen om een extreem modieuze weg op te gaan. Vrouwen zijn nog wel geïnteresseerd en ze zijn ook bereid tot kopen, als je ze op de juiste manier aanspreekt. Dat zien we ook in onze winkel. De stukken die het eerst weg zijn, zijn de sterkste en meest modieuze elementen. Verschueren : De transparante rok van het defilé heeft amper een kwartier in de etalage gehangen. Een jong meisje heeft hem onmiddellijk gekocht. Wij dachten aan een laagjeslook en stelden voor hem te combineren met een andere rok. Maar zij is van plan om er alleen een zwarte collant onder aan te trekken. ?Het is om uit te gaan?, zei ze. Van zulke reacties word ik heel goed gezind. Dan denk ik : we zitten op de juiste weg. Arickx : Er kan veel hoor, meer dan wordt aangenomen. Als vrouwen zeggen ze dat ze mode beu zijn, is het omdat in alle winkels hetzelfde hangt. Verschueren : Het is zelfs zo dat het superklassieke bij ons niet meer verkoopt. Naar onze rechte, niet gecentreerde basisblazer is helemaal geen vraag meer. Dat zoeken ze niet meer bij ons. Arickx : Onze pareo, een vierkante sjaal, toch een moeilijk stuk, heeft dan weer relatief goed verkocht. Wij hebben hem als een onderdeel van de etnische laagjeslook gepresenteerd, maar hadden er niet al te veel van verwacht. De klanten waren enthousiast. Jullie staan aan beide kanten van het hek : ontwerpen en verkopen. Dat lijkt me een erg frustrerende positie. Verschueren : Ik vind het net erg verrijkend. Ik sta graag zelf in de winkel, want uit de commentaren van klanten leer je veel. Meestal bevestigen hun reacties onze vermoedens. Een mohair truitje is prachtig, maar de klanten zeggen : het pluist. En dat had ik dan eigenlijk wel verwacht. Je ontdekt ook veel fouten. Als tien klanten een topje passen en eraan zitten te trekken, dan kan ik daar alleen maar uit afleiden dat er iets aan de pasvorm moet gedaan worden. Arickx : Ik ben daar minder flexibel in. Ik vind dat je zeker moet luisteren, maar je moet de reacties filteren. De zogezegde nadelen aan een kledingstuk zijn relatief. Als een vrouw iets mooi vindt, dan koopt ze het toch. Hoge hakken en minirokken zijn ook niet bepaald comfortabel en makkelijk, maar als haar man en vriendinnen zeggen : je ziet er goed uit, en ze voelt zich goed, dan draagt ze het toch. Verschueren : Daarom is dat zo'n prachtig evenwicht tussen mij en Filip. Hij wil per se een broekpak met een getailleerd jasje in de collectie en ik zeg dan : ?Oké, maar ik wil ook een alternatief.? Want de mevrouw die wel de broek wil, maar zich niet goed voelt in dat jasje, die wil ik niet met lege handen zien buitengaan. Arickx : Bij de samenstelling van de collectie wordt hier hevig gediscussieerd, dat is gezond. En hoe meer besprekingen we voeren, hoe beter het resultaat. Wordt er hier luidruchtig geruzied ? Arickx : Nee, dat niet. We praten voortdurend met elkaar en de collectie groeit geluidloos. Philippe heeft geen harde woorden nodig, hij heeft veelbetekenende blikken die onmiddellijk zeggen hoe laat het is. Wordt er hier nooit geroepen van ik stop ermee, ik ga wel in de supermarkt werken ? Verschueren : Als we echt onder stress staan, roep ik wel eens : we waren beter een frituur begonnen. Dan hoef ik enkel maar te vragen : moet er iets op ? Arickx : Ik ken iemand die dat gedaan heeft : Eric. Hij heeft trouwens heel lekkere frieten. En daar komt ook veel bij kijken hoor, Philippe, bij zo'n frituur. Verschueren : Natuurlijk. Ik roep het altijd, maar ik zou niet anders willen dan mode. Van welk stuk uit de zomercollectie houden jullie het meest ? Verschueren : Een van mijn lievelingsstukken blijft het pak. Het zit er telkens weer in, nu in krijtstreep. Da's een klassieker voor mij. Arickx : De lange rokken, heel mooi. Verschueren : En onze truitjes met die boordjes in een contrastkleur. Bijzonder geslaagd. De heren lijken best tevreden. Verschueren : Mmmmm, eigenlijk wel, ja. Ik denk dat we een goede collectie hebben opgebouwd, met een duidelijke lijn en een interne logica. Voelen jullie al iets van de nakende heropleving, zijn we uit de crisis ? Verschueren : Iedereen heeft seizoenen lang gedeprimeerd rondgelopen, en dat is nu zo'n beetje over. Klanten zijn enthousiaster en positiever. Maar is dat een economische heropleving ? Ik ben daar erg voorzichtig in. Arickx : Het wordt nooit meer zoals in de jaren tachtig, zoveel is zeker. De consument is volledig veranderd. Hij beseft dat een nieuw jasje niet levensnoodzakelijk is als die twee die in de kast hangen ook nog goed zijn. Hij is niet langer gebonden aan een merk of winkel. Hij is mobieler en minder trouw geworden. Verschueren : Dat maakt het ons niet makkelijk, maar dat is goed. Wij knokken enorm en op lange termijn zal dat opleveren. We blijven alert omdat we weten dat we er nog lang niet zijn. Wanneer zijn jullie er ? Arickx : Als we op dat eiland in de Caraïben zitten en onze richtlijnen voor de volgende collectie naar België doorbellen ( luide lach). Nooit dus. Want in dit vak is het werk nooit gedaan. Uiteindelijk moet je nooit op je lauweren rusten, dat is niet gezond. Verschueren : Ik weet waar we binnen vijf jaar moeten staan, maar concreet is dat niet. Het gaat mij niet om de omzet en het aantal verkooppunten. Het gaat mij om het gevoel dat ik dan wil hebben : dat we een mooi en degelijk product maken waar veel vrouwen zich goed in voelen, een collectie met een goede uitstraling. L.I.C. : tel. (03) 248.28.18. Philippe Verschueren (rechts) : Als we echt onder stress staan, roep ik wel eens : we waren beter een frituur begonnen. Dan hoef ik enkel maar te vragen : moet er iets op ?