Mocht dit te koop zijn, dan kan je er donder op zeggen dat een makelaar het als een "loft met waterpartij" aan de man brengt. En dat is niet gelogen, want deze loft-flat (deze woonst is echt iets tussen de twee) heeft een groot dakterras met een riante vijver van naar schatting 200 m². Dat is te gek voor in het centrum van een stad. Maar het kan blijkbaar probleemloos in het hart van Hasselt, dat vrij dichtbebouwd is. Het water bevindt zich op het dak van de winkel. Het is avontuurlijk om hier even te terrassen, genietend van het uitzicht op de kerktoren die zich in het water weerspiegelt.
...

Mocht dit te koop zijn, dan kan je er donder op zeggen dat een makelaar het als een "loft met waterpartij" aan de man brengt. En dat is niet gelogen, want deze loft-flat (deze woonst is echt iets tussen de twee) heeft een groot dakterras met een riante vijver van naar schatting 200 m². Dat is te gek voor in het centrum van een stad. Maar het kan blijkbaar probleemloos in het hart van Hasselt, dat vrij dichtbebouwd is. Het water bevindt zich op het dak van de winkel. Het is avontuurlijk om hier even te terrassen, genietend van het uitzicht op de kerktoren die zich in het water weerspiegelt.Ik verdenk de bewoners, Noëlla Vangeel en Jos Peeters, van een zachte vorm van megalomanie. Dat is geen kritiek. Laten we mild wezen: zo'n project uit de grond stampen, is een zegen voor een oud stadscentrum. Wij vinden het best dat ze het groots gezien hebben. Uiteindelijk konden ze moeilijk anders, want ze betrekken een kanjer van een gebouw: het voormalige postgebouw van de stad, een pronkpaleis in neorenaissancestijl, opgetrokken in 1899. In die tijd waren postkantoren feestelijke monumenten met een licht feodaal karakter. Wie zo'n gebouw betrekt, moet wel van enige grandeur houden en kiezen voor oplossingen op grote schaal, zeg maar. Hier gaan petieterige voorstellen de mist in. De bewoners hebben zich voor dit project laten bijstaan door architect Bart Lens, maar over zijn rol straks meer. Eerst vragen we ons af hoe Noëlla en Jos hier zijn terechtgekomen. "Ik was altijd al gefascineerd door dit gebouw", zegt Jos Peeters. "Toen het in 1994 leeg kwam te staan omdat de post verhuisde, hing aan de vensters uit dat het te koop was. Maar de prijs lag veel te hoog, wat ik natuurlijk erg spijtig vond. Nadien heeft het ruim zes jaar leeggestaan. Gedurende die periode verkommerde het gebouw en woonden er nog alleen duiven en vleermuizen. Ondertussen groeide onze interieurzaak. We gingen op zoek naar een grotere ruimte, en zo zijn we uiteindelijk toch hier beland. Dat is iets waar ik heimelijk jaren naar had verlangd." Jos en Noëlla kochten twee verdiepingen van het gebouw, de gelijkvloerse verdieping voor de zaak en de loft daarboven. Van het gebouw waren enkel de gevels goed bewaard, het interieur werd vrijwel volledig uitgesloopt. De niveaus bleven echter behouden, zodat de plafonds overal uitzonderlijk hoog zijn, en dat benadrukt het monumentale. De architectuur zelf is veeleer klassiek, omdat de flat binnen de bestaande structuren werd gerealiseerd. Er kwam geen uitbouw, en de architect respecteerde de originele vensterramen.Het grondplan is niet spectaculair: er is een centrale gang met de verschillende kamers netjes op een rij, en de woonkamer heeft een zithoek en een eethoek naast elkaar. Maar de detaillering is hedendaags van concept, zoals de donkere vloer van polybeton, de egale muren, de afwezigheid van plinten en lijsten rondom de deuren. Die zijn ook mooi geproportioneerd. Lens tekende hoge deuren, in verhouding met de plafondhoogte, voorzien van pivoterende scharnieren die duidelijk zichtbaar zijn. Ook de wandkast van de zithoek werd gelijkaardig afgewerkt. In een nauwe trechter ernaast ontdekken we een open vuur, gevoed door gas, geen houtvuur dus. Met dit efficiënte en visueel aantrekkelijke systeem wordt ook de badkamer verwarmd. De bewoners houden van Italië, waar ze veel designmeubilair vandaan halen. "Het is een land waarmee je geen afstandelijke relatie kan hebben", vertelt Noëlla. "We gaan er altijd met vakantie en komen er een paar maal per jaar voor zaken. In de loop der jaren groeiden vele contacten uit tot amicale banden. Je gaat er ook van de wijn en de cultuur proeven." Het resultaat is overal in huis te zien. Van de flessen chianti en olijfolie in de keuken, tot het meubilair van de slaapkamer. "Maar het hoeft niet allemaal Cappellini of Armani te zijn, ik hou ook van Scandinavische of Belgische ontwerpers", zegt Jos overtuigend. "Zo is de eettafel van Casimir, met wie ik persoonlijk bevriend ben. Het is een mooie, forse en robuuste tafel die in deze ruimte echt tot zijn recht komt. Daarbij passen de strakke stoelen van Maarten Van Severen. De tafeltjes bij het raam zijn van Ann De Meulemeester. En Vincent Van Duysen ontwierp de wastafels in de badkamer voor Obumex. Voorts hebben we ook terrasmeubilair van Dirk Wijnants en Arnold Merckx. Architect Bart Lens dokterde niet enkel de circulatie uit, maar speelde ook een belangrijk rol in de vormgeving van talrijke details, zoals het ingebouwde toilet van de badkamer, een leuke vondst die toch wat aanpassing vraagt. "Hoewel we toch dagelijks bezig zijn met design en voor de zaak de nieuwste trends op de voet volgen, hou ik in mijn eigen interieur wel van een aantal klassiekers zoals de zetels van Dixon, Starck of Eames", zegt Noëlla. Het valt hen op dat ook het designpubliek tegenwoordig de oude mijlpalen graag vermengt met nieuwigheden. "Maar dat is niet het enige dat veranderd is de laatste jaren. Het publiek is ook enorm verruimd, onder meer met zeer veel jongeren", merkt Jos op. "Dat is gedeeltelijk te danken aan het feit dat veel design goedkoper is dan vroeger. Tegenwoordig koop je voor vrij weinig geld mooie stoelen ontworpen door grote namen. Op die manier komt design binnen het bereik van een ruimer publiek. Die redelijke prijzen zorgen er ook voor dat mensen sneller hun interieur veranderen. Maar natuurlijk is dat allemaal relatief: het designpubliek groeit fel aan, maar het blijft toch een minderheid van de bevolking. Ook in een land als Italië, waar je verbazend weinig design ziet buiten de grote steden. Blijkbaar is het er toch vooral een exportproduct."Piet Swimberghe / foto's Jan Verlinde