Nog voordat De gelukkige huisvrouw, het veelbesproken debuut van Heleen van Royen, in de winkel lag, waren de rechten al verkocht aan het befaamde Duitse huis Rowohlt. Korte tijd later volgden Frankrijk en Engeland. Verantwoordelijk voor dat succes is (behalve Van Royen natuurlijk) de Amerikaanse literair agent Linda Michaels. "Vorige zomer ontmoette ik Van Royen in Amsterdam en ik mocht haar meteen. Zij was kwetsbaar en open, en ze was bereid zichzelf bloot te geven. Ze was ook zeer uitgesproken, grappig, en praatte op een manier over haar ervaringen dat ik dacht: dit zou een fris geluid kunnen zijn. Iedereen zoekt altijd naar een fris geluid. Sommigen vergelijken De huisvrouw met het boek van Bridget Jones, maar dat verveelde me mateloos. Van Royen gaat veel dieper dan Jones, ze kruipt onder de huid. Ze durft de moeder te laten zeggen dat ze de kinderen helemaal niet wilde. Ze schrijft heel eerlijk over de bevalling; wij vrouwen weten allemaal hoe het kan zijn, maar niemand verwoordt dat. Er zijn genoeg moeders die af en toe knettergek worden van een baby, en Heleen schrijft dat op. Een auteur die zodanig over gekte schrijft dat je van de gek blijft houden, heeft iets. In het boek klinkt een heldere eenduidige stem door, en mijn idee was dat dat een internationaal publiek kan aanspreken. Maar het kan ook verkeerd vallen."
...

Nog voordat De gelukkige huisvrouw, het veelbesproken debuut van Heleen van Royen, in de winkel lag, waren de rechten al verkocht aan het befaamde Duitse huis Rowohlt. Korte tijd later volgden Frankrijk en Engeland. Verantwoordelijk voor dat succes is (behalve Van Royen natuurlijk) de Amerikaanse literair agent Linda Michaels. "Vorige zomer ontmoette ik Van Royen in Amsterdam en ik mocht haar meteen. Zij was kwetsbaar en open, en ze was bereid zichzelf bloot te geven. Ze was ook zeer uitgesproken, grappig, en praatte op een manier over haar ervaringen dat ik dacht: dit zou een fris geluid kunnen zijn. Iedereen zoekt altijd naar een fris geluid. Sommigen vergelijken De huisvrouw met het boek van Bridget Jones, maar dat verveelde me mateloos. Van Royen gaat veel dieper dan Jones, ze kruipt onder de huid. Ze durft de moeder te laten zeggen dat ze de kinderen helemaal niet wilde. Ze schrijft heel eerlijk over de bevalling; wij vrouwen weten allemaal hoe het kan zijn, maar niemand verwoordt dat. Er zijn genoeg moeders die af en toe knettergek worden van een baby, en Heleen schrijft dat op. Een auteur die zodanig over gekte schrijft dat je van de gek blijft houden, heeft iets. In het boek klinkt een heldere eenduidige stem door, en mijn idee was dat dat een internationaal publiek kan aanspreken. Maar het kan ook verkeerd vallen." Linda Michaels, met vier medewerkers gehuisvest in een bescheiden kantoor in midtown Manhattan, is een bekende verschijning in de internationale boekenwereld. Ze verkoopt de rechten van boeken aan uitgevers waar ook ter wereld. En soms met groot succes. Michaels pikte het Mars-Venus-boek van John Gray op toen dat zelfs in de Verenigde Staten nog niks deed; inmiddels is het in veertig talen uitgebracht. Ze onderkende het potentieel van Lulu Wang in een vroeg stadium en verkocht diens eerste boek in ruim dertig landen. Michaels vertegenwoordigt ook Renate Dorrestein, Rosita Steenbeck, Elle Eggels, Clark Accord, Michel van Rijn en Hameeda Lakho, terwijl de Abessijnse kronieken van Moses Isegawa internationaal in aantocht zijn. Als agent ontvangt ze een percentage van het verkoopbedrag en van de royalty's; de exacte getallen houdt ze liever voor zich. Michaels studeerde Engels en psychologie, werkte als psycholoog, vroeg zich twintig jaar geleden af of ze dat de rest van haar leven wilde blijven doen, en besloot tot een overstap naar de boekenwereld. Na banen bij Farrar Straus & Giroux en Harper Collins begon ze in 1991 haar eigen agentschap. Nu is ze bezig met De gelukkige huisvrouw. Rowohlt betaalde er 115.000 dollar voor. Over de Franse en Britse bedragen wil ze niet meer zeggen dan dat het "gezonde getallen" zijn van vijf cijfers. Wat sprak u zo aan in het werk van Lulu Wang?Linda Michaels: Ik zag het boek in de catalogus van Vassallucci toen de uitgever hier in New York op bezoek was. Misschien klinkt het vreemd, maar er gebeurde iets toen ik Het lelietheater zag. En toen de uitgever me vertelde waarover het verhaal ging, wist ik meteen dat ik de internationale rechten wilde hebben. Hij zei nog dat ze het zelf zouden behandelen, maar ik bleef aandringen. Later op de Frankfurter Buchmesse vertaalde iemand passages voor me uit het boek, en daar zat een zin bij die ongeveer zo luidde: 'Als het leven je niet goed gezind is, dan blijft zelfs water tussen je tanden zitten.' Ik dacht: Wang praat op een heel andere manier over de dingen dan we gewend zijn. Ze heeft iets. Later ontmoette ik haar op Heathrow; ik was getroffen door haar eerlijkheid, haar openheid. Ik voel me aangetrokken tot mensen die zich kwetsbaar opstellen. Die een verbinding leggen met een publiek door hun werk en hun persoonlijkheid. Waarop let u als u keuzes maakt?Ik baseer me op ervaring en instinct. Ik ben altijd op zoek naar boeken met universele elementen. Het is fantastisch een boek in zoveel verschillende landen te kunnen verkopen en te zien dat het in al die verschillende culturen ook aanslaat. John Gray is verschenen in veertig vertalingen. Het idee dat dat overal wordt gelezen! En dat het, blijkens de reacties en het succes, ook overal werkt.'De celestijnse belofte' van James Redfield moet, gezien het wereldwijde succes, vol zitten met universele thema's. Had u dat boek willen hebben?Achteraf zou ik natuurlijk graag zeggen dat ik het potentieel in een vroeg stadium heb onderkend, en toch... In veel opzichten was het onleesbaar, en ik heb de inhoud nooit begrepen. Ik heb ook nooit iets gehad met buitenaardse wezens en sciencefiction. Iemand zei dat ik The Matrix moest zien. Hoezo? Ik begrijp zulke dingen gewoon niet, en dan kan ik ze ook niet verkopen. Een buitengewoon gewelddadig boek zou ik ook niet willen doen. American Psycho? Nee, ik denk het niet. Hoe begeleidt u het verschijnen van een boek?Vandaag was ik toevallig bij Knopf dat in juni Abessijnse kronieken van Isegawa uitbrengt. Dan brainstormen we over de vraag hoe we dat boek hier in de markt kunnen zetten. Ik heb contact gelegd met een groep van de Abessijnse kerk in Harlem, uitgelegd wie Isegawa is, dat hij in de media is verwelkomd als de nieuwe stem van Afrika, en ik heb gevraagd of we iets konden organiseren. Toen bleek dat ze in juni een soort festival hebben, en men opperde dat Isegawa daar wellicht een spreker kon zijn. Helaas zou Isegawa op dat moment voor publiciteit in Spanje verblijven, maar dankzij mijn contacten in al die landen kon ik in overleg met de Spaanse uitgever het schema veranderen. Dan zeg ik dat het voor iedereen goed is als de Amerikaanse tour een groter succes wordt, en dat neemt men van mij aan. Isegawa was eerder in Duitsland en dat ging fantastisch, dus met die ervaring kan ik uitgevers in andere landen weer op ideeën brengen. Vanochtend belde ik met de Franse uitgever die Heleen van Royen onder zijn hoede heeft, en ook Isegawa, dus ik kon meteen even uitleggen wat we hier met Isegawa van plan zijn, en dat er al vroeg recensies beschikbaar zullen zijn, waar hij weer wat aan heeft als hij het boek in Frankrijk aan de man gaat brengen. Sommigen beweren dat tegenwoordig het uiterlijk van de auteur belangrijker is voor succes dan de inhoud van het boek. Het Nederlandse succes van Wang is wel toegeschreven aan haar opmerkelijke en onontkoombare verschijning in de media toen 'Het lelietheater' op de markt kwam.Een goed uiterlijk kan nooit kwaad, maar uiteindelijk moet het boek het doen. Marlo Morgan van Australië op blote voeten ziet er niet bepaald fantastisch uit, maar ze is overal op tournee geweest en het boek is een groot succes. Wel is het element promotie de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden - we leven niet meer in de Middeleeuwen. Er is nu veel meer aandacht in de media voor boeken. Vroeger had je niet veel meer dan recensies, en elke uitgever zal je vertellen dat recensies geen boeken verkopen. In Frankrijk had je dat tv-programma Apostroph. In de VS heb je Oprah's boekenclub. In Engeland heb je diverse programma's. Het helpt als de auteur een goede spreker is met heldere ideeën, iemand die een publiek zodanig weet te boeien dat het publiek dat boek gaat kopen. Bij Lulu Wang heeft haar charisma zeker een rol gespeeld. Maar dat is iets anders dan een mooi gezicht. Lulu zou het met haar gezicht alleen niet hebben gered. Dan had men gezegd: dat is alleen maar een nieuw leuk kopje. Dan is er nog het ongrijpbare fenomeen 'buzz': het gegons in cultureel invloedrijke kringen dat iets gelezen moet worden. Hoe krijg je 'buzz'?Ik denk: door de juiste contacten met de juiste mensen, maar ik zou niet weten hoe het te genereren. Ik weet ook niet of het veel uitmaakt voor het succes. Buzz helpt maar het garandeert niks. Er zijn diverse voorbelden van titels die omgeven door buzz op de markt kwamen, maar geen succes hadden. Eeuwwisseling van Kurt Andersen, daar noemt u wat. Het was ook geen goed boek, ik kwam er niet doorheen. Is de kans op verfilming belangrijk?Natuurlijk is het mooi als er een film van komt, maar je moet je er niet te veel van voorstellen. De filmindustrie is ernstig gestoord. The End of the Affair van Graham Greene had er meer dan veertig jaar voor nodig om verfilmd te worden! Het helpt ook niet echt als je uitgevers kunt vertellen dat de filmrechten zijn verkocht, want zij weten ook dat zoiets niet betekent dat er een film van komt. En als dat wel gebeurt, weet je nog niet of de film goed is voor het boek. Hebt u de indruk dat de lijn tussen, laten we zeggen, cultuur met een grote en kleine 'C' vervaagt?Neem nu Marianne Frederiksson; ze is een goed schrijfster. Maar is het literatuur? Weet ik niet. Het gaat meer om de manier waarop ze naar vrouwen kijkt; als vrouw krijg je het gevoel dat ze vrouwen begrijpt. Wellicht wordt ze gelezen door de kopers van vrouwenbladen. Haar werk is een groot succes in Nederland, Duitsland en Italië. Iedereen in de industrie is op zoek naar een goed boek dat verkoopt. John Grisham kon, zeker in het begin, een thriller schrijven. Het eerste boek van Judith Krantz was een goed slecht boek; ze wist waarover ze het had. Love Medicine van Louise Erdrich was een heel goed literair boek; daarna besloot ze met haar man een commercieel boek te schrijven, want beiden dachten te weten wat het publiek wilde. Dat werd dus niks. De gelukkige huisvrouw is moeilijk in een categorie onder te brengen. Rowohlt is een literaire uitgever; Albin Michel die het in Frankrijk uitbrengt, heeft zowel literatuur als commercieel werk. Ik zou de Huisvrouw in eerste instantie als commercieel zien, hoewel het karakter mooi is uitgediept. Bij Rowohlt vergeleek iemand het met Ceders in de sneeuw van David Guterson, een prachtig boek. Een boek kan goed zijn in verscheidene categorieën. Ach, er zal altijd grote literaire fictie zijn, succesvolle commerciële boeken doen daar niks aan af. Laat de mensen goede boeken in elke categorie lezen. Wat was uw grootste tegenvaller?Een uitgave in samenwerking met Unicef: een boek met prachtige Joegoslavische kindertekeningen en -brieven dat me diep ontroerde, maar het verkocht helaas heel slecht. Toch zou ik het weer doen; als ik echt vind dat iets gepubliceerd moet worden, dan probeer ik dat. Belangrijk is dat ik me op mijn gemak voel bij de titels die ik verkoop. Ik moet er trots op zijn, anders kan ik het niet. Sommigen dachten dat ik gek was toen ik mij met Wang ging bezighouden. Natuurlijk had Vassallucci het zelf kunnen verkopen, maar ik had dat gevoel dat ik er iets aan kon toevoegen. Het is niet makkelijk de grote uitgeverijen in al die landen te overtuigen; ze krijgen enorme aantallen boeken en manuscripten en voorstellen van over de hele wereld. En ja, soms scheelt het als je uit New York komt; ik denk dat men op zijn minst enige aandacht besteedt aan onze voorstellen. Dankzij onze reputatie, dankzij eerdere successen, dankzij de relaties die we inmiddels hebben. En men weet dat ik eerlijk ben. Ik wind er geen doekjes om, ik verzin geen onzin. Als ik iets goed vind, dan vind ik het echt goed.Jim Schilder / Foto: Bart Michiels